Ga naar de inhoud
Let op: Om het voor u gemakkelijk te maken, gebruikt deze website cookies. Akkoord Niet oké.
Schrijf.be

Copywriters: wat drijft hen? Waarvan worden ze warm of koud? Neem een kijkje achter de schermen!

Blogposts door Wim

Wim
Naam
Wim Van Rompuy
Bouwjaar
1963
Functie
Kwaliteitsbewaker
Provincie
Antwerpen
  • Geschreven door Wim
  • op
  • in de Categorie: Tenenkrullers
Wilt u een sms om uw klant te krijgen? Is een informeel bedrijf? Is het verhaal op tijd geschreven? Bingo: Nederlandse Nederlander Schrijf.

Werkt machinevertaling al zoals het hoort? We schotelen Google Translate ons homepagetekstje voor. En zien waar we uitkomen na vier vertaalstappen.

Met enkele Europese talen begint de tekst al meteen te hinken. Toch begrijp je nog net wat er ongeveer wordt bedoeld:

 

Maar bij een wat exotischere hink-stap-sprong, verslikt Google zich meteen:

 

Vertalers hoeven nog niet meteen voor hun job te vrezen.
Om nog maar te zwijgen van hertalers ...

  • Geschreven door Wim
  • op
  • in de Categorie: Opinie
Naar aanleiding van de presentatie van het rapport ‘Taalsectorverkenning’ door de Taalunie

“Heb jij voorbeelden die aantonen hoe een taalbedrijf waarde creëert voor een klant?”, vraagt Dries Debackere, de uitvoerder van de taalsectorverkenning in België. Ja, die heb ik. Tientallen, zelfs. Daarvan selecteer ik er hier drie die ook meetbaar zijn. Want facts & figures: daarom draait het bij de economische betekenis van taal, toch?

Vlaams-Nederlands

Ooit was ik Benelux-productmanager in de farmaceutische industrie. En schaarde ik me met enkele Belgische topdokters rond een Nederlandse vergadertafel van een universitair ziekenhuis. De vergadering verliep vlot want de geesten waren gelijkgestemd. Tot de Nederlandse voorzitter de Belgen voor de voeten wierp dat zij ‘voortvarend’ waren. En die net niet de zaal verlieten na de sneer dat ze onbedachtzaam te werk gingen. Had ik toen al tot de taalsector behoord, dan had ik de gemoederen meteen gesust. Door de Vlamingen te vertellen dat ze van aanpakken wisten – want dát betekent ‘voortvarend’ voor een Nederlander.

Jaren later helpt Schrijf.be Nederlandse en Vlaamse bedrijven om zich te beschermen tegen hun eigen taalvariant. Door hun teksten te vervlaamsen (onthollandsen) of te verhollandsen (ontvlaamsen). En dat gaat verder dan taalissues fiksen. Een voorbeeld? Zelf haakte ik ooit in extremis tijdens een onlinebestelling af omdat de ‘Hollandse’ webshop maar bleef zeuren over een verplicht KvK-nummer. Dat wij in België gewoon niet hebben. Een ondernemingsnummer, dat wel ja. Had de e-handelaar zijn aankoopproces even laten checken door een Vlaming, dan was dat niet gebeurd.

Vraagt een opdrachtgever dus naar de tastbare ROI (return on investment) van Vlaams-Hollandse lokalisatie? Dan hoeft hij maar te tellen hoeveel minder shoppers er tijdens het aankoopproces afhaken. En vergelijkt hij hun gezamenlijke aankoopsom met zijn investering.

A/B-test

Een bezwaar dat iedere taalleverancier herkent: “U beweert dat uw tekst (of vertaling) beter is dan mijn origineel. Maar ik weet dat uw versie mijn klanten tegen de borst zal stuiten omdat ze te (vul in naar believen) eenvoudig/speels/ongekunsteld is.” Dan stellen we een A/B-test voor: twee versies van een webpagina die je afwisselend voorschotelt, twee versies van een e-mailing of van een direct mail. Meet het verschil in respons en vermenigvuldig dat met de gemiddelde waarde per extra lead. Twijfelt een klant aan de doeltreffendheid van een herwerkt persbericht? Tel het aantal perspublicaties.

