Ga naar de inhoud
Let op: Om het voor u gemakkelijk te maken, gebruikt deze website cookies. Akkoord Niet oké.
Schrijf.be

Copywriters: wat drijft hen? Waarvan worden ze warm of koud? Neem een kijkje achter de schermen!

Met verstomming geslagen (of van de hand Gods geslagen): dat waren de Nederlandse deelnemers aan het Crossborder Event van 10 oktober 2017. Wel, toch alvast degene die in mijn workshop zaten: 'Hoe maakt u als Nederlander de Vlaming het leven zuur?' Passeerden de revue: dingen, groot en klein, waardoor een Vlaamse klant afhaakt bij een 'Hollandse' verkoper.

Schrijf.be knipte de presentatie in hapklare brokjes - leerrijk voor Nederlanders, en herkenbaar voor Vlamingen:

  1. Waarom is Vlaams niét leuk?
  2. Voelt de Vlaming zich minderwaardig?
  3. Scheurt het Vlaams zich los?
  4. Begrijpt de Vlaming een Hollander eigenlijk?
  5. Is de Vlaming dom?
  6. Wat begrijpt een Vlaming niet?
  7. Waarop knapt de Vlaming af?
  8. Hoe bespeel ik Google.BE?
  9. (Samenvatting)

Albert OosterhofAlbert Oosterhof werkt als Nederlander in Vlaanderen en is gebeten door het Nederlands. Hij is docent binnen de opleidingen Journalistiek, Meertalige Communicatie en Toegepaste Taalkunde aan campus Antwerpen van de KU Leuven. Hij doet onderzoek, is lid van de taalgroep Nederlands en redactielid van het Vlaamse tijdschrift Over Taal.

U werkt als Nederlander in Vlaanderen. Hoe kwam u daar terecht?

"In 2000 ging ik op zoek naar een plek om als onderzoeker Nederlandse taalkunde aan de slag te gaan. Ik had gestudeerd in Groningen, maar aan de andere kant van het taalgebied werken, zag ik wel zitten. Dat mocht het zuiden van Nederland zijn, maar ook Vlaanderen. Al was ik daar toen zelfs nog nooit geweest! Nu werk ik er al zeventien jaar – en ik heb het me nooit beklaagd."

Woont u ook in Vlaanderen?

"Ik heb er tien jaar gewoond. Daarna verhuisde ik met mijn gezin naar een grensdorp in Zeeuws-Vlaanderen. Toch speelt ons leven zich af in Nederland én Vlaanderen. Het is niet uitzonderlijk voor ons om een paar keer per dag de grens over te steken.” 

Waarom trok u weg uit Vlaanderen?

"In Zeeuws-Vlaanderen vonden we de ruimte en de rust waarnaar we op zoek waren. Tegelijkertijd is Vlaanderen met al zijn voorzieningen ook in de buurt. De ideale combinatie, dus."

Soms steek ik een paar keer per dag de grens over.

U doceert over cultuur, communicatie en de verschillen tussen Vlaanderen en Nederland. Uw passie?

"Ja, omdat ik woon op de 'taalgrens' én als Nederlander in Vlaanderen werk. Ik merkte ook dat er behoefte was aan die lesonderwerpen. Zo gaat dat vaak in het onderwijs: er is een vacature en vervolgens lees je je in om ze te kunnen invullen. Na verloop van tijd boeide het onderwerp me alsmaar meer."

Hoe hard verschillen Vlamingen van Nederlanders?

Albert Oosterhof

"Zelf vind ik dat die verschillen sterk worden overdreven. Na zeventien jaar zou ik er eigenlijk zelfs geen een kunnen noemen dat echt standhoudt na verloop van tijd. De literatuur beweert iets anders, natuurlijk. Het idee dat die contrasten zo groot zijn, is ook commercieel aantrekkelijk. Het is nu eenmaal een onderwerp waarover we lang kunnen praten en publiceren. En dus voer voor de media. Niet verwonderlijk: die hebben net als taak om de identiteit van Vlaanderen en Nederland extra aandacht te geven. En ze dragen bij aan onze profilering tegenover andere landen en culturen."

Gebruiken ze dan wel een verschillende taal?

"Qua taal is er binnen het Nederlands aanzienlijke variatie. Toch zijn er maar weinig contrasten die Nederlanders en Vlamingen in twee groepen verdelen. In Zeeuws-Vlaanderen, bijvoorbeeld, gebruiken Nederlanders tussentalige elementen zoals moesten in plaats van mochten. En zelf zeg ik soms ook noemen in plaats van heten, terwijl ik toch de Nederlandse nationaliteit heb. In een onderwijscontext zou ik dat niet doen, maar hetzelfde geldt voor Vlamingen. Vooral de media en het onderwijs creëren het idee dat er een afgelijnde Nederlandse en een Vlaamse versie bestaat van het Nederlands. De werkelijkheid is veel complexer."

