Ga naar de inhoud
Let op: Om het voor u gemakkelijk te maken, gebruikt deze website cookies. Akkoord Niet oké.
Schrijf blog

Copywriters: wat drijft hen? Waarvan worden ze warm of koud? Neem een kijkje achter de schermen!

Dit artikel leest u ook in Tekstblad (nummer 3, jaargang 2018).

Uit het leven gegrepen: een Noord-Brabantse verhuurder van bestelbussen speurt naar nieuwe klanten via het web. Hoe hij dat doet? Door Google te verleiden met een uitgekiende SEO-strategie. Helaas verhuurt hij bijna nooit aan Vlaamse klanten, ook al wonen die net zo dichtbij. Waarom niet?

Bekijk de videoversie.

Stel u eens voor dat ú die verhuurder van bestelbussen bent. En dat u voor de werving van nieuwe klanten inzet op Google. Hoe? Door voor elke trefwoordengroep een aparte webpagina te schrijven. Zoekt een prospect op ‘bestelbus huren’? Dan prijkt uw verhuurbedrijf bovenaan de 35.000 zoekresultaten op Google.nl. En omdat u van aanpakken weet, legt u met uw andere webpagina’s beslag op tientallen andere zoekcombinaties – zoals ‘goedkope bestelbus’, ‘verhuur bestelbus’ of ‘bestelbus particulier’. Kortom, zoekmachineoptimalisatie (SEO) op zijn best!

Hollands rad voor de ogen

Alleen: waarom blijven die Vlaamse klanten toch weg? Hebben ze geen zin om bij ‘nen Ollander’ te huren, zelfs al is die goedkoper? Nee, daar wringt de schoen (in Vlaanderen: ‘het schoentje’) niet. De Vlaamse klant huurt geen bestelbus bij u, omdat hij het woord ‘bestelbus’ niet … kent.

De Vlaamse klant huurt geen bestelbus bij u, omdat hij het woord ‘bestelbus’ niet … kent.

Maar waarom geeft Google.be u dan, net zoals Google.nl, toch resultaten voor ‘bestelbus’? Waarom zou de .be-zoekmachine dat doen voor een woord dat een Belg niet eens kent? Omdat Google via uw IP-adres en/of locatie weet dat u zoekt vanuit Nederland, en zijn resultaten daaraan aanpast. U gebruikt dus wel de Belgische Google, maar dat gedraagt zich alsof u wilde zoeken op Google.nl. U krijgt dus nooit de resultaten te zien die Google.be aan een Vlaming voorschotelt!

Ironisch toch: doordat u als klant ván Google op uw wenken bediend wordt, loopt u dóór Google uw Vlaamse bestelbushuurders mis!

Bestelbus, bestelwagen, camionette

Hoe rukt u uw Hollandse oogkleppen af? Door anoniem op Google.be te zoeken via een buitenlands VPN (Virtual Private Network). De zoekmachine kent dan uw nationaliteit niet en diept voor ‘bestelbus huren’ veiligheidshalve ook ‘bestelwagen huren’ uit zijn thesaurus op.

bestelbus

Bent u een nieuwsgierig aagje? Dan ontdekt u in de Belgische zoekresultaten en betaalde advertenties trouwens ook ‘camionette huren’. Dat dialectwoord overtreft ‘bestelwagen’ zelfs in de dagelijkse Vlaamse omgangstaal. Nogal wat Vlamingen spellen het bovendien achteloos als ‘camionet’. Zet dus voor Google.be in op bestelwagen, camionette én camionet.

Nog wat voorbeelden: bent u een expert in dekvloeren leggen? Op Google.be bent u een krak in ‘chape gieten’. Verkoopt u feestelijke overhemden? Jammer, want een Vlaming trekt zijn hemd aan. En in de onlinehuishoudwinkel wordt een soeplepel een pollepel, een steelpan een pan, en een pan een pot!

Bent u een expert in dekvloeren leggen? Op Google.be bent u een krak in ‘chape gieten’.

Cultuurverschillen en argumentatie

Oké, u nam de grootste hindernis: met Vlaamse SEO gidst u ook de Vlaming naar uw website. Schrik hem nu niet af. Want, zonder te willen veralgemenen: hij is terughoudender dan een Nederlander. Hij kijkt de kat uit de boom. Beantwoordt u op uw website niet al zijn vragen? Dan haakt hij sneller af – al was het maar om niet voor ‘domme Belg’ versleten te worden.