Wat ik me alleen afvraag: als hard bewijs zo gemakkelijk te vergaren is, waarom gebeurt het dan niet vaker? Waarom stellen we het vanuit de taalsector niet vaker zelf voor?

SEO-copywriting

Een laatste voorbeeld van een taaldienst met meetbare, toegevoegde waarde? SEO-copywriting. Door SEO of zoekmachineoptimalisatie scoren bedrijven hoog in de Google-zoekresultaten – zonder de zoekgigant daarvoor te betalen. Naast de websitetechniek en -populariteit bepaalt de webtekst en de vorm waarin die is gegoten, het resultaat. En dat resultaat is tot op de eurocent meetbaar. Want de mogelijkheden zijn legio. Hoeveel extra bezoekers krijgt het bedrijf op zijn website? Tot hoeveel extra aanvragen leidde dat? Of nog: hoeveel spendeerde ieder van die extra bezoekers? Enzovoort, want meten is weten.

Onze toegevoegde waarde bewijzen

Vlaams-Nederlandse lokalisatie, A/B-tests en SEO-copywriting: het zijn drie voorbeelden van meetbare resultaten van taaldiensten. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen die in de taalsector werkt, er andere kan bedenken. Meer nog: ze móét bedenken. Want of de taalleverancier het nu leuk vindt of niet: elke investering wordt vroeg of laat afgemeten tegen het extra resultaat dat ze genereert. Terecht, volgens mij.

Daarom ben ik blij dat de taalsectorverkenning net draait om becijfering.

Taalberoepenlijst: eindelijk!

De grootste verdienste van dit rapport? Dat we eindelijk beschikken over een taalberoepenlijst (pagina 71-73) , die bovendien zinvol is ingedeeld in een kern en een schil met vier segmenten. Het is de onontbeerlijke afbakening om informatie uit statistieken te puren.

Toch doet de taalberoepenlijst meer dan duidelijkheid scheppen: ze haalt taalwerkers uit hun isolement. Wel, mij alleszins: toen ik de lijst overliep, voelde ik me plots lid van een groep worden – een grote en gevarieerde groep. Een gevoel dat me tot dan toe vreemd was door de versnippering van de taalsector: over de statistische bedrijfssectoren én over opvallend veel freelancers en vrijwilligers, vergeleken met andere beroepen.

Werkpaarden krijgen erkenning

Het deed mij bovendien deugd dat in de studie de taalwerker van de kern het ‘werkpaard van het blote taalproduct’ wordt genoemd. Het is een geuzennaam die ik alvast met trots draag. Alleen: hoewel een werkpaard de brute taal-pk’s levert, wordt het daarvoor zelden expliciet erkend. Die eer valt eerder te beurt aan wie zich in de schil van de taalberoepenlijst beweegt.

Optimisme, maar investeringen?

Ik deel dus het optimisme voor de toekomst dat uit de bevraging blijkt. En verbaas me mee over het gigantische potentieel dat kennelijk nog verscholen ligt in de sector van de groot- en kleinhandel. Maar ik maak me, samen met de studie, ook zorgen over het gebrek aan investeringen.

Die draaien lang niet alleen rond hoogtechnologische ontwikkelingen zoals vertaalgeheugens of artificiële intelligentie. Ik kijk bijvoorbeeld reikhalzend uit naar investeringen in de kwaliteitsmonitoring van taaldiensten, die het kaf van het koren zou scheiden. En opdrachtgevers toch een minimale garantie bieden.

Wim Van Rompuy, Schrijf.be-zaakvoerder en -kwaliteitsbewaker

  • Geschreven door Wim
  • op
  • in de Categorie: Schrijf.tip.

Wilt u dat uw schermlezer doet wat u van hem verwacht? Val dan met de deur in huis.

Ontdek hoe u dat doet in uw:

En ontdek er als bonus de schrijftip die de zeventiende-eeuwse Pascale Blaise voor u in petto heeft ...

  • Geschreven door Wim
  • op
  • in de Categorie: Vlaamderlands.

Dit artikel leest u ook in Tekstblad (nummer 3, jaargang 2018).

Uit het leven gegrepen: een Noord-Brabantse verhuurder van bestelbussen speurt naar nieuwe klanten via het web. Hoe hij dat doet? Door Google te verleiden met een uitgekiende SEO-strategie. Helaas verhuurt hij bijna nooit aan Vlaamse klanten, ook al wonen die net zo dichtbij. Waarom niet?