"Zo ontvingen we bij het tijdschrift Over Taal eens een artikel waarin een auteur het had over 'een tas koffie'. En toch was dat een journalist uit Nederland. Vervolgens protesteerde mijn Vlaamse collega tegen dat woord in die context. Het was de Nederlander die het had over een tas koffie  en de Vlaming die dat afkeurde – de omgekeerde wereld! De verschillen zijn dus niet zo duidelijk af te lijnen."

Er zijn maar weinig taalcontrasten die Nederlanders en Vlamingen in twee groepen verdelen.

Zijn er nog verschillen die in werkelijkheid niet zo eenduidig zijn?

"Soms lees je dat Vlamingen correct taalgebruik belangrijker vinden dan Nederlanders. Maar vergelijk ik officiële brieven met elkaar? Dan vind ik daarvan niet veel terug. Wel is het zo dat Nederlanders meer dt-fouten  maken. Mijn globale indruk? Dat er in beide delen van het taalgebied evenveel aandacht gaat naar verzorgd taalgebruik. Alleen focussen Vlamingen zich meer op dt-fouten, en richten Nederlanders zich minder op één soort. Er zijn dus accentverschillen, maar de vraag is of we die uitvergroten. Want bekijken we alles in internationaal perspectief? Dan vallen de contrasten tussen Vlaanderen en Nederland haast in het niets."

Begrijpen Nederlanders en Vlamingen elkaar dan altijd?

"Nee. Zo vroeg een collega in Gent mij ooit eens: ‘Is het goed als jij de verhandelingen voorleest en ik er daarna een cijfer op geef?’ Ik zat vervolgens een week te wachten tot hij zou langskomen. Dan kon ik de verhandelingen hardop aan hem voorlezen. Ik ging ervan uit dat dat een Vlaamse gewoonte was – misschien was de correctie zo grondiger? Pas later bleek dat mijn collega bedoelde dat ik de verhandelingen eerst moest lezen. Daarna zou ik ze dan een algemene score geven, en hij eentje op twintig."

Verschillen Nederlanders en Vlamingen volgens jou in de manier waarop ze zaken doen?

"Een Nederlander reageert doorgaans positief op een samenwerkingsvoorstel. En nee, het is dan niet nodig om de verschillen extra te benadrukken. Flauwe moppen over Heineken laat je dus beter achterwege. Wees duidelijk over de inhoud van je voorstel, want je Nederlandse gesprekspartner wil weten wat het hem oplevert . Zelf verwacht hij van jou als Vlaming waarschijnlijk een voorkeur voor bourgondische maaltijden. Voor hem zal dat niet altijd nodig zijn."

Een Staphorster en een Maastrichtenaar verschillen meer van elkaar dan een Maastrichtenaar en een Riemstenaar.

Streeft u naar één gemeenschappelijke taal om alle verschillen uit te vlakken? Of juicht u die net toe?

"Mij lijkt het dat het Standaardnederlands al één gemeenschappelijke taal is, met daarbinnen tolerantie voor taalvariatie. Ik zie weinig voordelen in de neiging om verschillen te accentueren en te streven naar minder samenwerking."

Hoe hard verschillen Vlamingen en Nederlanders van elkaar volgens u?

"Mijn eigen dochters hebben een dubbele nationaliteit en zijn loyaal aan Nederland én België. Waren Vlamingen en Nederlanders echt zo anders? Dan hadden mijn kinderen vast een gespleten persoonlijkheid. En zelf ben ik ook loyaal aan beide landen en culturen. Ik denk dus echt niet in verschillen."

We moeten alles dus meer in perspectief zien?

"Jazeker. Nederland en Vlaanderen zijn maar kleine gebieden. En de contrasten tussen de twee zijn niet groter dan die intern in Vlaanderen of Nederland. Meer zelfs: vergelijk je een Staphorster (inwoner van calvinistisch dorp in het noorden van Nederland, SH) met een Maastrichtenaar? Dan verschillen die misschien wel meer van elkaar dan een Maastrichtenaar en een Riemstenaar."

Meer Albert Oosterhof

Website: albertoosterhof.be
LinkedIn: Albert Oosterhof

 

Wat gebeurt er als je een Nederlandse en een Vlaamse taalliefhebber tegenover elkaar zet voor een debat? De makers van het praatprogramma Café De Buren voegden de daad bij het woord. De Nederlandse sociolinguïst Jan Stroop  en de Vlaamse auteur Geert Van Istendael kruisen de verbale degens.

Bezorgdheid

Bezorgdheid: dat is wat blijkt uit het relaas van beide taalkenners. Behalve een rommelige ruimtelijke ordening heeft de Vlaamse bouwwoede in de jaren zestig en zeventig nog een kwalijk gevolg gehad, meent Geert Van Istendael. "Mensen gingen ageren tegen dialecten en schaamden zich ervoor. In hun verkavelingen zwoeren ze het dialect af, maar waren ze ook te lui om Algemeen Nederlands te leren. Denk maar aan uitdrukkingen als oe noemde gij. Het Verkavelingsvlaams  was geboren."