En wil hij uw bestelwagen huren voor een bedrijfsverhuizing? Dan doet hij dat mogelijk in opdracht van zijn baas – die hem eerst zijn fiat moet geven. Respecteer die wat hiërarchische Belgische bedrijfsvoering. Bied de huurder bijvoorbeeld een prijsargument waarmee hij zijn keuze kan rechtvaardigen bij zijn leidinggevende. Die overigens met Bancontact betaalt, eventueel kiest voor domiciliëring (automatische incasso) en voor de camionette een omnium (allrisk) afsluit.

Voor wat hoort wat

Hoe gaat u concreet aan de slag? Meteen doen: het .be-equivalent van uw .nl-domeinnaam vastleggen – als dat nog beschikbaar is. Wat u op die .be-website zet, hangt af van hoe graag u die zes miljoen Vlaamse klanten over de streep trekt.

U hebt drie keuzes:

  1. Kopieer gewoonweg uw hele .nl-website. Bestraft Google u dan niet wegens dubbele inhoud? Nee, dat is een fabeltje, al beloont Google die aanpak ook niet.
     
  2. Een betere oplossing: kopieer alleen uw websitestructuur, maar vervlaams – of ‘onthollands’ – alle webteksten. Zodat een Vlaamse prospect niet afknapt op woorden die hij niet begrijpt, op een call to action die te dwingend is, of op een stijl die niet de zijne is. Bovendien presenteert u Google zo twee verschillende pagina’s voor hetzelfde trefwoord, met meer kans op SEO-succes.
     
  3. Is het u echt menens? Vertrek dan vanaf nul met een Vlaams trefwoordenonderzoek, ook al bent u een die-hard pleitbezorger van het Standaardnederlands. Selecteer dus ook wijdverspreide dialectwoorden als trefwoord. Tenzij u nonchalante taalgebruikers écht niet als klant wilt, natuurlijk …

    Uw huidige websitemenu blijft gelukkig onaangeroerd: creëer achter de schermen voor elk Vlaams trefwoord een extra landingspagina. Die sluist de bezoeker via een Google-achterdeurtje naar uw .be-website. Klaar om er door u overtuigd te worden!

Bekijk de videoversie

 

De zon schijntErgens in mei, op een prachtige lentedag. We lunchen met de collega’s op ons terras en ik geniet. "Zo leuk dat de zon uit zit.” Gefronste wenkbrauwen en een 'wablieft?'. "Awel, tof dat de zon uit zit." Niemand die me verstaat, behalve Marlies die er ondertussen kwam bijzitten. In West-Vlaanderen zeggen wij: de zunne zit ut, als de zon schijnt. In de rest van België blijkbaar niet.

Dat overkomt me wel vaker. Dat ik dénk een normale uitdrukking te gebruiken. Omdat ik mijn West-Vlaams standaardiseerde. Maar 'netjes uitgesproken' staat nog
niet garant voor 'verstaanbaar'.

Netjes West-Vlaams, toch onverstaanbaar

Enkele voorbeelden

  1. Michel zou wel te doen hebben om al die projectnummers vanbuiten te leren.
    Van: Michel zoe wel te doen ein vwo ol die projectnummers vanbutn te ljèrn.
     
  2. Marlies, die cake van jou is echt mooi nes.
    Van: Marlies, die cake van gie is echt skwunne nes.
     
  3. Ik vind er niet veel raars aan om die vuilbakken buiten te zetten.
    Van: kvinne der niet veel roars an om die vulbakn buitn te zetn.
     
  4. Fabian, is je zoontje Leon al proper?
    Van: Fabian, è je zeuntje Leon ol proper?

Van West-Vlaams naar standaardtaal

Weet u wat ik bedoel? Dan komen wij uit dezelfde streek! Dat ik inderdaad maar wartaal uitkraam? Dan bent u vast niet van West-Vlaanderen. Speciaal voor u de zinnen in échte standaardtaal:

  1. Michel zou zijn handen vol hebben om projectnummers van buiten te leren.
     
  2. Marlies, je cake is perfect gebakken, dus niet uitgedroogd.
     
  3. Ik vind het niet leuk om de vuilbakken buiten te zetten.
     
  4. Gaat Leon al op het potje?
 
Vertel ons met welke uitdrukkingen u het laat donderen in Keulen!

