Ga naar de inhoud
Let op: Om het voor u gemakkelijk te maken, gebruikt deze website cookies. Akkoord Niet oké.
Schrijf.be

Copywriters: wat drijft hen? Waarvan worden ze warm of koud? Neem een kijkje achter de schermen!

Dit artikel leest u ook in Tekstblad (nummer 3, jaargang 2018).

Uit het leven gegrepen: een Noord-Brabantse verhuurder van bestelbussen speurt naar nieuwe klanten via het web. Hoe hij dat doet? Door Google te verleiden met een uitgekiende SEO-strategie. Helaas verhuurt hij bijna nooit aan Vlaamse klanten, ook al wonen die net zo dichtbij. Waarom niet?

Bekijk de videoversie.

Stel u eens voor dat ú die verhuurder van bestelbussen bent. En dat u voor de werving van nieuwe klanten inzet op Google. Hoe? Door voor elke trefwoordengroep een aparte webpagina te schrijven. Zoekt een prospect op ‘bestelbus huren’? Dan prijkt uw verhuurbedrijf bovenaan de 35.000 zoekresultaten op Google.nl. En omdat u van aanpakken weet, legt u met uw andere webpagina’s beslag op tientallen andere zoekcombinaties – zoals ‘goedkope bestelbus’, ‘verhuur bestelbus’ of ‘bestelbus particulier’. Kortom, zoekmachineoptimalisatie (SEO) op zijn best!

Hollands rad voor de ogen

Alleen: waarom blijven die Vlaamse klanten toch weg? Hebben ze geen zin om bij ‘nen Ollander’ te huren, zelfs al is die goedkoper? Nee, daar wringt de schoen (in Vlaanderen: ‘het schoentje’) niet. De Vlaamse klant huurt geen bestelbus bij u, omdat hij het woord ‘bestelbus’ niet … kent.

De Vlaamse klant huurt geen bestelbus bij u, omdat hij het woord ‘bestelbus’ niet … kent.

Maar waarom geeft Google.be u dan, net zoals Google.nl, toch resultaten voor ‘bestelbus’? Waarom zou de .be-zoekmachine dat doen voor een woord dat een Belg niet eens kent? Omdat Google via uw IP-adres en/of locatie weet dat u zoekt vanuit Nederland, en zijn resultaten daaraan aanpast. U gebruikt dus wel de Belgische Google, maar dat gedraagt zich alsof u wilde zoeken op Google.nl. U krijgt dus nooit de resultaten te zien die Google.be aan een Vlaming voorschotelt!

Ironisch toch: doordat u als klant ván Google op uw wenken bediend wordt, loopt u dóór Google uw Vlaamse bestelbushuurders mis!

Bestelbus, bestelwagen, camionette

Hoe rukt u uw Hollandse oogkleppen af? Door anoniem op Google.be te zoeken via een buitenlands VPN (Virtual Private Network). De zoekmachine kent dan uw nationaliteit niet en diept voor ‘bestelbus huren’ veiligheidshalve ook ‘bestelwagen huren’ uit zijn thesaurus op.

bestelbus

Bent u een nieuwsgierig aagje? Dan ontdekt u in de Belgische zoekresultaten en betaalde advertenties trouwens ook ‘camionette huren’. Dat dialectwoord overtreft ‘bestelwagen’ zelfs in de dagelijkse Vlaamse omgangstaal. Nogal wat Vlamingen spellen het bovendien achteloos als ‘camionet’. Zet dus voor Google.be in op bestelwagen, camionette én camionet.

Nog wat voorbeelden: bent u een expert in dekvloeren leggen? Op Google.be bent u een krak in ‘chape gieten’. Verkoopt u feestelijke overhemden? Jammer, want een Vlaming trekt zijn hemd aan. En in de onlinehuishoudwinkel wordt een soeplepel een pollepel, een steelpan een pan, en een pan een pot!

Bent u een expert in dekvloeren leggen? Op Google.be bent u een krak in ‘chape gieten’.

Cultuurverschillen en argumentatie

Oké, u nam de grootste hindernis: met Vlaamse SEO gidst u ook de Vlaming naar uw website. Schrik hem nu niet af. Want, zonder te willen veralgemenen: hij is terughoudender dan een Nederlander. Hij kijkt de kat uit de boom. Beantwoordt u op uw website niet al zijn vragen? Dan haakt hij sneller af – al was het maar om niet voor ‘domme Belg’ versleten te worden.

En wil hij uw bestelwagen huren voor een bedrijfsverhuizing? Dan doet hij dat mogelijk in opdracht van zijn baas – die hem eerst zijn fiat moet geven. Respecteer die wat hiërarchische Belgische bedrijfsvoering. Bied de huurder bijvoorbeeld een prijsargument waarmee hij zijn keuze kan rechtvaardigen bij zijn leidinggevende. Die overigens met Bancontact betaalt, eventueel kiest voor domiciliëring (automatische incasso) en voor de camionette een omnium (allrisk) afsluit.

Voor wat hoort wat

Hoe gaat u concreet aan de slag? Meteen doen: het .be-equivalent van uw .nl-domeinnaam vastleggen – als dat nog beschikbaar is. Wat u op die .be-website zet, hangt af van hoe graag u die zes miljoen Vlaamse klanten over de streep trekt.

U hebt drie keuzes:

  1. Kopieer gewoonweg uw hele .nl-website. Bestraft Google u dan niet wegens dubbele inhoud? Nee, dat is een fabeltje, al beloont Google die aanpak ook niet.
     
  2. Een betere oplossing: kopieer alleen uw websitestructuur, maar vervlaams – of ‘onthollands’ – alle webteksten. Zodat een Vlaamse prospect niet afknapt op woorden die hij niet begrijpt, op een call to action die te dwingend is, of op een stijl die niet de zijne is. Bovendien presenteert u Google zo twee verschillende pagina’s voor hetzelfde trefwoord, met meer kans op SEO-succes.
     