In Nederland ziet Jan Stroop dan weer met lede ogen aan hoe het Poldernederlands alsmaar verder doordringt in het dagelijkse leven. Nederlanders zijn de correcte uitspraak van hun taal verloren. Dat doet Stroop besluiten dat er twee soorten Nederlands zijn ontstaan. "Nederlanders pinnen en Vlamingen halen geld af. Vlamingen en Nederlanders begrijpen elkaar niet meer en de tussentaal krijgt alsmaar vastere voet aan de grond aan beide zijden van de grens. Waarom ondertitelt Eén het Nederlandse tv-programma Baantjer ? Omdat Vlamingen de Nederlandse acteur Piet Römer die gestalte geeft aan het hoofdpersonage, eenvoudigweg niet verstaan."

Vrijheid blijheid

Geert Van Istendael ziet het anders. "Er is maar één Nederlands, en binnen die taal zijn er talloze varianten zoals dialecten, streektaal en vreemde invloeden. Laat duizend bloemen bloeien, zeg ik altijd."

Wat borrelt er spontaan bij u op als u denkt aan uw taal? Spreken we allemaal een en hetzelfde Nederlands of tateren we er lustig op los in onze eigen Vlaamse of Hollandse streektaal? Kruip in uw pen en vertel ons wat u denkt.

Johan De CaluweJohan De Caluwe is docent Nederlandse taalkunde aan de Universiteit Gent. Op vraag van uitgeverij Lannoo werkte hij mee aan beide edities van de 'Atlas van de Nederlandse Taal' (mei 2017), één voor Nederland en één voor Vlaanderen. Wij vergeleken die en legden hem het vuur aan de schenen: wat leiden we af uit de verschillen? Zijn we van elkaar aan het vervreemden of kunnen we nog door één deur?
 
Waarom eigenlijk twee versies van de ‘Atlas van de Nederlandse taal’?
“Van bij het begin was het idee om niet krampachtig te proberen in één boek de twee taalgebieden te dekken. Samen met de Vlaamse Fieke Van der Gucht ben ik gestart met de Vlaamse versie. Dat bleek goed te lopen en na enkele maanden hebben we de redactie uitgebreid met twee Nederlandse collega’s: Mathilde Jansen en Nicoline van der Sijs. Zij maakten op basis van ons ‘prototype’ de editie voor Nederland. Dat heeft ons veel miserie bespaard. Telkens als er moeilijke keuzes moesten worden gemaakt, konden we zeggen: ‘Doe jullie ding maar’. Waardoor wij onze energie in kwaliteit konden steken, in plaats van in nutteloze discussies. En zo komt het dat zowel Nederlanders als Vlamingen het echt herkennen als een boek over hún taal.”

De verschillen zijn best opvallend. Zo merk je al in de inhoudstabel dat titels van bepaalde hoofdstukken anders worden geformuleerd, zelfs als de inhoud gelijklopend is. Vanwaar die nuances?

“Dat hing af van wie de tekst bewerkte. We gingen grotendeels met min of meer dezelfde stof aan de slag. Meestal was het de Vlaamse auteur die de eerste teksten schreef en dan zette de Nederlandse collega die naar zijn hand. Die hield rekening met de gevoelswaarde van bepaalde woorden, die in Nederland en België soms anders ligt. Als onze Nederlandse collega’s zegden: ‘Nou, dat vinden wij niet zo’n leuke titel’, dan maakten wij daar geen punt van. We vinden die verschillende opvattingen juist prettig, omdat je dan merkt: wat wij bedoelen, komt niet altijd zo over bij de andere taalgroep.”

Wat vindt u zelf het grootste verschil qua stijl en taalgebruik? Schrijven Vlamingen en Nederlanders globaal gezien anders?

“In ons geval hangt dat meer af van het karakter van de individuele auteurs. Sommige Vlaamse collega’s stoppen graag grapjes in de teksten, maar het Nederlandse team schrapte er een aantal. Soms ook omdat ze dachten dat het Nederlandse publiek de woordspeling niet zou snappen. Ik hoorde wel al van lezers dat ze de Nederlandse versie wat droger vinden dan de Vlaamse. Maar ik durf geen uitspraken te doen over algemene verschillen qua stijl en woordgebruik.”

In de Nederlandse editie schrijven jullie: Nederlands is in Nederland ‘de onmiskenbare taal van de natie’, terwijl in Vlaanderen Nederlands eeuwenlang in de schaduw van het Frans stond. Hoe merk je dat?

“De doorsnee-Vlaming koestert nog altijd wat wantrouwen tegenover woorden die er Frans uitzien. Daardoor heeft hij de neiging om aan hypercorrectie te doen. Bijvoorbeeld door ‘punaise’ te vervangen door ‘duimspijker’. De Nederlanders hebben daarover een onbevangener houding. Zij gebruiken zonder probleem een woord als ‘portee’ in plaats van draagwijdte.”