Apen apen apen na. Maar dat doen u en ik even goed. 

 

Klanknabootsing

(Bron: http://lincyeindproject.wordpress.com/category/oorsprong-van-het-gezicht/)

Want vangen wij een geluid op? Dan bootsen we dat na. Horen kindjes een eend snateren in het park? Dan imiteren ze die meteen luidkeels: "Kwaak kwaak!" Slobbert een vriend gulzig aan zijn cola met een rietje? Dan klinkt het aan de andere kant van de tafel lacherig: "Sluuurp". 

De onomatopee of klanknabootsing, het is een van mijn favoriete stijlfiguren. Ze injecteert moeiteloos melodie in uw tekst. En werkelijk iedereen begrijpt onmiddellijk wat u bedoelt – in uw taalgebied dan toch, want ze is anders van land tot land.

Onomatopee-per uw tekst 

Kruid uw teksten af en toe met een snuifje klank-en-geluidspel. Zo proeft uw lezer een fijne afwisseling én laat hij zijn fantasie ongebreideld los op uw woorden. Want het gebrul van de motoren in de stripboeken van Michel Vaillant – vroaaa – klinkt in uw hoofd misschien héél anders dan in het brein van uw lezer.

En de gebruikelijke vroooot wanneer Urbanus er eentje laat knallen, doet uw vrienden denken aan uw legendarische windenconcert. Terwijl u zich de darmgassen van uw grootmoeder levendig voor de neus haalt. 

Gevleugelde taal, op kindermaat 

De ornithologie geeft het goede voorbeeld. De koekoek, de tjiftjaf, de oehoe, ... Geen gevederde kerel kreeg zijn naam toevallig. U herkent ze van ver tijdens uw boswandeling. Wat meteen ook de grootste troef is van de klanknabootsing: u hebt een breed publiek op uw hand. Want iedereen begrijpt wat u bedoelt. 

Kijk ook naar het kinderboek en de strip. Daar wordt vaak haast uitsluitend in onomatopeeën geschreven: 

"De auto tuut luid en vrrrroemt door de straat, terwijl uit het kippenhok kukelukuu klinkt. En bam, klang, boem, daar knalde hij de vuilnisbak omver". 

Onomatopee in cartoons

(Bron: http://beeldendevormingenzo.blogspot.be/) 

Simpel, maar doeltreffend. 

Plagiaat toegestaan 

De onomatopee geeft u dus een vrijgeleide om schaamteloos te kopiëren. Maar spring er vooral creatief mee om! En verzin voor elk denkbaar geluid een woord. 

Bang om voor aap te staan? Laat dan deze Schrijbe'er los op uw tekst. Want voor uw woorden grrrrom ik van plezier. 

 

spuitwater

Stel: u gaat in Nederland op café. Want u hebt dorst. Echt dorst. Zo veel dat u geen bier, maar water bestelt. "Voor mij een spuitwatertje, alstublieft", zegt u dan beleefd. De ober staart u onbegrijpend aan.

U probeert het nog eens. Misschien articuleerde u niet goed? "Voor mij een S-P-U-I-T-W-A-T-E-R." Een ongemakkelijke stilte volgt. De spanning stijgt. Misschien vinden ze het hier gewoon héél raar dat u water bestelt op café? Of drinken ze alleen plat water?

"Euh … water … met bubbels?", probeert u nogmaals, intussen lichtelijk gegeneerd. "Oooooooooo, u bedoelt een spa rood?", klinkt het triomfantelijk. "Komt eraan!"

Watersnobs?

Verweesd blijft u achter. Nooit gedacht dat die Nederlanders zulke watersnobs waren. Drinken ze hier alleen Spa? Belgisch water dan nog? Voor u het weet, hebt u in uw hoofd een hele undergroundscene bedacht van Hollandse luxewaterliefhebbers.

Met een vrolijke "kijk es", wordt u uit uw fantasie opgeschrikt. Want dat zeggen ze ook, in Nederland, als ze u bedienen, een trotse “kijk es”, in plaats van het onderdanige "alstublieft" dat in België gebruikelijk is. Voor uw neus verschijnt een glas. En een flesje spuitwater. Van een onbestemd merk. Geen Spa. Ook geen rode dop te bespeuren.