  3. Is het u echt menens? Vertrek dan vanaf nul met een Vlaams trefwoordenonderzoek, ook al bent u een die-hard pleitbezorger van het Standaardnederlands. Selecteer dus ook wijdverspreide dialectwoorden als trefwoord. Tenzij u nonchalante taalgebruikers écht niet als klant wilt, natuurlijk …

    Uw huidige websitemenu blijft gelukkig onaangeroerd: creëer achter de schermen voor elk Vlaams trefwoord een extra landingspagina. Die sluist de bezoeker via een Google-achterdeurtje naar uw .be-website. Klaar om er door u overtuigd te worden!

Bekijk de videoversie

 

spuitwater

Stel: u gaat in Nederland op café. Want u hebt dorst. Echt dorst. Zo veel dat u geen bier, maar water bestelt. "Voor mij een spuitwatertje, alstublieft", zegt u dan beleefd. De ober staart u onbegrijpend aan.

U probeert het nog eens. Misschien articuleerde u niet goed? "Voor mij een S-P-U-I-T-W-A-T-E-R." Een ongemakkelijke stilte volgt. De spanning stijgt. Misschien vinden ze het hier gewoon héél raar dat u water bestelt op café? Of drinken ze alleen plat water?

"Euh … water … met bubbels?", probeert u nogmaals, intussen lichtelijk gegeneerd. "Oooooooooo, u bedoelt een spa rood?", klinkt het triomfantelijk. "Komt eraan!"

Watersnobs?

Verweesd blijft u achter. Nooit gedacht dat die Nederlanders zulke watersnobs waren. Drinken ze hier alleen Spa? Belgisch water dan nog? Voor u het weet, hebt u in uw hoofd een hele undergroundscene bedacht van Hollandse luxewaterliefhebbers.

Met een vrolijke "kijk es", wordt u uit uw fantasie opgeschrikt. Want dat zeggen ze ook, in Nederland, als ze u bedienen, een trotse “kijk es”, in plaats van het onderdanige "alstublieft" dat in België gebruikelijk is. Voor uw neus verschijnt een glas. En een flesje spuitwater. Van een onbestemd merk. Geen Spa. Ook geen rode dop te bespeuren.

Merkverwatering

U begrijpt er niets van. Van Dale? Wat blijkt: 'spa' is in Nederland ingeburgerd als soortnaam voor mineraalwater. Dat fenomeen heet – in dit geval heel toepasselijk – merkverwatering. Bovendien komt de term 'spa' al eeuwenlang voor om geneeskrachtig water uit het Ardense Spa aan te duiden. Het Nederlandse gebruik om alle water spa te noemen (rood voor bruis, blauw voor plat), is dus wellicht een gevolg van de prima marketing van het Waalse watermerk in Nederland én de associatie van water met het plaatsje Spa.

Ik weet in elk geval al wat ik zal doen als een Nederlander me ooit om een ‘balpen’ vraagt. Onbegrijpende blik, ongemakkelijke stilte … "Oooo, een bic, bedoelt u?"

 

"Ik had het u toch gevraagd?!" Nee, hier snauwt geen knorrige bedrijfsleider tegen zijn verstrooide leverancier, maar een Vlaamse vader tegen zijn tienerzoon. Want zij spreken meestal in tussentaal: geen Vlaams dialect, maar ook geen Standaardnederlands. Wel een informele omgangstaal – met eigen persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden.

“Heb jij je boeken niet bij? Ik had het je toch gevraagd!” wordt dan: “Hebt gij uw boeken niet bij? Ik had het u toch gevraagd?” (Al is de stapelvorm ‘Hebdegij’ nog gebruikelijker.)

Vader tot zoon: 'Hebt gij uw boeken niet bij?'

Ik zie u graag. Ik hou van je.

Een ouder die ‘u’ en ‘uw’ zegt tegen zijn kind? Als Nederlander weet u niet wat u hoort. Als het u kan geruststellen: ook een Vlaming vindt het raar … als hij het leest. Want tussentaal wordt alleen gesproken, niet geschreven. In teksten schakelt de Vlaming instinctief over op het Standaardtaal-register met het ‘juiste’ u/uw of jij/jouw. Hij fluistert zijn geliefde in het oor: “Ik zie u graag”, maar koopt met Valentijn een kaartje ‘Ik hou van jou.’ Als Nederlander krijgt u er kop noch staart aan. (U begrijpt het niet.)

 

beleefde Vlaming

Je/jij verdwijnt van het toneel

De Vlamingen geven taalkundigen die de uitroeiing van de gij-vorm voorspelden, lik op stuk. Want in 2013 sprak al 78% van de Vlamingen met zijn partner in de gij-vorm, en 59% ook met collega’s.

En Vlaamse jongeren keren zich hoe langer hoe meer af van het Standaardnederlands. Sommige Vlaamse voortrekkers introduceren zelfs de ‘ge’ in de schrijftaal, zoals vlaamswoordenboek.be. Al vindt een Vlaming dat even potsierlijk als een ‘je’ in zijn spreektaal. Maar hoelang nog?

Onthoud: zegge en schrijve 
* Zegt een Vlaming ‘u(w)’ tegen een andere Vlaming? Dan is dat alleen de beleefdheidsvorm als ook de context klopt (‘Mevrouw, ik heb het u toch gezegd?’). Bespeurt u een ‘ge/gij’ in dezelfde zin? Dan is de u/uw geen beleefdheidsvorm, maar een Vlaamse je/jou/jouw.
* Spreekt een Vlaming met een Nederlander? Dan blijft hij vaak wat langer in de u-vorm hangen, omdat die hem vertrouwder in de oren klinkt.
Schrijft een Vlaming? Dan gebruikt hij u/jij net zoals een Nederlander dat doet.

Respect, geen mededogen

Uw taal, het Standaardnederlands, is voor de doorsnee Vlaming niet meer dan een schrijftaal. Spreekt u hem aan? Dan moet hij plots die ‘vreemde’ taal ook spréken. En, slaafs als hij is, doet hij wat hij kan om u ter wille te zijn. Daardoor verkrampt hij. Overcompenseert hij in een stijl-met-stijve-boord. Want bij elk woord vraagt hij zich af of het wel zo hoort in het Standaardnederlands.

