Ga naar de inhoud
Let op: Om het voor u gemakkelijk te maken, gebruikt deze website cookies. Akkoord Niet oké.
Schrijf.be

Copywriters: wat drijft hen? Waarvan worden ze warm of koud? Neem een kijkje achter de schermen!

Taalsector in kaart

Naar aanleiding van de presentatie van het rapport ‘Taalsectorverkenning’ door de Taalunie

“Heb jij voorbeelden die aantonen hoe een taalbedrijf waarde creëert voor een klant?”, vraagt Dries Debackere, de uitvoerder van de taalsectorverkenning in België. Ja, die heb ik. Tientallen, zelfs. Daarvan selecteer ik er hier drie die ook meetbaar zijn. Want facts & figures: daarom draait het bij de economische betekenis van taal, toch?

Vlaams-Nederlands

Ooit was ik Benelux-productmanager in de farmaceutische industrie. En schaarde ik me met enkele Belgische topdokters rond een Nederlandse vergadertafel van een universitair ziekenhuis. De vergadering verliep vlot want de geesten waren gelijkgestemd. Tot de Nederlandse voorzitter de Belgen voor de voeten wierp dat zij ‘voortvarend’ waren. En die net niet de zaal verlieten na de sneer dat ze onbedachtzaam te werk gingen. Had ik toen al tot de taalsector behoord, dan had ik de gemoederen meteen gesust. Door de Vlamingen te vertellen dat ze van aanpakken wisten – want dát betekent ‘voortvarend’ voor een Nederlander.

Jaren later helpt Schrijf.be Nederlandse en Vlaamse bedrijven om zich te beschermen tegen hun eigen taalvariant. Door hun teksten te vervlaamsen (onthollandsen) of te verhollandsen (ontvlaamsen). En dat gaat verder dan taalissues fiksen. Een voorbeeld? Zelf haakte ik ooit in extremis tijdens een onlinebestelling af omdat de ‘Hollandse’ webshop maar bleef zeuren over een verplicht KvK-nummer. Dat wij in België gewoon niet hebben. Een ondernemingsnummer, dat wel ja. Had de e-handelaar zijn aankoopproces even laten checken door een Vlaming, dan was dat niet gebeurd.

Vraagt een opdrachtgever dus naar de tastbare ROI (return on investment) van Vlaams-Hollandse lokalisatie? Dan hoeft hij maar te tellen hoeveel minder shoppers er tijdens het aankoopproces afhaken. En vergelijkt hij hun gezamenlijke aankoopsom met zijn investering.

A/B-test

Een bezwaar dat iedere taalleverancier herkent: “U beweert dat uw tekst (of vertaling) beter is dan mijn origineel. Maar ik weet dat uw versie mijn klanten tegen de borst zal stuiten omdat ze te (vul in naar believen) eenvoudig/speels/ongekunsteld is.” Dan stellen we een A/B-test voor: twee versies van een webpagina die je afwisselend voorschotelt, twee versies van een e-mailing of van een direct mail. Meet het verschil in respons en vermenigvuldig dat met de gemiddelde waarde per extra lead. Twijfelt een klant aan de doeltreffendheid van een herwerkt persbericht? Tel het aantal perspublicaties.

Wat ik me alleen afvraag: als hard bewijs zo gemakkelijk te vergaren is, waarom gebeurt het dan niet vaker? Waarom stellen we het vanuit de taalsector niet vaker zelf voor?

SEO-copywriting

Een laatste voorbeeld van een taaldienst met meetbare, toegevoegde waarde? SEO-copywriting. Door SEO of zoekmachineoptimalisatie scoren bedrijven hoog in de Google-zoekresultaten – zonder de zoekgigant daarvoor te betalen. Naast de websitetechniek en -populariteit bepaalt de webtekst en de vorm waarin die is gegoten, het resultaat. En dat resultaat is tot op de eurocent meetbaar. Want de mogelijkheden zijn legio. Hoeveel extra bezoekers krijgt het bedrijf op zijn website? Tot hoeveel extra aanvragen leidde dat? Of nog: hoeveel spendeerde ieder van die extra bezoekers? Enzovoort, want meten is weten.

Onze toegevoegde waarde bewijzen

Vlaams-Nederlandse lokalisatie, A/B-tests en SEO-copywriting: het zijn drie voorbeelden van meetbare resultaten van taaldiensten. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen die in de taalsector werkt, er andere kan bedenken. Meer nog: ze móét bedenken. Want of de taalleverancier het nu leuk vindt of niet: elke investering wordt vroeg of laat afgemeten tegen het extra resultaat dat ze genereert. Terecht, volgens mij.

Daarom ben ik blij dat de taalsectorverkenning net draait om becijfering.

Taalberoepenlijst: eindelijk!

De grootste verdienste van dit rapport? Dat we eindelijk beschikken over een taalberoepenlijst (pagina 71-73) , die bovendien zinvol is ingedeeld in een kern en een schil met vier segmenten. Het is de onontbeerlijke afbakening om informatie uit statistieken te puren.

Toch doet de taalberoepenlijst meer dan duidelijkheid scheppen: ze haalt taalwerkers uit hun isolement. Wel, mij alleszins: toen ik de lijst overliep, voelde ik me plots lid van een groep worden – een grote en gevarieerde groep. Een gevoel dat me tot dan toe vreemd was door de versnippering van de taalsector: over de statistische bedrijfssectoren én over opvallend veel freelancers en vrijwilligers, vergeleken met andere beroepen.

Werkpaarden krijgen erkenning

Het deed mij bovendien deugd dat in de studie de taalwerker van de kern het ‘werkpaard van het blote taalproduct’ wordt genoemd. Het is een geuzennaam die ik alvast met trots draag. Alleen: hoewel een werkpaard de brute taal-pk’s levert, wordt het daarvoor zelden expliciet erkend. Die eer valt eerder te beurt aan wie zich in de schil van de taalberoepenlijst beweegt.

Optimisme, maar investeringen?

Ik deel dus het optimisme voor de toekomst dat uit de bevraging blijkt. En verbaas me mee over het gigantische potentieel dat kennelijk nog verscholen ligt in de sector van de groot- en kleinhandel. Maar ik maak me, samen met de studie, ook zorgen over het gebrek aan investeringen.

Die draaien lang niet alleen rond hoogtechnologische ontwikkelingen zoals vertaalgeheugens of artificiële intelligentie. Ik kijk bijvoorbeeld reikhalzend uit naar investeringen in de kwaliteitsmonitoring van taaldiensten, die het kaf van het koren zou scheiden. En opdrachtgevers toch een minimale garantie bieden.

Wim Van Rompuy, Schrijf.be-zaakvoerder en -kwaliteitsbewaker

Reacties

Reageer

Privacyverklaring:

Schrijf.be gebruikt uw e-mailadres nooit voor promomails.
Schrijf.be geeft uw e-mailadres nooit aan derden.