Merkverwatering

U begrijpt er niets van. Van Dale? Wat blijkt: 'spa' is in Nederland ingeburgerd als soortnaam voor mineraalwater. Dat fenomeen heet – in dit geval heel toepasselijk – merkverwatering. Bovendien komt de term 'spa' al eeuwenlang voor om geneeskrachtig water uit het Ardense Spa aan te duiden. Het Nederlandse gebruik om alle water spa te noemen (rood voor bruis, blauw voor plat), is dus wellicht een gevolg van de prima marketing van het Waalse watermerk in Nederland én de associatie van water met het plaatsje Spa.

Ik weet in elk geval al wat ik zal doen als een Nederlander me ooit om een ‘balpen’ vraagt. Onbegrijpende blik, ongemakkelijke stilte … "Oooo, een bic, bedoelt u?"

 

Stadsregio Turnhout lanceerde gisteren de brochure ‘Onze regio? Een aantrekkelijke winkelregio’. Die onthult hoe de gemeenten Beerse, Oud-Turnhout, Turnhout en Vosselaar hun handelskernen de komende jaren laten groeien en bloeien.

En u raadt ons aandeel al: Schrijf.be verzorgde de teksten.

De opdracht? De originele visienota voor de detailhandel in de stadsregio omwerken tot een frisse en toegankelijke brochure. Met oog voor de kijktest – tussenkopjes, woorden in vetjes, infographics – én de lezer: ieder van de 85.000 inwoners van de 4 gemeenten. Waaronder mezelf ;)

Het resultaat? Klik op de afbeelding:

Brochure Stadsregio Turnhout

Primeur voor Vlaanderen

De burgemeesters van de vier gemeenten overhandigden de nieuwe brochure gisteren aan Ludwig Caluwé, gedeputeerde van de Provincie Antwerpen – zie de verslagen van Het Nieuwsblad en RTV.

“Een primeur voor Vlaanderen”, zo noemt Stadsregio-voorzitter Eric Vos de gezamenlijke visie en aanpak in het voorwoord van de brochure.

Op www.stadsregioturnhout.be leest u hoe de gemeenten samenwerken aan een stadsregio waar het heerlijk is om te wonen, te werken, te vertoeven en te winkelen.

Getekend, een trotse Kempenzoon.

  • Geschreven door
  • op
  • in de Categorie: Belezen

Overtuigende tekst

Overtuigen met woorden, daar draait het om bij copywriting. En ook in de diplomatie is dat de kunst. Vaak met een heel precies doel: toegevingen losweken van de tegenpartij.

Hoe je dat doet? Onder meer door slim gebruik te maken van de verborgen verleiders in onze grammatica. Dat ontdekten twee Israëlische onderzoekers. Zij bedachten een experiment: twee groepen Joods-Israëlische studenten moesten fictieve toegevingen van de staat Israël aan de Palestijnen beoordelen:

  • De eerste groep kreeg toegevingen geformuleerd als substantieven, zoals: “Ik steun de opdeling van Jeruzalem.”
  • De tweede groep kreeg toegevingen geformuleerd als werkwoorden, zoals: “Ik steun het opdelen van Jeruzalem."

Resultaat? Een significant groter deel van de eerste groep liet zich door de formulering van de tekst overtuigen tot een geste. Substantieven boven dus!

Of toch niet?

Positief en persuasief

De verklaring van de onderzoekers spreekt boekdelen: substantieven roepen minder emoties op dan werkwoorden. En ze zetten de lezer niet zo snel aan tot identificatie.

De studenten uit het onderzoek lieten zich door de tekst overhalen omdat die hun gevoel van verlies milderde. Niet omdat die tot hun verbeelding sprak.

Dat laatste is nu net wat u meestal wél wilt bereiken met uw teksten. Overtuigen door positieve emoties op te roepen. Dankzij dit onderzoek weet u wat u dan te doen staat: zoveel mogelijk werkwoorden gebruiken. Al is dat eigenlijk geen nieuws.