Bekijk de videoversie.

Stel u eens voor dat ú die verhuurder van bestelbussen bent. En dat u voor de werving van nieuwe klanten inzet op Google. Hoe? Door voor elke trefwoordengroep een aparte webpagina te schrijven. Zoekt een prospect op ‘bestelbus huren’? Dan prijkt uw verhuurbedrijf bovenaan de 35.000 zoekresultaten op Google.nl. En omdat u van aanpakken weet, legt u met uw andere webpagina’s beslag op tientallen andere zoekcombinaties – zoals ‘goedkope bestelbus’, ‘verhuur bestelbus’ of ‘bestelbus particulier’. Kortom, zoekmachineoptimalisatie (SEO) op zijn best!

Hollands rad voor de ogen

Alleen: waarom blijven die Vlaamse klanten toch weg? Hebben ze geen zin om bij ‘nen Ollander’ te huren, zelfs al is die goedkoper? Nee, daar wringt de schoen (in Vlaanderen: ‘het schoentje’) niet. De Vlaamse klant huurt geen bestelbus bij u, omdat hij het woord ‘bestelbus’ niet … kent.

De Vlaamse klant huurt geen bestelbus bij u, omdat hij het woord ‘bestelbus’ niet … kent.

Maar waarom geeft Google.be u dan, net zoals Google.nl, toch resultaten voor ‘bestelbus’? Waarom zou de .be-zoekmachine dat doen voor een woord dat een Belg niet eens kent? Omdat Google via uw IP-adres en/of locatie weet dat u zoekt vanuit Nederland, en zijn resultaten daaraan aanpast. U gebruikt dus wel de Belgische Google, maar dat gedraagt zich alsof u wilde zoeken op Google.nl. U krijgt dus nooit de resultaten te zien die Google.be aan een Vlaming voorschotelt!

Ironisch toch: doordat u als klant ván Google op uw wenken bediend wordt, loopt u dóór Google uw Vlaamse bestelbushuurders mis!

Bestelbus, bestelwagen, camionette

Hoe rukt u uw Hollandse oogkleppen af? Door anoniem op Google.be te zoeken via een buitenlands VPN (Virtual Private Network). De zoekmachine kent dan uw nationaliteit niet en diept voor ‘bestelbus huren’ veiligheidshalve ook ‘bestelwagen huren’ uit zijn thesaurus op.

bestelbus

Bent u een nieuwsgierig aagje? Dan ontdekt u in de Belgische zoekresultaten en betaalde advertenties trouwens ook ‘camionette huren’. Dat dialectwoord overtreft ‘bestelwagen’ zelfs in de dagelijkse Vlaamse omgangstaal. Nogal wat Vlamingen spellen het bovendien achteloos als ‘camionet’. Zet dus voor Google.be in op bestelwagen, camionette én camionet.

Nog wat voorbeelden: bent u een expert in dekvloeren leggen? Op Google.be bent u een krak in ‘chape gieten’. Verkoopt u feestelijke overhemden? Jammer, want een Vlaming trekt zijn hemd aan. En in de onlinehuishoudwinkel wordt een soeplepel een pollepel, een steelpan een pan, en een pan een pot!

Bent u een expert in dekvloeren leggen? Op Google.be bent u een krak in ‘chape gieten’.

Cultuurverschillen en argumentatie

Oké, u nam de grootste hindernis: met Vlaamse SEO gidst u ook de Vlaming naar uw website. Schrik hem nu niet af. Want, zonder te willen veralgemenen: hij is terughoudender dan een Nederlander. Hij kijkt de kat uit de boom. Beantwoordt u op uw website niet al zijn vragen? Dan haakt hij sneller af – al was het maar om niet voor ‘domme Belg’ versleten te worden.

En wil hij uw bestelwagen huren voor een bedrijfsverhuizing? Dan doet hij dat mogelijk in opdracht van zijn baas – die hem eerst zijn fiat moet geven. Respecteer die wat hiërarchische Belgische bedrijfsvoering. Bied de huurder bijvoorbeeld een prijsargument waarmee hij zijn keuze kan rechtvaardigen bij zijn leidinggevende. Die overigens met Bancontact betaalt, eventueel kiest voor domiciliëring (automatische incasso) en voor de camionette een omnium (allrisk) afsluit.