“Toch is het grootste verschil de angst voor verengelsing. Nederlanders liggen daar niet van wakker en zetten daarin snellere stappen – bijvoorbeeld in het hoger onderwijs, maar ook in commerciële communicatie. Je merkt dat aan het gemak waarmee Nederlanders overschakelen op het Engels, of Engelse woorden gebruiken. Vlamingen hebben nog meer het gevoel van: zeg, we hebben zo lang voor dat Nederlands moeten vechten tegen het Frans, nu gaan we het ook niet prijsgeven aan het Engels. De Universiteit Gent is bijvoorbeeld pas in 1930 vernederlandst. Ze biedt dus nog niet eens 100 jaar Nederlandstalig onderwijs aan. Daarom beslissen in België parlementaire commissies welk percentage van onze bachelor- en masteropleidingen in het Engels mag worden onderwezen. In Nederland is dat geen … issue.”

Hoe komt het dat Nederlanders Franse woorden als ‘jus d’orange’ gebruiken? De Franse invloed was er toch veel minder groot?

“Vlamingen plooiden onder de dagelijkse beïnvloeding door het Frans. Zij die naar Brussel pendelen, voelen die concurrentie van het Frans trouwens nog altijd. Toch heb je in Nederland net zo goed de Franse invloed gehad, vooral op de burgerij. Zeker in de negentiende eeuw drukten de hogere kringen er zich vaak in het Frans uit.”

 

Met ‘jus d’orange’ toonde je aan dat je tot de hogere klasse behoorde.

 

“Frans was trouwens de cultuurtaal in heel Europa. Het stond dus goed om niet zomaar ‘fruitsap’ te drinken, maar wel ‘jus d’orange’. Dan toonde je dat je tot de hogere klasse behoorde. Al zal in een Rotterdamse kroeg heus niemand jus d’orange besteld hebben. Toch raakte dat soort woorden uiteindelijk wel algemeen verspreid.”

En in Vlaanderen werden die woorden geweerd toen de taalgrens officieel werd vastgelegd, begin jaren zestig?

“Inderdaad. Er werd geredeneerd: als we dit woord nu ook nog uit het Frans overnemen, schiet er van ons Nederlands niets meer over. Het gevolg? Twijfel. Laat Vlamingen een brief schrijven en ze durven plots alledaagse woorden als paraplu of portemonnee niet meer te gebruiken. Dan duiken gemakkelijk die zogezegde vernederlandsingen als regenscherm en geldbeugel op.”

U had het over de verengelsing in Nederland. Het valt me op dat er in de Nederlandse editie van de ‘Atlas’ een hoofdstuk staat over chat- en sms-taal, maar niet in de Vlaamse versie. Is dat bewust?

“Neen, het is als compensatie voor het uitgebreidere stuk over tussentaal in de Vlaamse versie. We hadden dat hoofdstuk over sms- en chattaal evengoed in de Vlaamse editie kunnen zetten. Voor een eventuele herwerking gaan we dat herbekijken, ook voor de andere thema’s die nu niet gemeenschappelijk zijn.”

In de Vlaamse editie staan inderdaad twee hoofdstukken over tussentaal, in de Nederlandse dan weer een hoofdstuk over Poldernederlands. Zijn die twee fenomenen vergelijkbaar?

“Tussentaal is iets typisch Vlaams. Het Poldernederlands verschilt alleen in uitspraak licht van het Standaardnederlands. Een modale Vlaming zal niet horen wie Poldernederlands spreekt en wie de zogezegde standaardtaal. In Vlaanderen is de afstand van tussentaal tot standaardtaal wel heel groot. Zo gebruiken wij de gij-vorm en zeggen we ‘ne schonen dag’ in plaats van ‘een mooie dag’. Ook opvallend is het dubbele gebruik van het woordje ‘dat’. Als in ‘ik weet niet waarom dat hij dat gedaan heeft’.”

 

Standaardtaal onder Vlaamse vrienden geeft je al snel een verwaand of ambitieus imago.

 

“Vlamingen blijven in de dagelijkse omgang op hun hoede voor de standaardtaal. Voorbeelden? Als je onder vrienden standaardtaal zou spreken, zou je al snel het imago krijgen verwaand of ambitieus te zijn. Ik denk nu aan mijn studenten: zij zitten nota bene in een talenrichting, maar ook voor hen is tussentaal de algemene omgangstaal. Net zoals dat op bijvoorbeeld recepties het geval is. Het is een interessant fenomeen, omdat de Vlaming die taal ook gebruikt om toch zijn achtergrond te laten doorschemeren. Je hoort aan iemands tussentaal overduidelijk of hij West-Vlaamse of Brabantse roots heeft. Terwijl hij voor iedere ander Vlaming verstaanbaar blijft. Het is ook de taal die je op tv hoort: in soaps, bij Jeroen Meus, … Het is zo Vlaams en zo herkenbaar dat we er extra aandacht aan hebben besteed.”

Hoe gaat dat dan in Nederland? Spreken zij Standaardnederlands op een receptie?