Er wordt wel eens gezegd dat studenten liever lui dan moe zijn. Gasten, wij weten beter.
Studenten zijn net fantastische multitaskers. Donderdagavond nog aan het feesten, vrijdagochtend fris – ahum – in de les. Maar dat eindwerk tijdig klaarkrijgen, dat lukte net niet. Daarom geef jij het af in tweede zit. Met deze tien schrijftips kan het niet misgaan.
 

tips eindwerk schrijven

Eindwerktips: 1. trap af met titels

Schrijf eerst je titels en tussentitels. Daarmee:

  • geef je richting aan je werk
  • heb je minder kans om jezelf vast te schrijven

Natuurlijk kun je de titels later nog wijzigen.

Eindwerktips: 2. wees niet bang voor bronnen

Van het woord 'bronvermelding' krijgt de gemiddelde student spontaan rillingen. Zeker als ook de gevreesde APA-norm zich ermee komt moeien. Kies de korte pijn en vermeld de bron direct wanneer je citeert of parafraseert. Want stel je je bronvermelding uit tot op het einde? Dan kruipt er veel meer tijd in.

Eindwerktips: 3. schrijf zoals je spreekt

Krijg jij de zaken niet altijd vlot op papier? Beeld je dan in dat je jouw onderwerp mondeling uiteenzet. Wedden dat je sneller op je woorden komt? En nee: schrijftaal hoeft niet altijd ingewikkeld te zijn. Integendeel! Schrijf zoals je spreekt. Maar maakt wel dat het nie al te familiair wordt é.

Eindwerktips: 4. ik zou zouden schrappen

Moet je voor jouw eindwerk een fictief product ontwerpen/ dienst opzetten?
Verval dan niet in de zou-vorm.
Dus niet:

We zouden personeel zoeken via LinkedIn en zouden dan een sollicitatiedag organiseren en dan zouden we …

Maar wel:

We zoeken personeel via LinkedIn en organiseren een sollicitatiedag.

Je intelligente lezer weet wel wat je bedoelt. En dartelt gemoedelijk door je vlotte tekst.

Eindwerktips: 5. vertel het aan een vreemde

Oké, je prof is een expert. Toch moet je eindwerk begrijpelijk zijn voor iedereen. Schrijf dus alsof je lezer een leek is. Extra voordeel: het helpt je om informatie duidelijk te structureren.

Eindwerktips: 6. speel op safe met spellingscontrole

Het leven kan zo simpel zijn. Je hoeft er zelfs geen app voor te downloaden! Schakel in Word je spellingscontrole in en maak komaf met spelfouten. Maar gebruik ook je gezond verstand, want Word heeft het wel eens mis. Twijfel je? Ga dan te rade bij Vandale.be, Woordenlijst.org of zoek het op in een woordenboek.

Eindwerktips: 7. lees hardop

Zelfs professionele copywriters maken schrijffouten. De Schrijfbe'ren leven daarom volgens de gouden regel: lees elke tekst hardop. Je stuit tijdens het lezen op lidwoorden die ontbreken, een woord dat er twee keer staat, verschillende lettertypes, … spot jij ze voor je prof ze spot?

Eindwerktips: 8. let it go, let it go

Schrijven is schrappen. Bevrijd je tekst van herhalingen en overtollige zinnen. De essentie springt nu in het oog.

Eindwerktips: 9. let it go, let it go (deel 2)

Zoals in elke goede relatie, heb je wel eens afstand nodig van elkaar. Leg je tekst een paar dagen in de schuif (niet te ver, je moet hem nog terugvinden) en bekijk hem een paar dagen later met een frisse blik.

Eindwerktips: 10. laat je eindwerk nalezen door een vriend(in)

Je zit nu al dagenlang in je eindwerkgrot en blikt nostalgisch terug op je sociale leven. Deze tip brengt je een gedroomd excuus om nog eens buiten te komen. Laat je eindwerk nalezen door een vriend/ vriendin/ familielid. Of door Schrijf.be. Zo test je of de tekst toegankelijk genoeg is. Daarnaast spot jouw kwaliteitsbewaker vast nog enkele grammatica- of spelfouten.


Oké. Genoeg rondgehangen op het internet. Jij bent klaar voor je eindwerk!

Social proof

Sommige dingen merk je pas op als ze er niet meer zijn. Zoals een lachband. Bekijk eens zo’n 'best grappige' sitcom zonder ingeblikte publieksreacties. Ontnuchterend, niet?