Voor wat hoort wat

Hoe gaat u concreet aan de slag? Meteen doen: het .be-equivalent van uw .nl-domeinnaam vastleggen – als dat nog beschikbaar is. Wat u op die .be-website zet, hangt af van hoe graag u die zes miljoen Vlaamse klanten over de streep trekt.

U hebt drie keuzes:

  1. Kopieer gewoonweg uw hele .nl-website. Bestraft Google u dan niet wegens dubbele inhoud? Nee, dat is een fabeltje, al beloont Google die aanpak ook niet.
     
  2. Een betere oplossing: kopieer alleen uw websitestructuur, maar vervlaams – of ‘onthollands’ – alle webteksten. Zodat een Vlaamse prospect niet afknapt op woorden die hij niet begrijpt, op een call to action die te dwingend is, of op een stijl die niet de zijne is. Bovendien presenteert u Google zo twee verschillende pagina’s voor hetzelfde trefwoord, met meer kans op SEO-succes.
     
  3. Is het u echt menens? Vertrek dan vanaf nul met een Vlaams trefwoordenonderzoek, ook al bent u een die-hard pleitbezorger van het Standaardnederlands. Selecteer dus ook wijdverspreide dialectwoorden als trefwoord. Tenzij u nonchalante taalgebruikers écht niet als klant wilt, natuurlijk …

    Uw huidige websitemenu blijft gelukkig onaangeroerd: creëer achter de schermen voor elk Vlaams trefwoord een extra landingspagina. Die sluist de bezoeker via een Google-achterdeurtje naar uw .be-website. Klaar om er door u overtuigd te worden!

Bekijk de videoversie

 

  • Geschreven door Wim
  • op
  • in de Categorie: Schrijfdokter

u of jijDe vaakst gestelde vraag
tijdens een Schrijfdokter®-training?

Spreek ik mijn lezer aan met 'u' of 'jij'?

Ontdek mijn antwoord:

 

  • Geschreven door Wim
  • op
  • in de Categorie: SEO

lange meta description

Update van het artikel van 12 januari 2018.

Aaaaaaaargh! Dat is mijn reactie op ‘urgente’ richtlijnen voor de nieuwe, langere meta descriptions in Google. Waarom? Omdat het SEO-paniekvoetbal is, zonder harde data, laat staan een webstrategie of SEO-tactieken die naam waardig.

Hoog tijd voor een copykijk op het meta description-veranderingetje. In een wat langer blogartikel, ja. Want kort mag dan wel krachtig zijn, vaak is het gewoon ... te kort door de bocht.

Wat is een meta description tag?

Weet u wat een meta description precies doet? Sla dan deze alinea over. In het andere geval:

De meta description is het tekstje onder de titel van elk Google-zoekresultaat. Het is vaak een snippet: de zoekmachine pikt flarden uit uw eigenlijke webpaginatekst. Tenzij u zelf een handje helpt met een beter voorstel. Wanneer gaat Google daarop in? Als u ervoor zorgt dat u de zoek-/trefwoordengroep uit uw paginatitel hergebruikt in uw meta description tag. Google zet die trouwens ook vetjes – bijvoorbeeld wanneer u zoekt op ‘brochure schrijven’:

lange meta description

Toch wordt het nooit saai. Want Google is eigenwijs genoeg om uw ‘aanbeveling’ soms straal te negeren. Een voorbeeld.

Zoekt u op ‘flyer copywriting’? Dan gebruikt hij de meta description die wij meegeven:

lange meta description

Zoekt u op ‘flyer schrijven’, wat niet in de paginatitel voorkomt? Dan start Google met ons voorstel, dat hij aanvult met eigen knip-en-plakwerk. Daarbij zoekt hij een match met de zoekterm ‘flyer schrijven’ in de eigenlijke paginatekst:

lange meta description

Goed om te weten: Google houdt met de meta description geen rekening voor zijn ranking. (Nog een overblijfsel uit de tijd dat webmasters de toen nog naïeve zoekmachine op die manier om de tuin leidden.)