“Nederlanders hebben een ‘informele standaardtaal’ omdat het Nederlands al eeuwenlang hun taal is. Dat hoor je als je in Nederland naar een receptie gaat, of dat nu in een klein dorp is of aan de universiteit. Er wordt een soort los, informeel Nederlands gesproken. Op wat lichte klankafwijkingen en woordjes na staat dat heel dicht bij de standaardtaal. In Vlaanderen bestaat dat niet. Probeer daar maar eens een grapje te maken in de standaardtaal. Lukt niet: Vlamingen schakelen meteen over op tussentaal.”

Denkt u dat het Vlaams en het Nederlands uit elkaar drijven?

“We doen al ons eigen ding, maar er blijft eenheid in de verscheidenheid. Onze zinsbouw is soms een beetje anders, onze uitspraak is opvallend anders, maar het blijven varianten van het Nederlands. Ook qua woordenschat: het gaat om een paar duizend woorden die we anders of niet gebruiken. Ik maak me geen zorgen over het uit elkaar drijven. Ik vind het wel fijn dat er na al die jaren eindelijk erkend wordt dat er een Belgisch-Nederlands en een Nederlands-Nederlands bestaat. Zo ontdekken we van elkaar hoe we dingen anders zeggen. Al is er natuurlijk een verschil tussen schrijf- en spreektaal.”

Hoezo?

“De divergentie – het uit elkaar groeien – gaat een stuk sneller in de spreektaal dan in de schrijftaal. Volgens onderzoek is dat trouwens vooral aan de Nederlanders toe te schrijven. Zij voerden de voorbije decennia allerlei veranderingen in de uitspraak door – Vlamingen niet. Daardoor staan Vlamingen en Nederlanders in hun spreektaal nu verder van elkaar af dan pakweg vijftig jaar geleden.”

Hoe komt dat?

“Dat zijn sociologische processen. Neem nu de Gooise ‘r’ (spreek uit als een Amerikaanse ‘r’, CF): dat is een typisch Hollands verschijnsel dat Vlamingen absoluut niet overnemen. Maar in Nederland heeft het zo veel prestige dat miljoenen mensen die ‘r’ gebruiken. Daardoor komt de Vlaamse rollende ‘r’ nog verder af te staan van de Nederlandse variant.”

Zijn Vlamingen conservatiever omdat ze zich willen lostrekken van die Franse invloed, zoals u eerder al aanhaalde?

“Zij zijn zeker conservatiever voor de uitspraak. Waarom? Omdat zij de standaardtaal, als ze die spreken, meestal in een formele context gebruiken. En dan hou je je aan de dingen zoals ze geschreven staan. Terwijl de Nederlanders … die tateren erop los (lacht). Ze letten minder op wat er staat. Vlamingen hebben toch iets meer gevoel voor autoriteit. Dat komt doordat ze zich lange tijd niet de meester van hun taal hebben gevoeld.”

 

Vlamingen voelden zich geen meester van hun taal.

 

Is dat ook een sociocultureel verschil? De Nederlanders hebben tenslotte de reputatie iets directer in de omgang te zijn?

“Dat zou ik niet durven te zeggen. En er is de laatste jaren ook al veel veranderd. Dat merk je aan de assertiviteit waarmee de Vlamingen nu tussentaal gebruiken – op tv en onder elkaar. Die tussentaal werd een soort symbool voor het nieuwe Vlaamse zelfbewustzijn – een groot verschil met vroeger. Want in de jaren zestig en zeventig werd ook tussentaal gesproken, maar men beschouwde dat toen als onvolkomen Nederlands. Alsof iemand de standaardtaal probeerde te spreken, maar die nog niet volledig onder de knie had. Die perceptie is voorbij. Dat merk je heel erg bij de jongere generatie. Niemand zal zeggen: ‘Ga jij vanavond mee naar de Gentse Feesten?’ Nee, dat wordt: ‘Gade gij mee?’ Er is geen drang om dat nog te ‘corrigeren’.”

Zijn we met een inhaalbeweging bezig ten opzichte van de Nederlanders?

“Zeker. Ook wat de woordenschat betreft. Zo tekent het Instituut voor Nederlandse Lexicologie in Leiden op hoeveel nieuwe woorden er bijkomen. Vroeger leverde Nederland zowat 90 procent. Nu maken Vlamingen evengoed probleemloos nieuwe woorden. Sommigen vragen zich misschien nog af ‘of dat wel mag’, maar de nieuwe generatie heeft daar lak aan. Zij gebruikt die woorden gewoon.”

U doceert zelf Nederlandse taalkunde aan de Universiteit Gent – vast ook aan studenten uit Nederland. Wat valt u op aan hun taalgebruik?

“Er zijn twee dingen die me opvallen. Het eerste is hun uitspraak van het Nederlands – het verschil met de Vlaming is enorm. Bij een mondeling examen moet ik er toch zowat een minuut aan wennen. Zeker als er voordien tien Vlamingen aan de beurt waren. Plots zit daar dan iemand voor je die de zaken heel anders uitspreekt, met een ander intonatiepatroon. Dat zorgt vaak voor wat verwarring, ook bij de studenten.”

 

Men stapt af van het idee dat als een Vlaming een tekst schrijft, er zeker dertig fouten in staan.