En jullie – goedbedoelde – opmerking “dat hij zo leuk klinkt”, helpt echt niet, hoor. Mijn oproep? Groei wat naar het Vlaams toe, zoals de Vlaming al twee eeuwen het ‘Hollands’ krijgt ingelepeld. (zie kaderstuk). Test bijvoorbeeld al eens hoe u scoort op www.Vlaams.nu

 

Jij wordt gij, jou wordt u, maar u blijft u

Misschien beleefd, zeker lui

Van Standaardnederlands naar Vlaamse tussentaal switchen? ‘Jij’ wordt ‘gij’, ‘jou’ wordt ‘u’ en ‘jouw’ wordt ‘uw’. Maar ‘u’ blijft ‘u’. Dat laatste is belangrijk. Want spreekt een Vlaming met een Nederlander? Dan blijft hij langer in die vertrouwde u-vorm hangen: ‘jij’ schrijft hij alleen, hij zegt het nooit. Het klinkt zo akelig onnatuurlijk dat hij zijn naturel verliest.

Bovendien kijkt de stereotiepe Vlaming de kat uit de boom bij die wat al te vlotte Nederlander. En ook daarvoor is de afstandelijke ‘u’ een puik instrument. De Vlaming is dus eigenlijk niet beleefd, hij maakt het zich alleen gemakkelijk. Ook de Belgische context speelt mee: twee Franstaligen blijven elkaar halsstarrig vousvoyeren tot een van beiden voorstelt: “Est-ce que on va se tutoyer?” (Zullen we elkaar met ‘je’ aanspreken?).

 

Algemeen Vlaams?
‘Tussentaal’ is enkelvoud en daarom misleidend. Er bestaan evenveel soorten van als er Vlamingen zijn: ieder maakt zijn eigen brouwsel van de standaardtaal en zijn dialect.

Vlamingen maken het een Nederlander dus niet gemakkelijk. Al is dat eigenlijk niet hun schuld, hoor. Wel die van de Noordelijke Provinciën die solo gingen: zij beleefden vervolgens hun Gouden Eeuw die ook hun taal harmoniseerde. Intussen brabbelden de Vlamingen in hun eigen dialect, zonder lingua franca.

Tot België zich aandiende. En de Vlaamse intelligentsia de doorsnee-Vlaming de - vreemde, maar tenminste uniforme – ‘Nederlandse’ standaardtaal opdrong om het Frans te counteren. Een kunstgreep die nu gedoemd is om te mislukken. Want ook al schreeuwen sommige Vlaamse schrijvers, journalisten en politici moord en brand: de tussentaal rukt op, ook in het onderwijs en zeker op radio en tv. Of dat ooit resulteert in een Algemeen Vlaams naast een Algemeen Nederlands? Wat denkt gij ervan?

*Dit artikel verscheen ook in Tekstblad.

Een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken. Stadsgenoot Mark Uytterhoeven schenkt koffie in een kopje van KV Mechelen en trakteert daarna op een mortiervuur van anekdotes en spitsvondig verwoorde inzichten. Precies zoals we van de tv-legende gewend zijn. Zijn visie op de taalverschillen tussen Belgen en Nederlanders? “We drijven verder en verder uit elkaar.”

Mark Uytterhoeven

Wie al mocht opblijven tot na Het huis van wantrouwen (1991-1992), Morgen maandag (1993) of Alles kan beter (1997-1999), kent Mark Uytterhoeven als grappig en rad van tong. Een virtuoos die dienstdoet als orakel voor de associaties die ijlings een talige uitweg zoeken uit zijn bezige brein. 

Terwijl hij dat mechanisme toelicht, illustreert hij het: “Ik ben geen knappe gast, nooit geweest, maar ik ben taalvaardig en snel. Ik ben sneller dan dat ik geestig ben, eigenlijk. Freek de Jonge heeft dat ook: die vuurt zoveel grappen af dat je er niet bij stil kunt staan. Dat gaat in een diarree: die snelheid maakt veel goed. Ik heb ze te danken aan mijn jaren Latijn en Grieks. Ik redeneer in woordgroepen. Ik denk daar niet over na, het gaat automatisch.”

Vandaag staat Mark aan de andere kant van de klas. Hij doceert het vak ‘Spreken voor een publiek’ aan de mediastudenten van Thomas More in Mechelen. “De voorbije jaren eiste ik dat de studenten AN zouden spreken”, vertelt Mark. “Maar toen ik las over jullie actie rond Vlaams en Nederlands, gaf ik het op.”

Oei, we hebben u toch niet ontmoedigd?

“Het zit zo: ik heb tot nu toe het achterhoedegevecht geleverd om mijn studenten Standaardnederlands te leren. Toen ik jullie mail kreeg, besefte ik dat dat ijdele hoop was. De kloof tussen wat ik tijdens mijn lessen hoor en een aanvaardbare standaardtaal, is te groot. En ik ben een man van uitersten: ofwel doe ik niets, ofwel werk ik heel hard en rij ik mezelf over de kop. Geen halve maatregelen dus. Ik veranderde het geweer van schouder.”

In welke zin?

“Ik laat de studenten elke les naar voren komen. Als iemand me nu vraagt: ‘Moet ik AN spreken?’ Dan antwoord ik: ‘Nee, doe maar zoals je gewoon bent.’ Want het vreemde is: zeg ik ja? Dan concentreren ze zich zo sterk op die vreemde taal, dat de spontaniteit en de narratieve opbouw van hun betoog de mist in gaat. Dus heb ik het opgegeven en … hoor ik soms toch mooie dingen. Zoals die ene jongen die geestig improviseerde rond het onderwerp ‘zeemeermin’: ‘Het beste boek van Harry Mulisch vind ik Zeemeermin. Ik heb trouwens al haar werken gelezen, ook De atoombom op Kontich.’”

Wat stoort u aan de taal van de jongeren in uw les?