Meta description = klik door naar iets unieks

Waarom u de description tags nooit blanco laat in uw contentmanagementsysteem – scrabbletip! – zoals Wordpress? Omdat bovenaan in Google prijken geen cent waard is als er niemand doorklikt. En daarvoor zorgt de meta description, met zijn:

  1. USP (unique sellingpoint): u vertelt wat u uniek maakt – anders dan alle andere zoekresultaten.
  2. CTA (call to action): u vraagt expliciet om door te klikken – meestal met een imperatief. Al mag het soms ook wat omfloerster:

lange meta description

Hoera voor de lange meta description?

Net als tweets mogen meta descriptions voortaan dubbel zo lang zijn: tot 210 (mobiel) of 320 tekens in plaats van de vroegere 160.

U duwt uw concurrent van het scherm. So?

“Hoera!”, juicht de modale SEO'er. “Zo duwt u als slimme marketeer uw concurrent lager op het scherm – als het kan zelfs uit het zicht. U neemt meer ruimte in én krijgt meer woorden om de schermlezer lekker te maken voor uw voorstel. Dus klikt die vaker op uw link. Wat Google dan weer waardeert door die nog wat hoger te zetten. Hoewel ook het … omgekeerde kan gebeuren. Omdat u in uw lange meta description het eigenlijke antwoord al geeft. En de zoeker dus niet meer hoeft door te klikken. Backfire!

Meta description: bewijzen op tafel, graag

Dat zijn maar enkele van de ronkende theorieën waarmee kortzichtige SEO’ers kwistig strooien. Want dat zijn het: niet meer dan theorieën. Dat blijkt alleen al uit de talrijke parapluwoorden waarmee ze worden gepresenteerd: ‘kan’, ‘is het mogelijk dat’, ‘is de kans aanwezig’, enzovoort.

Daarom slaakte ik een ‘Aaaaaaaaaargh!’ toen ik, nu al, deze actiepunten las:
(1) Check in je webstatistieken welke pagina’s de meeste kliks krijgen uit Google.
(2) Begin met het herschrijven van de
meta descriptions van deze pagina’s en houd daarbij een veilige limiet van 300 tekens aan. (…)

Voor alle duidelijkheid: doe dat dus in geen geval! Waarom? Gezond boerenverstand.

  1. Never change a winning team of page title en meta description. Wat hoog scoort, láát je hoog scoren – tot de eerste tekens van verzwakking.
  2. Wacht op harde bewijzen, en bouw uw SEO-tactieken niet op drijfzand van gissingen. Baseer u op studies in uw sector die aantonen (1) of het wegduwen van uw concurrent de hoofdrol speelt dan wel (2) of het uitlokken van een klik met een bondige meta description dat doet. Of doe die tests zelf.

Schrijf.be & meta descriptions

Schrijf.be staat erom bekend niet met de wolven mee te huilen.

Wij raden onze SEO-klanten, en u, aan om nog niet te raken aan de meta descriptions van pagina’s die hoog scoren. 

Raak nog niet aan de meta description van een pagina die hoog scoort.

Blijft de vraag of lange meta descriptions überhaupt beter converteren dan korte. Daarop is het antwoord een volmondig ‘Ja!’ … voor Google. Anders zou Google deze zet nooit doen. Want reken maar dat er miljarden A/B-kliktests aan voorafgingen.

Maar omdat iets beter is voor Google is het niet per se beter voor u. Want niemand kent beter de waarde van een webpagina-element dan de website-eigenaar. U, dus. En dat levert vaak heel andere inzichten op. Zo weten wij uit A/B-tests dat onze kortere meta descriptions beter worden aangeklikt dan die die de ‘oude’ 160 tekens benutten. We zouden wel gek zijn om ze nu plots te verlengen naar 300 tekens.

Luie lezer kiest korte meta description

Waarom onze zoekers korte meta descriptions verkiezen? Daarnaar hebben wij het raden. Hoewel ook daar vast het geheim van de copywriter meespeelt: onze schermlezer is lui. En wees er maar zeker van dat de uwe dat ook is.