 

“Iets anders, waarover Nederlanders dan weer verrast zijn, is dat bij de Vlaming nog het idee leeft dat er ‘goed’ en ‘fout’ Nederlands is. Dat is iets wat we meenamen uit de voorbije decennia: dingen die in Vlaanderen werden gezegd en in Nederland niet, moesten worden aangepast. Maar dat kentert. Men stapt af van het idee dat als een Vlaming een tekst schrijft, er zeker dertig fouten instaan. Die ‘rodebalpenattitude’ is stilaan verdwenen.”

Dus we begrijpen elkaar beter?

“Dat hangt af van de communicatievorm. In de literatuur zie je dat het tij al compleet is gekeerd. Vroeger lieten Vlaamse auteurs hun kopij nalezen door Nederlandse correctoren, om er de Vlaamse uitdrukkingen uit te halen. Dat is voorbij. Het is zelfs zo dat Vlaamse auteurs nu meer en meer koketteren met hun typisch Vlaamse taalgebruik. Nederlanders scheppen daarin plezier.”

 

Vlaamse auteurs koketteren nu meer en meer met hun typisch Vlaamse taalgebruik.

 

“Maar zodra je in het commerciële circuit zit, zoals jullie met Schrijf.be, is het dikwijls afwegen: kan dit woord of deze zinswending wel in Nederland? Of roept dat geen andere associaties op? Is de constructie niet te Vlaams? Dan moet je echt opletten. Dat jullie dus teksten vervlaamsen of verhollandsen, daar kan ik heel goed inkomen.”

Hebt u tijdens uw research ontdekkingen gedaan over de gelijkenissen of verschillen tussen de twee landen die u echt zijn bijgebleven?

“Onze socioculturele referentiekaders verschillen enorm. Dat is echt heel opvallend. We hebben onze eigen radio- en tv-kanalen, mediafiguren, literatuur, komieken, ... Dat kleurt heel erg de manier waarop we over Vlaanderen en Nederland en het taalgebruik schrijven. Vlamingen kunnen als referentie probleemloos verwijzen naar Eddy Wally, Martine Tanghe of Astrid Bryan. Omdat die figuren in het Vlaamse collectieve geheugen zitten. Maar in Nederland kennen ze die niet: daar hebben ze een totaal andere set van relevante landgenoten. Het is wel prettig om in je boek met die twee kaders te kunnen spelen. En het is dus zeker zinvol geweest om twee atlassen uit te brengen.”

"Beloofd?" vraagt een Nederlandse klant. "Zeker en vast!" antwoord ik. Doe ik het weer.
Want ik weet dat ze in het Noorden kiezen voor "Vast en zeker!"
 

'zeker en vast' of 'vast en zeker'?


Die scheidingslijn trekt zich door op Google.
Want de '.be'- versus '.nl'-webpagina's geven deze resultaten:

  • "zeker en vast": 192.000 versus 92.700
  • "vast en zeker": 87.800 versus 499.000

Wat zegt u?

‘Brooddoos?’ Haha. Een jonge Nederlandse collega lacht – voor de zoveelste keer – met mijn Belgisch-Nederlandse woordgebruik. Het is 2005 en ik werk in Amsterdam. Ik maak er nieuwsvideo’s voor Vlaamse krantenwebsites en dat je daarvoor beter een Vlaamse pen én stem inzet, dat hebben die ondernemende Nederlanders goed begrepen.

Dat er verschillen waren, wist ik wel. Maar dat die telkens tot zoveel hilariteit zouden leiden, had ik niet verwacht. De cultuurshock was groot. En de ergernis nog groter als iemand mij weer eens in het Engels antwoordde of mij niet begreep. Hoorden ze dan niet dat ik hun taal sprak?

Belgisch-Nederlands

Nederlands 'lief'

Na zes maanden had ik het gehad met Amsterdam en keerde ik terug naar mijn geliefde meertalige stad Brussel. Maar dé liefde vond ik daar niet. Want ondertussen ben ik getrouwd met een ... Amsterdammer. En zijn taalgrapjes weer dagelijkse kost. Net als misverstanden, want ik blijf lekker Belgisch-Nederlands spreken. "Pas op voor den borduur!" Mijn man schrikt wel, maar heeft geen idee wat ik bedoel.

Zal onze taal naar elkaar toegroeien? Ik betrap mezelf er al eens op dat ik een theedoek vraag als ik een tas wil afdrogen. Of mijn man vraagt me of ik mijn sacoche wel bij me heb. Taal houdt onze relatie boeiend, ook al zit er wel eens een haar in de boter.

Hulplijn

"Zeggen jullie dat echt zo?" "Wat bedoelen jullie met ...?" Als ik werk voor een Nederlandse klant die een vervlaamsing nodig heeft, is mijn privéhulplijn nooit veraf. Als eindredacteur heb ik met mijn Belgisch-Nederlands huwelijk de hoofdvogel afgeschoten.