De mens is een sociaal dier – en de lachband buit dat meesterlijk uit. Horen we anderen het uitproesten? Dan schateren we vrolijk met hen mee. Ook als er eigenlijk niet zoveel te lachen valt.

Het gelijk van de kudde

Social proof heet dat. In het Nederlands: sociale bewijskracht. Of – minder eerbiedig – kuddegedrag. De laatste jaren een hippe term bij marketeers. Nochtans zit het al heel lang in de gereedschapskist van menig copywriter:

  • "Het meest verkochte wasmiddel in de Benelux!"
  • "Meer dan 10.000 klanten gingen u al voor!"

Sterke argumenten? Eigenlijk niet. Want heel veel mensen kunnen zich tegelijk vergissen. Maar onze drang om het voorbeeld van de massa te volgen, is sterker dan om het even welke tegenwerping van ons verstand. En dus steekt het 'gelijk van het getal' in heel wat verkoopteksten de kop op.

Social proof is onweerstaanbaar …

Helemaal mooi wordt het als je sociale bewijskracht koppelt aan schaarste:

  • "Opgelet, er zijn nog maar een paar plaatsen beschikbaar!"

Door heel veel mensen gewild en maar voor een handvol weggelegd? Dat moeten we hebben. Zo zit ons brein nu eenmaal in elkaar. Succesvolle websites doen er hun voordeel mee. "Op dit moment door 76 mensen bekeken", zeggen ze over die hotelkamer in Rome. En: "Nog maar 1 exemplaar beschikbaar!" over dat populaire kookboek.

… maar kijk toch maar uit

Social proof is niet altijd het meest aangewezen marketinginstrument. Laat het bijvoorbeeld achterwege wanneer:

  • u overduidelijk boven uw gewicht bokst. Hebt u twaalf volgers op Facebook? Een goed begin, maar wacht nog maar even met die socialmedia-counter op uw website.
  • uw prospects net op zoek zijn naar exclusiviteit. "Het meest gedragen zomerjurkje van 2018" is bijvoorbeeld géén goede slogan.
  • uw prospects zich misschien niet identificeren met uw klanten. Pakt u op uw website uit met de logo’s van multinationals? Dan denkt een kmo’er: duidelijk niets voor mij – en verdwijnt voor altijd.

Nog een laatste tip: uit onderzoek blijkt dat negatieve social proof niet werkt. Hardrijders proberen af te schrikken met het bord: "Vorige maand werden hier 75 mensen geflitst wegens overdreven snelheid"? De kans is groot dat mensen sneller gaan rijden om bij die 75 te horen.

Want zo zitten wij mensen in elkaar: vaak irrationeel en soms gewoon … lachwekkend.

Heet, heter, heetst. Zit u ook zo te puffen op kantoor? Met een ijskoffie voor uw neus en het zweet dat gestaag langs uw neus op uw toetstenbord drupt? En verzuchtte u misschien ook al het volgende: "Wanneer is dat nu gedaan met die ellendige hittegolf?"

hittegolf

Geef toe: de kans is groot, deze dagen. Maar. Maar! Wanneer mag u eigenlijk spreken van een hittegolf? Als we minstens vijf opeenvolgende dagen 25 °C halen – waarvan drie dagen minstens 30 °C. De hittegolf zit erop zodra we een dag onder de 25 graden blijven. 

Hoe erg u dus ook aan het afzien bent, dit is er géén (wat betekent: het kan nóg erger).

IJlende copywriter

Wat de hitte met mij deed?
Ik begon te ijlen.
En verloor mezelf in taalfilosofische bespiegelingen
(voor beginners).

Want hitte is relatief.
Dus kon de term hittegolf nooit een universeel begrip zijn.
Of toch?

Amerikaan moet harder zweten

Nee hoor: afhankelijk van waar je je bevindt
blijkt hetzelfde woord inderdaad iets anders te betekenen.

In Amerika heb je meestal drie opeenvolgende dagen 32,2 °C in de schaduw nodig.
In Redding (Californië) zelfs 40,6 °C!

Wauw, dacht ik. Hitte is relatief. Taal is relatief. Álles is relatief.
En toen had ik absoluut wat afkoeling nodig.