Daarnaast: wat krijg je als álle meta description tags 300 tekens tellen? Grijze blubber. Waarop uw helder gekleurde stip van een ultrakorte meta description nog meer in het oog springt. De haastige zoeker – en zijn er andere – redeneert: ahaah, toch iemand die ook in weinig woorden zijn punt maakt! En … klík. Merkt u hoe in de topzoekresultaten (van aan mijn bureau in het Mechelse) voor ‘webteksten schrijven’ onze korte description tag opvalt?

lange meta description

TIP: bekijk het instantresultaat van uw meta title en meta description.

SEO-marketing? Kwestie van boerenverstand

Conclusie? Gebruik een techniek als lange meta descriptions nooit omdat hij nieuw is – en niet meer dan dat. Anders verkoop ik u morgen een fiets die dubbel zo hoog is. Test eerst of u ook sneller rijdt met die grote fiets. En niet gewoon op het asfalt dondert.

Koopt ú een fiets omdat hij dubbel zo groot is?

Overweeg dus altijd of een nieuwe techniek, waarover iedereen toetert, ook … beter is. Beter voor úw business. Test hem mondjesmaat. En zet pas alle zeilen bij als de tests herhaaldelijk positief zijn.

Kwestie van gezond verstand.

Update: meta descriptions weer ingekort

Gezond verstand loont, blijkt een luttele vijf maanden later: Google bevestigt dat het zijn descriptions tags weer korter maakte. Een storm in een glas water dus.

  • Geschreven door Wim
  • op
  • in de Categorie: Vlaamderlands.

"Ik had het u toch gevraagd?!" Nee, hier snauwt geen knorrige bedrijfsleider tegen zijn verstrooide leverancier, maar een Vlaamse vader tegen zijn tienerzoon. Want zij spreken meestal in tussentaal: geen Vlaams dialect, maar ook geen Standaardnederlands. Wel een informele omgangstaal – met eigen persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden.

“Heb jij je boeken niet bij? Ik had het je toch gevraagd!” wordt dan: “Hebt gij uw boeken niet bij? Ik had het u toch gevraagd?” (Al is de stapelvorm ‘Hebdegij’ nog gebruikelijker.)

Vader tot zoon: 'Hebt gij uw boeken niet bij?'

Ik zie u graag. Ik hou van je.

Een ouder die ‘u’ en ‘uw’ zegt tegen zijn kind? Als Nederlander weet u niet wat u hoort. Als het u kan geruststellen: ook een Vlaming vindt het raar … als hij het leest. Want tussentaal wordt alleen gesproken, niet geschreven. In teksten schakelt de Vlaming instinctief over op het Standaardtaal-register met het ‘juiste’ u/uw of jij/jouw. Hij fluistert zijn geliefde in het oor: “Ik zie u graag”, maar koopt met Valentijn een kaartje ‘Ik hou van jou.’ Als Nederlander krijgt u er kop noch staart aan. (U begrijpt het niet.)

 

beleefde Vlaming

Je/jij verdwijnt van het toneel

De Vlamingen geven taalkundigen die de uitroeiing van de gij-vorm voorspelden, lik op stuk. Want in 2013 sprak al 78% van de Vlamingen met zijn partner in de gij-vorm, en 59% ook met collega’s.

En Vlaamse jongeren keren zich hoe langer hoe meer af van het Standaardnederlands. Sommige Vlaamse voortrekkers introduceren zelfs de ‘ge’ in de schrijftaal, zoals vlaamswoordenboek.be. Al vindt een Vlaming dat even potsierlijk als een ‘je’ in zijn spreektaal. Maar hoelang nog?

Onthoud: zegge en schrijve 
* Zegt een Vlaming ‘u(w)’ tegen een andere Vlaming? Dan is dat alleen de beleefdheidsvorm als ook de context klopt (‘Mevrouw, ik heb het u toch gezegd?’). Bespeurt u een ‘ge/gij’ in dezelfde zin? Dan is de u/uw geen beleefdheidsvorm, maar een Vlaamse je/jou/jouw.
* Spreekt een Vlaming met een Nederlander? Dan blijft hij vaak wat langer in de u-vorm hangen, omdat die hem vertrouwder in de oren klinkt.
Schrijft een Vlaming? Dan gebruikt hij u/jij net zoals een Nederlander dat doet.