Onze zoon voeden we ‘meertalig’ op. Benieuwd welk taaltje hij binnenkort begint te  brabbelen. Ach, zolang hij maar niet ter plaatse blijft trappelen en de plank niet misslaat. Een plantrekker wordt hij zeker en vast.

Vervlaamsing of verhollandsing nodig van deze of een andere tekst? U weet me te vinden!

 

  • Geschreven door
  • op
  • in de Categorie: Vlaamderlands

E-boek Vlaamderlands

Vlaming en Nederlander: ze komen beiden bij Schrijf.be over de vloer – als klant of als tekstschrijver.

Vragen die branden

Onze white paper 'Nedervlaams' stuurt hun communicatie daarbij in goede banen. Maar kan de talige caleidoscoop nooit echt vangen. Daarom gingen we verder en stond deze blog twee maanden in het teken van de taal die Nederland en Vlaanderen delen. En gingen onze copywriters op de koffie bij bekende taalgebruikers, op zoek naar hun antwoorden op vragen als: 

  • Krimpt het Standaardnederlands in tot een steriele boekentaal? Of komt het net sterker uit de straatgevechten?
  • Wat bindt Nederland en Vlaanderen nog, en wat drijft hen uit elkaar?
  • Zullen Nederlanders en Vlamingen elkaar vroeg of laat niet meer begrijpen?
  • Wat kunnen zij ondertussen van elkaar leren?

Stof tot nadenken

De antwoorden zijn vaak verrassend en spreken elkaar nog vaker tegen. Stof tot nadenken, dus. Doe daarom zoals wij: geef uw vooroordelen even vrijaf. En laat u onbevangen inspireren door taalgebruikers die net zo met 'het' Nederlands worstelen als wijzelf.

Speciaal voor u bundelden we al hun interviews en bijdragen in het e-boek Vlaamderlands – Vlaams & Hollands: latrelatie of nieuw samengesteld gezin?

Download het nu.

En schrijf dan hieronder wat u ervan vond.

placeholder

Als BRT-producer van kinderprogramma’s voelde hij eind jaren tachtig de hete adem van de Nederlandse publieke omroep in de nek. Vandaag staat Wim Vanseveren aan het hoofd van deBuren, het Vlaams-Nederlands huis voor cultuur en debat. “Taalverschillen tussen Vlamingen en Nederlanders mogen er zijn, zolang ze de deur niet openzetten voor wederzijds onbegrip.”

Nauwere band met noorderburen

Wim Vanseveren staat ons met plezier een gesprek toe, maar benadrukt dat hij dat doet als taalliefhebber, germanist en Vlaming. "Gaat het over taalbeleid, dan laat ik graag de eer aan mijn collega’s van de Nederlandse Taalunie om de gepaste uitspraken te doen."

"Toen ik in januari 1988 als kersverse BRT-producer mijn eerste stappen in de wereld van kinderprogramma’s zette, was de Nederlandse publieke omroep alomtegenwoordig in Vlaanderen. Geen wonder dat de band met Nederland toen veel hechter was dan nu. Maar staat het in de sterren geschreven dat we alsmaar verder uit elkaar groeien? Nee, zeker niet. Mijn oudste kleinzoon is twaalf en kijkt niet meer naar tv zoals u en ik dat deden als kind. De jeugd kijkt vandaag meer dan ooit online naar Nederlandse vloggers, youtubers en rappers. Zo bouwen jongeren opnieuw een nauwere band op met onze noorderburen."

Standaardnederlands?

"Dat er verschillen zijn tussen Vlamingen en Nederlanders, is voor mij dan ook geen punt. Waaraan ik me wel vreselijk erger? Dat het Standaardnederlands alsmaar minder in zwang is. Als producer van Buiten de Zone had ik daarover voor het eerst discussies die ik verloor, onder meer met Bart De Pauw. 'Ja maar, Wim,' kreeg ik steevast te horen, 'jongeren spreken nu eenmaal geen gekuiste taal.' Ik begreep dat wel, maar zonder Standaardnederlands komt er zand tussen mijn taalmolen. Ik heb dat houvast nodig om te weten in welk taalregister ik me begeef. Net daarom had ik het altijd moeilijk met de evolutie naar streektaal."

"Toch maakten de jaren me milder. Al kan ik er nog steeds niet bij dat sommige acteurs geen Standaardnederlands praten. Spelen ze een dokwerker of een pooier? Oké, dat ze dan hun taal aan hun personage aanpassen. Maar daarbuiten zou je toch Standaardnederlands mogen verwachten, als ze een klassiek repertoirestuk vertolken bijvoorbeeld? Dat hoort gewoon bij het metier. Een Engelse tolk meet zich toch ook geen Cockney-accent aan?"

"Die evolutie hangt heel erg samen met de tijd waarin we leven. De lossere zeden en normen hebben een invloed op onze taal. De Nederlandse student die zijn professor mailt met de aanhef: 'Hey, volgende week kom ik bij je langs', is maar een van de gevolgen. In Vlaanderen zouden studenten dat niet zomaar durven."