“Dat zinnen als ‘Ebde gij een ongerke?’ en holle Engelse leenwoorden zoals teasen, offensive en awkward stilaan aanvaardbaar worden. Daardoor zijn we nu aanbeland bij een zeer eigenaardige situatie: we weten niet eens meer hoe we die vreemde woorden correct vertalen in onze moedertaal. Als ik ernaar vraag, stuit ik op gestamel. Ik had mijn cursus daarom dit jaar graag genoemd: 'Short introduction richting de taal dat Vlaams noemt(lacht)."

In hoeverre houden de verschillen tussen Vlaams en Hollands u bezig?

(loopt naar zijn bureau en haalt het boekje Gluren bij de buren tevoorschijn) “Als ik een werkje als dit zie liggen, dan koop ik het meteen. Ik las het in één ruk uit tijdens een vlucht. Toch boeien de lexicale aspecten me minder. Droogkuis of stomerij? Ik vind dat eerder spielerei. Want woordverschillen laten zich snel oplossen. Ik vind het veel erger dat we elkaars grammaticale constructies niet meer verstaan.”

“Wat mij ook intrigeert, is de publicatie van de Atlas van het Nederlands. Er bestaat een Vlaamse en een Nederlandse versie. Ik vroeg de uitgeverij (Lannoo, FD) naar de reden van die opsplitsing. ‘De verschillen in taal zijn te groot geworden’, klonk het. En inderdaad: het Vlaams en het Nederlands drijven uit elkaar.”

U spreekt uit ervaring? 

“Een recente anekdote: ik was onlangs op bezoek bij Gert Steegmans (voormalig Belgisch wielrenner, FD). Theo Bos, de Nederlandse sprinter, was er ook. Samen met zijn vriendin, ook een Nederlandse. Op een bepaald moment zegt Gert, met zijn Limburgse accent: ‘Den Theo, die is echt wel rapper as mij.’ Waarop het meisje haar wenkbrauwen fronst. Dus vroeg ik haar: 

  • ‘Weet je wat Gert net zei?’
  • ‘Nee, wat bedoelt-ie nou?’
  • ‘Rapper dán ik.’
  • ‘Ooooooh!’

Nog een voorbeeld: ik vlieg naar Taiwan met KLM. Een Nederlandse stewardess is in de weer met bagage. Om te helpen vraag ik: 

  • ‘Wilt u dat ik rechtsta?’
  • ‘Wat zegt u?’
  • ‘Excuseer: wilt u dat ik ópsta?’

Ik was ook ooit getuige van een pijnlijk moment in de Antwerpse Metropolis (nu Kinepolis, FD). Kinderen ontmoetten er de Hollandse stemacteurs van een animatiefilm. Een klein meisje staat op en zegt (imiteert Brabants kinderstemmetje): ‘Dien enen met dienen haak aan zijnen arm, hoe noemt die?’ Ik zag de paniek in de ogen van de Nederlander. Hij had er niets van begrepen. Dus begon hij me daar algemeenheden uit te spuwen. Hij redde zich ternauwernood. ‘Ze bedoelde eigenlijk: hoe héét die’, vertelde ik de acteur nadien. De reactie was dezelfde als die bij Gert Steegmans thuis: ‘Ooooooh!’”

Wat leidt u daaruit af? 

“Dat we gewoonweg geen idee hebben hoe groot de kloof wel is. Nederlanders begrijpen ons soms echt niet. Terwijl wij, Vlamingen, dan denken: rechtstaan, dat is toch duidelijk!?”

U werkte tien jaar lang bij de nieuwsdienst van de BRT, de publieke omroep die Vlamingen vanaf de jaren vijftig – toen nog als het NIR – mooi Nederlands probeerde bij te brengen. Zijn ze daarin geslaagd?

“Helaas hebben de germanisten van de BRT het niet gehaald. In tegenstelling tot in Nederland, hebben we in Vlaanderen geen eenheidstaal. Ik herinner me de straatinterviews uit die tijd. Je zag mensen tijdens de voxpops peentjes zweten om toch maar Algemeen Nederlands te spreken. Vandaag is de situatie anders. Journalisten krijgen vaak te horen: ‘Joah, wa moete gij weete?’ Dat schippert ergens tussen ontvoogding, wat niet slecht is, en arrogantie, die soms te ver gaat (met stoere stem): ‘Waarom moete welle klappe gellek die ‘Ollanders? Welle klappe toch gellek da welle wille, zeker? Wadisdana?’”

Deel 2: Mark over Nederland-Belgïe

Met verstomming geslagen (of van de hand Gods geslagen): dat waren de Nederlandse deelnemers aan het Crossborder Event van 10 oktober 2017. Wel, toch alvast degene die in mijn workshop zaten: 'Hoe maakt u als Nederlander de Vlaming het leven zuur?' Passeerden de revue: dingen, groot en klein, waardoor een Vlaamse klant afhaakt bij een 'Hollandse' verkoper.

Schrijf.be knipte de presentatie in hapklare brokjes - leerrijk voor Nederlanders, en herkenbaar voor Vlamingen:

  1. Waarom is Vlaams niét leuk?
  2. Voelt de Vlaming zich minderwaardig?
  3. Scheurt het Vlaams zich los?
  4. Begrijpt de Vlaming een Hollander eigenlijk?
  5. Is de Vlaming dom?
  6. Wat begrijpt een Vlaming niet?
  7. Waarop knapt de Vlaming af?
  8. Hoe bespeel ik Google.BE?
  9. (Samenvatting)

Albert OosterhofAlbert Oosterhof werkt als Nederlander in Vlaanderen en is gebeten door het Nederlands. Hij is docent binnen de opleidingen Journalistiek, Meertalige Communicatie en Toegepaste Taalkunde aan campus Antwerpen van de KU Leuven. Hij doet onderzoek, is lid van de taalgroep Nederlands en redactielid van het Vlaamse tijdschrift Over Taal.

U werkt als Nederlander in Vlaanderen. Hoe kwam u daar terecht?