Respect, geen mededogen

Uw taal, het Standaardnederlands, is voor de doorsnee Vlaming niet meer dan een schrijftaal. Spreekt u hem aan? Dan moet hij plots die ‘vreemde’ taal ook spréken. En, slaafs als hij is, doet hij wat hij kan om u ter wille te zijn. Daardoor verkrampt hij. Overcompenseert hij in een stijl-met-stijve-boord. Want bij elk woord vraagt hij zich af of het wel zo hoort in het Standaardnederlands.

En jullie – goedbedoelde – opmerking “dat hij zo leuk klinkt”, helpt echt niet, hoor. Mijn oproep? Groei wat naar het Vlaams toe, zoals de Vlaming al twee eeuwen het ‘Hollands’ krijgt ingelepeld. (zie kaderstuk). Test bijvoorbeeld al eens hoe u scoort op www.Vlaams.nu

 

Jij wordt gij, jou wordt u, maar u blijft u

Misschien beleefd, zeker lui

Van Standaardnederlands naar Vlaamse tussentaal switchen? ‘Jij’ wordt ‘gij’, ‘jou’ wordt ‘u’ en ‘jouw’ wordt ‘uw’. Maar ‘u’ blijft ‘u’. Dat laatste is belangrijk. Want spreekt een Vlaming met een Nederlander? Dan blijft hij langer in die vertrouwde u-vorm hangen: ‘jij’ schrijft hij alleen, hij zegt het nooit. Het klinkt zo akelig onnatuurlijk dat hij zijn naturel verliest.

Bovendien kijkt de stereotiepe Vlaming de kat uit de boom bij die wat al te vlotte Nederlander. En ook daarvoor is de afstandelijke ‘u’ een puik instrument. De Vlaming is dus eigenlijk niet beleefd, hij maakt het zich alleen gemakkelijk. Ook de Belgische context speelt mee: twee Franstaligen blijven elkaar halsstarrig vousvoyeren tot een van beiden voorstelt: “Est-ce que on va se tutoyer?” (Zullen we elkaar met ‘je’ aanspreken?).

 

Algemeen Vlaams?
‘Tussentaal’ is enkelvoud en daarom misleidend. Er bestaan evenveel soorten van als er Vlamingen zijn: ieder maakt zijn eigen brouwsel van de standaardtaal en zijn dialect.

Vlamingen maken het een Nederlander dus niet gemakkelijk. Al is dat eigenlijk niet hun schuld, hoor. Wel die van de Noordelijke Provinciën die solo gingen: zij beleefden vervolgens hun Gouden Eeuw die ook hun taal harmoniseerde. Intussen brabbelden de Vlamingen in hun eigen dialect, zonder lingua franca.

Tot België zich aandiende. En de Vlaamse intelligentsia de doorsnee-Vlaming de - vreemde, maar tenminste uniforme – ‘Nederlandse’ standaardtaal opdrong om het Frans te counteren. Een kunstgreep die nu gedoemd is om te mislukken. Want ook al schreeuwen sommige Vlaamse schrijvers, journalisten en politici moord en brand: de tussentaal rukt op, ook in het onderwijs en zeker op radio en tv. Of dat ooit resulteert in een Algemeen Vlaams naast een Algemeen Nederlands? Wat denkt gij ervan?

*Dit artikel verscheen ook in Tekstblad.

  • Geschreven door Wim
  • op
  • in de Categorie: SEO

https en GoogleDat u bij Schrijf.be gerust bent, wist u al. Gerust dat onze teksten top zijn, gerust dat u ze op tijd krijgt.

En nu bent u ook gerust terwijl u dit leest. Kijk maar eens bovenaan naar het hangslotje voor het webadres. Met https erachter in plaats van http.

Bij ons bent u veilig

Het verschil tussen http en https? Https is veiliger: de s staat voor 'secure'. Het beveiligt de informatie die u invult, tegen hackers.

En het SSL-certificaat dat erbij hoort, garandeert dat wij als website-eigenaar zijn wie we beweren te zijn. (Begaafde copywriters, en zo.)

I'll scratch your back if you scratch mine

https voor Google

U laat hier geen staatsgevaarlijke informatie achter. En ook geen bankgegevens zoals in een webshop. Waarom stapt Schrijf.be dan toch over naar https? Eenvoudig: om Google te vriend te houden.