Leren van elkaar

"Zo komen we bij de Nederlandse directheid die de behoedzame Vlaming wel eens als arrogantie of betweterigheid interpreteert. In Nederland is er een opendebatcultuur, die wij in Vlaanderen niet kennen. Het Nederlands Debat Instituut in Hilversum is zelfs opgericht om die debatcultuur te promoten en uit te breiden. Dat zie ik hier in Vlaanderen nog niet meteen gebeuren. Daarom vind ik het zo belangrijk dat we met deBuren het debat in Vlaanderen activeren."

"Leren van elkaar, dat doen we bij deBuren elke dag. Presenteren, produceren, inspireren en verbinden: dat zijn de vier toverwoorden waarmee we de culturele samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland willen bevorderen. Dat deBuren zich in Brussel vestigde, is dan ook geen toeval: geen betere etalage voor de 23,5 miljoen Nederlandssprekenden dan de hoofdstad van Europa. En best wel belangrijk als je weet dat het Nederlands de achtste taal in Europa is."

Uitwisseling

"Elk jaar organiseren we zowat 160 fysieke activiteiten. Zo ondersteunen we een uitwisselingsproject tussen studenten van het RITCS en de Hogeschool van Amsterdam. De scholieren zitten een week samen in het Amsterdamse Lloyd Hotel en komen terug met vaak schitterende documentaires."

"Ook onze reeks citybooks speelt een belangrijke rol. We droppen auteurs en fotografen in een Nederlandse stad en zij komen naar huis met een uniek verhaal. Zo ging schrijfster Kristien Hemmerechts op ontdekkingstocht in Haarlem. Haar relaas lees je na afloop online."

"Dat we de lat hoog leggen, blijkt uit onze samenwerkingsovereenkomst met de drie Nederlandse provincies die grenzen aan Vlaanderen. Als dat akkoord helemaal rond is, besteedt 'Grensverleggers' gedurende drie jaar 200.000 euro aan culturele uitwisselingsprojecten tussen Vlaanderen en Zeeland, Noord-Brabant en Limburg."

"Elkaar dingen bijbrengen: daar draait het voor mij om. Waarmee worstelen wij, hoe pakken ze het in Nederland aan, en vice versa? Neem nu de besturen van publieke culturele organisaties. In Vlaanderen zijn die nog altijd heel politiek gekleurd, terwijl onze noorderburen op zoek gaan naar het juiste profiel voor de job, los van een politieke strekking. Daar kunnen we in Vlaanderen een puntje aan zuigen. Zulke leerprocessen zijn dan ook heel heilzaam."

Diversiteit

"Ik vind het initiatief van een commerciële organisatie als Schrijf.be lovenswaardig. Jullie bekijken de zaken pragmatisch en staan niet met het opgeheven vingertje te zwaaien. De verschillen zijn er en het is dan ook geen misdaad om die te benoemen en naar oplossingen te zoeken. Onlangs moest ik een afspraak maken met Peter Vandermeersch (Vlaming en hoofdredacteur van de Nederlandse krant NRC Handelsblad, DVE). We spraken af in de namiddag, maar voor een Nederlander is dat de 'vooravond'. Onze 'namiddag' is in Nederland de 'middag'. Toen we het ontdekten, moesten we een ander moment prikken.

Dat er dus nood is aan vervlaamsing of vernederlandsing van commerciële boodschappen, begrijp ik dan ook best."

 

Elkaar dingen bijbrengen. Daar draait het voor mij om. Waar worstelen wij mee, hoe pakken ze het in Nederland aan en vice versa?

 

“Anderzijds: praktische taalmoeilijkheden zoveel mogelijk uitvlakken is goed, maar mag niet leiden tot schraalheid. De taal- en cultuurverschillen zijn een verrijking voor Vlaanderen en Nederland. In mijn contacten met Nederlanders merk ik dat ze onze uitdrukkingen vaak niet kennen, maar ze wel appreciëren en doorgaans ook vlot begrijpen. Een voorbeeld? Een kat vindt er haar jongen niet in terug. Dat vond mijn Nederlandse gesprekspartner prachtig en hij snapte het meteen.”

Gods woord

"Zo heb ik heel lang een lijst bijgehouden van alle Nederlandse uitdrukkingen die ik Nederlanders tijdens meetings in de mond hoorde nemen. 'Het gaat erin als Gods Woord in een ouderling' is een mooie uitdrukking. De Vlaamse vertaling? 'Het gaat erin als zoete koek.' Een ouderling heeft het pastoraal toezicht over een kerkgemeente. Vandaar de Nederlandse associatie."

"Taal moet kleurrijk en creatief zijn. Het zou toch zonde zijn als we al die rijkdom aan ons laten voorbijgaan? Door het verdwijnen van dialecten zie ik onze taal minder divers en plastisch worden. De nuances die mijn generatie nog in haar taalgebruik bracht, zijn nu al minder uitgesproken. Het Verkavelingsvlaams heeft dan ook niet diezelfde flair. Ik kan alleen maar hopen dat we erin slagen om onze – gemeenschappelijke! – taal dynamisch en divers te houden."