"In 2000 ging ik op zoek naar een plek om als onderzoeker Nederlandse taalkunde aan de slag te gaan. Ik had gestudeerd in Groningen, maar aan de andere kant van het taalgebied werken, zag ik wel zitten. Dat mocht het zuiden van Nederland zijn, maar ook Vlaanderen. Al was ik daar toen zelfs nog nooit geweest! Nu werk ik er al zeventien jaar – en ik heb het me nooit beklaagd."

Woont u ook in Vlaanderen?

"Ik heb er tien jaar gewoond. Daarna verhuisde ik met mijn gezin naar een grensdorp in Zeeuws-Vlaanderen. Toch speelt ons leven zich af in Nederland én Vlaanderen. Het is niet uitzonderlijk voor ons om een paar keer per dag de grens over te steken.” 

Waarom trok u weg uit Vlaanderen?

"In Zeeuws-Vlaanderen vonden we de ruimte en de rust waarnaar we op zoek waren. Tegelijkertijd is Vlaanderen met al zijn voorzieningen ook in de buurt. De ideale combinatie, dus."

Soms steek ik een paar keer per dag de grens over.

U doceert over cultuur, communicatie en de verschillen tussen Vlaanderen en Nederland. Uw passie?

"Ja, omdat ik woon op de 'taalgrens' én als Nederlander in Vlaanderen werk. Ik merkte ook dat er behoefte was aan die lesonderwerpen. Zo gaat dat vaak in het onderwijs: er is een vacature en vervolgens lees je je in om ze te kunnen invullen. Na verloop van tijd boeide het onderwerp me alsmaar meer."

Hoe hard verschillen Vlamingen van Nederlanders?

Albert Oosterhof

"Zelf vind ik dat die verschillen sterk worden overdreven. Na zeventien jaar zou ik er eigenlijk zelfs geen een kunnen noemen dat echt standhoudt na verloop van tijd. De literatuur beweert iets anders, natuurlijk. Het idee dat die contrasten zo groot zijn, is ook commercieel aantrekkelijk. Het is nu eenmaal een onderwerp waarover we lang kunnen praten en publiceren. En dus voer voor de media. Niet verwonderlijk: die hebben net als taak om de identiteit van Vlaanderen en Nederland extra aandacht te geven. En ze dragen bij aan onze profilering tegenover andere landen en culturen."

Gebruiken ze dan wel een verschillende taal?

"Qua taal is er binnen het Nederlands aanzienlijke variatie. Toch zijn er maar weinig contrasten die Nederlanders en Vlamingen in twee groepen verdelen. In Zeeuws-Vlaanderen, bijvoorbeeld, gebruiken Nederlanders tussentalige elementen zoals moesten in plaats van mochten. En zelf zeg ik soms ook noemen in plaats van heten, terwijl ik toch de Nederlandse nationaliteit heb. In een onderwijscontext zou ik dat niet doen, maar hetzelfde geldt voor Vlamingen. Vooral de media en het onderwijs creëren het idee dat er een afgelijnde Nederlandse en een Vlaamse versie bestaat van het Nederlands. De werkelijkheid is veel complexer."

"Zo ontvingen we bij het tijdschrift Over Taal eens een artikel waarin een auteur het had over 'een tas koffie'. En toch was dat een journalist uit Nederland. Vervolgens protesteerde mijn Vlaamse collega tegen dat woord in die context. Het was de Nederlander die het had over een tas koffie  en de Vlaming die dat afkeurde – de omgekeerde wereld! De verschillen zijn dus niet zo duidelijk af te lijnen."

Er zijn maar weinig taalcontrasten die Nederlanders en Vlamingen in twee groepen verdelen.

Zijn er nog verschillen die in werkelijkheid niet zo eenduidig zijn?

"Soms lees je dat Vlamingen correct taalgebruik belangrijker vinden dan Nederlanders. Maar vergelijk ik officiële brieven met elkaar? Dan vind ik daarvan niet veel terug. Wel is het zo dat Nederlanders meer dt-fouten  maken. Mijn globale indruk? Dat er in beide delen van het taalgebied evenveel aandacht gaat naar verzorgd taalgebruik. Alleen focussen Vlamingen zich meer op dt-fouten, en richten Nederlanders zich minder op één soort. Er zijn dus accentverschillen, maar de vraag is of we die uitvergroten. Want bekijken we alles in internationaal perspectief? Dan vallen de contrasten tussen Vlaanderen en Nederland haast in het niets."

Begrijpen Nederlanders en Vlamingen elkaar dan altijd?

"Nee. Zo vroeg een collega in Gent mij ooit eens: ‘Is het goed als jij de verhandelingen voorleest en ik er daarna een cijfer op geef?’ Ik zat vervolgens een week te wachten tot hij zou langskomen. Dan kon ik de verhandelingen hardop aan hem voorlezen. Ik ging ervan uit dat dat een Vlaamse gewoonte was – misschien was de correctie zo grondiger? Pas later bleek dat mijn collega bedoelde dat ik de verhandelingen eerst moest lezen. Daarna zou ik ze dan een algemene score geven, en hij eentje op twintig."

Verschillen Nederlanders en Vlamingen volgens jou in de manier waarop ze zaken doen?

"Een Nederlander reageert doorgaans positief op een samenwerkingsvoorstel. En nee, het is dan niet nodig om de verschillen extra te benadrukken. Flauwe moppen over Heineken laat je dus beter achterwege. Wees duidelijk over de inhoud van je voorstel, want je Nederlandse gesprekspartner wil weten wat het hem oplevert . Zelf verwacht hij van jou als Vlaming waarschijnlijk een voorkeur voor bourgondische maaltijden. Voor hem zal dat niet altijd nodig zijn."

Een Staphorster en een Maastrichtenaar verschillen meer van elkaar dan een Maastrichtenaar en een Riemstenaar.

Streeft u naar één gemeenschappelijke taal om alle verschillen uit te vlakken? Of juicht u die net toe?

"Mij lijkt het dat het Standaardnederlands al één gemeenschappelijke taal is, met daarbinnen tolerantie voor taalvariatie. Ik zie weinig voordelen in de neiging om verschillen te accentueren en te streven naar minder samenwerking."