In de zomer van 2014 maakte de zoekgigant al bekend dat het https-websites een zacht duwtje in de rug zou geven. Lees: hun pagina's net iets hoger zou klasseren in zijn zoekresultaten. Maar dat https gaandeweg belangrijker zou worden als SEO-factor.

In 2016 kondigde Google aan dat zijn webbrowser, Chrome, vanaf 2017 expliciet zou aangeven of een verbinding veilig is of niet. Dat gold toen alleen voor webpagina's die wachtwoorden of bankgegevens verzamelen. 

In 2018 zet de zoekreus alle middelen in: vanaf juli markeert het álle http-sites als onveilig.

Waarom Google dat doet? Om zijn goede naam te beschermen bij zijn klanten, de zoekers. Want stel dat uw gegevens worden gekaapt nadat Google u naar een onveilige website had verwezen? Wie zou u dan onbewust de schuld in de schoenen schuiven?

https voor Google

Mede daarom beloont Google de websites die meewerken aan hun masterplan voor webveiligheid: "I'll scratch your back if you scratch mine, Schrijf.be."

SEO? Inhoud eerst

Uiteraard maakt de inhoud van een webpagina nog altijd de hoofdmoot uit van een hoge ranking voor een bepaald trefwoord. Net zoals de websites die naar uw pagina linken. En het vermijden van technische struikelblokken voor de Google-robot.

(Download uw A4 SEO-spiekbrief.)

Wilt u uw website een extra duwtje in de rug geven? Werk dan mee met Google: schakel over van http naar https.

Op 1 maart is het complimentendag. En daar heb ik wel oren naar als bedrijfsleider.

Nieuwe vaardigheden verwerven of bestaande uitbouwen?

Dag in dag uit probeer ik het beste uit mijn mensen te halen. Hoe? Door hen iets voorbij hun comfortrandje te duwen: naar onbekend, onontgonnen terrein. Opdat ze hun kompas bijstellen, nieuwe vaardigheden ontwikkelen, bijleren.

Maar vaak ben ik daarop zo gefocust dat ik die andere weg uit het oog verlies: voortbouwen op hun sterktes. Hen loven voor wat ze al onder de knie hebben zodat ze zich daarin perfectioneren. En hun kennis, kunde delen met hun collega's.

Aan die tweespalt moest ik denken rond oudjaar, toen ik piekerde over ieders cadeautje op ons nieuwjaarsfeestje. Er rijpte a cunning plan: wat is een mooier cadeau dan een pakje ... complimenten van je collega's krijgen? 

Complimentendag-kadertje: how to?

Een complimentenpakje? Zo pak je dat aan:

  • Maak een lijstje met de namen van alle collega's en mail dat naar al die collega's.
  • Vraag om na de naam van iedere collega in maximaal 120 tekens te schrijven wat ze het meest bewonderen in hem/haar – zonder ironie, zonder sarcasme. En zonder er een woord over te reppen.
  • Verzamel de lijstjes en combineer dan voor iedere collega de input. Schik die netjes, anoniem en door elkaar gehusseld. Laat je kunstwerkje afdrukken en inkaderen.
  • Vraag op je feestje aan een collega om de complimentenlawine voor de collega die naast hem/haar zit, voor te lezen.
  • Geniet met volle teugen van de vochtige oogjes en de gebroken stemmetjes. En van de spontane uitwisselronde die losbarst, waarin iedereen probeert te weten te komen wie met wat complimenteerde.
  • Wandel enkele dagen later door het kantoor en zie de kadertjes boven ieders werkplek glimmen.
  • Krijg zelf een warm gevoel.

Mijn fijne collega's

Wilt u weten met welke fijne collega's ik dit schrijfhuis deel? Dit zijn ze. En nee, headhunters: handen áf:

 

Als het Vlaamse onderwijs er zo blijft op inhakken, wordt copywriter nog een knelpuntberoep. Want creativiteit en originaliteit vormen er blijkbaar geen meerwaarde.

Mijn zoon van tien kwam beteuterd thuis met zijn Franse toets. Hij begreep niet wat er mis was met zijn laatste antwoord. Toch vind ik het een juweeltje – een punt méér waard, niet minder.

Bedankt, juf, daar gaat het copywritingfamiliebedrijf!