Hoe hard verschillen Vlamingen en Nederlanders van elkaar volgens u?

"Mijn eigen dochters hebben een dubbele nationaliteit en zijn loyaal aan Nederland én België. Waren Vlamingen en Nederlanders echt zo anders? Dan hadden mijn kinderen vast een gespleten persoonlijkheid. En zelf ben ik ook loyaal aan beide landen en culturen. Ik denk dus echt niet in verschillen."

We moeten alles dus meer in perspectief zien?

"Jazeker. Nederland en Vlaanderen zijn maar kleine gebieden. En de contrasten tussen de twee zijn niet groter dan die intern in Vlaanderen of Nederland. Meer zelfs: vergelijk je een Staphorster (inwoner van calvinistisch dorp in het noorden van Nederland, SH) met een Maastrichtenaar? Dan verschillen die misschien wel meer van elkaar dan een Maastrichtenaar en een Riemstenaar."

Meer Albert Oosterhof

Website: albertoosterhof.be
LinkedIn: Albert Oosterhof

 

Wat gebeurt er als je een Nederlandse en een Vlaamse taalliefhebber tegenover elkaar zet voor een debat? De makers van het praatprogramma Café De Buren voegden de daad bij het woord. De Nederlandse sociolinguïst Jan Stroop  en de Vlaamse auteur Geert Van Istendael kruisen de verbale degens.

Bezorgdheid

Bezorgdheid: dat is wat blijkt uit het relaas van beide taalkenners. Behalve een rommelige ruimtelijke ordening heeft de Vlaamse bouwwoede in de jaren zestig en zeventig nog een kwalijk gevolg gehad, meent Geert Van Istendael. "Mensen gingen ageren tegen dialecten en schaamden zich ervoor. In hun verkavelingen zwoeren ze het dialect af, maar waren ze ook te lui om Algemeen Nederlands te leren. Denk maar aan uitdrukkingen als oe noemde gij. Het Verkavelingsvlaams  was geboren."

In Nederland ziet Jan Stroop dan weer met lede ogen aan hoe het Poldernederlands alsmaar verder doordringt in het dagelijkse leven. Nederlanders zijn de correcte uitspraak van hun taal verloren. Dat doet Stroop besluiten dat er twee soorten Nederlands zijn ontstaan. "Nederlanders pinnen en Vlamingen halen geld af. Vlamingen en Nederlanders begrijpen elkaar niet meer en de tussentaal krijgt alsmaar vastere voet aan de grond aan beide zijden van de grens. Waarom ondertitelt Eén het Nederlandse tv-programma Baantjer ? Omdat Vlamingen de Nederlandse acteur Piet Römer die gestalte geeft aan het hoofdpersonage, eenvoudigweg niet verstaan."

Vrijheid blijheid

Geert Van Istendael ziet het anders. "Er is maar één Nederlands, en binnen die taal zijn er talloze varianten zoals dialecten, streektaal en vreemde invloeden. Laat duizend bloemen bloeien, zeg ik altijd."

Wat borrelt er spontaan bij u op als u denkt aan uw taal? Spreken we allemaal een en hetzelfde Nederlands of tateren we er lustig op los in onze eigen Vlaamse of Hollandse streektaal? Kruip in uw pen en vertel ons wat u denkt.

Johan De CaluweJohan De Caluwe is docent Nederlandse taalkunde aan de Universiteit Gent. Op vraag van uitgeverij Lannoo werkte hij mee aan beide edities van de 'Atlas van de Nederlandse Taal' (mei 2017), één voor Nederland en één voor Vlaanderen. Wij vergeleken die en legden hem het vuur aan de schenen: wat leiden we af uit de verschillen? Zijn we van elkaar aan het vervreemden of kunnen we nog door één deur?
 
Waarom eigenlijk twee versies van de ‘Atlas van de Nederlandse taal’?
“Van bij het begin was het idee om niet krampachtig te proberen in één boek de twee taalgebieden te dekken. Samen met de Vlaamse Fieke Van der Gucht ben ik gestart met de Vlaamse versie. Dat bleek goed te lopen en na enkele maanden hebben we de redactie uitgebreid met twee Nederlandse collega’s: Mathilde Jansen en Nicoline van der Sijs. Zij maakten op basis van ons ‘prototype’ de editie voor Nederland. Dat heeft ons veel miserie bespaard. Telkens als er moeilijke keuzes moesten worden gemaakt, konden we zeggen: ‘Doe jullie ding maar’. Waardoor wij onze energie in kwaliteit konden steken, in plaats van in nutteloze discussies. En zo komt het dat zowel Nederlanders als Vlamingen het echt herkennen als een boek over hún taal.”

De verschillen zijn best opvallend. Zo merk je al in de inhoudstabel dat titels van bepaalde hoofdstukken anders worden geformuleerd, zelfs als de inhoud gelijklopend is. Vanwaar die nuances?

“Dat hing af van wie de tekst bewerkte. We gingen grotendeels met min of meer dezelfde stof aan de slag. Meestal was het de Vlaamse auteur die de eerste teksten schreef en dan zette de Nederlandse collega die naar zijn hand. Die hield rekening met de gevoelswaarde van bepaalde woorden, die in Nederland en België soms anders ligt. Als onze Nederlandse collega’s zegden: ‘Nou, dat vinden wij niet zo’n leuke titel’, dan maakten wij daar geen punt van. We vinden die verschillende opvattingen juist prettig, omdat je dan merkt: wat wij bedoelen, komt niet altijd zo over bij de andere taalgroep.”

Wat vindt u zelf het grootste verschil qua stijl en taalgebruik? Schrijven Vlamingen en Nederlanders globaal gezien anders?

“In ons geval hangt dat meer af van het karakter van de individuele auteurs. Sommige Vlaamse collega’s stoppen graag grapjes in de teksten, maar het Nederlandse team schrapte er een aantal. Soms ook omdat ze dachten dat het Nederlandse publiek de woordspeling niet zou snappen. Ik hoorde wel al van lezers dat ze de Nederlandse versie wat droger vinden dan de Vlaamse. Maar ik durf geen uitspraken te doen over algemene verschillen qua stijl en woordgebruik.”

In de Nederlandse editie schrijven jullie: Nederlands is in Nederland ‘de onmiskenbare taal van de natie’, terwijl in Vlaanderen Nederlands eeuwenlang in de schaduw van het Frans stond. Hoe merk je dat?

“De doorsnee-Vlaming koestert nog altijd wat wantrouwen tegenover woorden die er Frans uitzien. Daardoor heeft hij de neiging om aan hypercorrectie te doen. Bijvoorbeeld door ‘punaise’ te vervangen door ‘duimspijker’. De Nederlanders hebben daarover een onbevangener houding. Zij gebruiken zonder probleem een woord als ‘portee’ in plaats van draagwijdte.”

“Toch is het grootste verschil de angst voor verengelsing. Nederlanders liggen daar niet van wakker en zetten daarin snellere stappen – bijvoorbeeld in het hoger onderwijs, maar ook in commerciële communicatie. Je merkt dat aan het gemak waarmee Nederlanders overschakelen op het Engels, of Engelse woorden gebruiken. Vlamingen hebben nog meer het gevoel van: zeg, we hebben zo lang voor dat Nederlands moeten vechten tegen het Frans, nu gaan we het ook niet prijsgeven aan het Engels. De Universiteit Gent is bijvoorbeeld pas in 1930 vernederlandst. Ze biedt dus nog niet eens 100 jaar Nederlandstalig onderwijs aan. Daarom beslissen in België parlementaire commissies welk percentage van onze bachelor- en masteropleidingen in het Engels mag worden onderwezen. In Nederland is dat geen … issue.”

Hoe komt het dat Nederlanders Franse woorden als ‘jus d’orange’ gebruiken? De Franse invloed was er toch veel minder groot?

“Vlamingen plooiden onder de dagelijkse beïnvloeding door het Frans. Zij die naar Brussel pendelen, voelen die concurrentie van het Frans trouwens nog altijd. Toch heb je in Nederland net zo goed de Franse invloed gehad, vooral op de burgerij. Zeker in de negentiende eeuw drukten de hogere kringen er zich vaak in het Frans uit.”

 

Met ‘jus d’orange’ toonde je aan dat je tot de hogere klasse behoorde.

 

“Frans was trouwens de cultuurtaal in heel Europa. Het stond dus goed om niet zomaar ‘fruitsap’ te drinken, maar wel ‘jus d’orange’. Dan toonde je dat je tot de hogere klasse behoorde. Al zal in een Rotterdamse kroeg heus niemand jus d’orange besteld hebben. Toch raakte dat soort woorden uiteindelijk wel algemeen verspreid.”

En in Vlaanderen werden die woorden geweerd toen de taalgrens officieel werd vastgelegd, begin jaren zestig?

“Inderdaad. Er werd geredeneerd: als we dit woord nu ook nog uit het Frans overnemen, schiet er van ons Nederlands niets meer over. Het gevolg? Twijfel. Laat Vlamingen een brief schrijven en ze durven plots alledaagse woorden als paraplu of portemonnee niet meer te gebruiken. Dan duiken gemakkelijk die zogezegde vernederlandsingen als regenscherm en geldbeugel op.”

U had het over de verengelsing in Nederland. Het valt me op dat er in de Nederlandse editie van de ‘Atlas’ een hoofdstuk staat over chat- en sms-taal, maar niet in de Vlaamse versie. Is dat bewust?

“Neen, het is als compensatie voor het uitgebreidere stuk over tussentaal in de Vlaamse versie. We hadden dat hoofdstuk over sms- en chattaal evengoed in de Vlaamse editie kunnen zetten. Voor een eventuele herwerking gaan we dat herbekijken, ook voor de andere thema’s die nu niet gemeenschappelijk zijn.”

In de Vlaamse editie staan inderdaad twee hoofdstukken over tussentaal, in de Nederlandse dan weer een hoofdstuk over Poldernederlands. Zijn die twee fenomenen vergelijkbaar?

“Tussentaal is iets typisch Vlaams. Het Poldernederlands verschilt alleen in uitspraak licht van het Standaardnederlands. Een modale Vlaming zal niet horen wie Poldernederlands spreekt en wie de zogezegde standaardtaal. In Vlaanderen is de afstand van tussentaal tot standaardtaal wel heel groot. Zo gebruiken wij de gij-vorm en zeggen we ‘ne schonen dag’ in plaats van ‘een mooie dag’. Ook opvallend is het dubbele gebruik van het woordje ‘dat’. Als in ‘ik weet niet waarom dat hij dat gedaan heeft’.”

 

Standaardtaal onder Vlaamse vrienden geeft je al snel een verwaand of ambitieus imago.

 

“Vlamingen blijven in de dagelijkse omgang op hun hoede voor de standaardtaal. Voorbeelden? Als je onder vrienden standaardtaal zou spreken, zou je al snel het imago krijgen verwaand of ambitieus te zijn. Ik denk nu aan mijn studenten: zij zitten nota bene in een talenrichting, maar ook voor hen is tussentaal de algemene omgangstaal. Net zoals dat op bijvoorbeeld recepties het geval is. Het is een interessant fenomeen, omdat de Vlaming die taal ook gebruikt om toch zijn achtergrond te laten doorschemeren. Je hoort aan iemands tussentaal overduidelijk of hij West-Vlaamse of Brabantse roots heeft. Terwijl hij voor iedere ander Vlaming verstaanbaar blijft. Het is ook de taal die je op tv hoort: in soaps, bij Jeroen Meus, … Het is zo Vlaams en zo herkenbaar dat we er extra aandacht aan hebben besteed.”

Hoe gaat dat dan in Nederland? Spreken zij Standaardnederlands op een receptie?

“Nederlanders hebben een ‘informele standaardtaal’ omdat het Nederlands al eeuwenlang hun taal is. Dat hoor je als je in Nederland naar een receptie gaat, of dat nu in een klein dorp is of aan de universiteit. Er wordt een soort los, informeel Nederlands gesproken. Op wat lichte klankafwijkingen en woordjes na staat dat heel dicht bij de standaardtaal. In Vlaanderen bestaat dat niet. Probeer daar maar eens een grapje te maken in de standaardtaal. Lukt niet: Vlamingen schakelen meteen over op tussentaal.”

Denkt u dat het Vlaams en het Nederlands uit elkaar drijven?

“We doen al ons eigen ding, maar er blijft eenheid in de verscheidenheid. Onze zinsbouw is soms een beetje anders, onze uitspraak is opvallend anders, maar het blijven varianten van het Nederlands. Ook qua woordenschat: het gaat om een paar duizend woorden die we anders of niet gebruiken. Ik maak me geen zorgen over het uit elkaar drijven. Ik vind het wel fijn dat er na al die jaren eindelijk erkend wordt dat er een Belgisch-Nederlands en een Nederlands-Nederlands bestaat. Zo ontdekken we van elkaar hoe we dingen anders zeggen. Al is er natuurlijk een verschil tussen schrijf- en spreektaal.”

Hoezo?

“De divergentie – het uit elkaar groeien – gaat een stuk sneller in de spreektaal dan in de schrijftaal. Volgens onderzoek is dat trouwens vooral aan de Nederlanders toe te schrijven. Zij voerden de voorbije decennia allerlei veranderingen in de uitspraak door – Vlamingen niet. Daardoor staan Vlamingen en Nederlanders in hun spreektaal nu verder van elkaar af dan pakweg vijftig jaar geleden.”

Hoe komt dat?

“Dat zijn sociologische processen. Neem nu de Gooise ‘r’ (spreek uit als een Amerikaanse ‘r’, CF): dat is een typisch Hollands verschijnsel dat Vlamingen absoluut niet overnemen. Maar in Nederland heeft het zo veel prestige dat miljoenen mensen die ‘r’ gebruiken. Daardoor komt de Vlaamse rollende ‘r’ nog verder af te staan van de Nederlandse variant.”

Zijn Vlamingen conservatiever omdat ze zich willen lostrekken van die Franse invloed, zoals u eerder al aanhaalde?

“Zij zijn zeker conservatiever voor de uitspraak. Waarom? Omdat zij de standaardtaal, als ze die spreken, meestal in een formele context gebruiken. En dan hou je je aan de dingen zoals ze geschreven staan. Terwijl de Nederlanders … die tateren erop los (lacht). Ze letten minder op wat er staat. Vlamingen hebben toch iets meer gevoel voor autoriteit. Dat komt doordat ze zich lange tijd niet de meester van hun taal hebben gevoeld.”

 

Vlamingen voelden zich geen meester van hun taal.

 

Is dat ook een sociocultureel verschil? De Nederlanders hebben tenslotte de reputatie iets directer in de omgang te zijn?

“Dat zou ik niet durven te zeggen. En er is de laatste jaren ook al veel veranderd. Dat merk je aan de assertiviteit waarmee de Vlamingen nu tussentaal gebruiken – op tv en onder elkaar. Die tussentaal werd een soort symbool voor het nieuwe Vlaamse zelfbewustzijn – een groot verschil met vroeger. Want in de jaren zestig en zeventig werd ook tussentaal gesproken, maar men beschouwde dat toen als onvolkomen Nederlands. Alsof iemand de standaardtaal probeerde te spreken, maar die nog niet volledig onder de knie had. Die perceptie is voorbij. Dat merk je heel erg bij de jongere generatie. Niemand zal zeggen: ‘Ga jij vanavond mee naar de Gentse Feesten?’ Nee, dat wordt: ‘Gade gij mee?’ Er is geen drang om dat nog te ‘corrigeren’.”

Zijn we met een inhaalbeweging bezig ten opzichte van de Nederlanders?

“Zeker. Ook wat de woordenschat betreft. Zo tekent het Instituut voor Nederlandse Lexicologie in Leiden op hoeveel nieuwe woorden er bijkomen. Vroeger leverde Nederland zowat 90 procent. Nu maken Vlamingen evengoed probleemloos nieuwe woorden. Sommigen vragen zich misschien nog af ‘of dat wel mag’, maar de nieuwe generatie heeft daar lak aan. Zij gebruikt die woorden gewoon.”

U doceert zelf Nederlandse taalkunde aan de Universiteit Gent – vast ook aan studenten uit Nederland. Wat valt u op aan hun taalgebruik?

“Er zijn twee dingen die me opvallen. Het eerste is hun uitspraak van het Nederlands – het verschil met de Vlaming is enorm. Bij een mondeling examen moet ik er toch zowat een minuut aan wennen. Zeker als er voordien tien Vlamingen aan de beurt waren. Plots zit daar dan iemand voor je die de zaken heel anders uitspreekt, met een ander intonatiepatroon. Dat zorgt vaak voor wat verwarring, ook bij de studenten.”

 

Men stapt af van het idee dat als een Vlaming een tekst schrijft, er zeker dertig fouten in staan.

 

“Iets anders, waarover Nederlanders dan weer verrast zijn, is dat bij de Vlaming nog het idee leeft dat er ‘goed’ en ‘fout’ Nederlands is. Dat is iets wat we meenamen uit de voorbije decennia: dingen die in Vlaanderen werden gezegd en in Nederland niet, moesten worden aangepast. Maar dat kentert. Men stapt af van het idee dat als een Vlaming een tekst schrijft, er zeker dertig fouten instaan. Die ‘rodebalpenattitude’ is stilaan verdwenen.”

Dus we begrijpen elkaar beter?

“Dat hangt af van de communicatievorm. In de literatuur zie je dat het tij al compleet is gekeerd. Vroeger lieten Vlaamse auteurs hun kopij nalezen door Nederlandse correctoren, om er de Vlaamse uitdrukkingen uit te halen. Dat is voorbij. Het is zelfs zo dat Vlaamse auteurs nu meer en meer koketteren met hun typisch Vlaamse taalgebruik. Nederlanders scheppen daarin plezier.”

 

Vlaamse auteurs koketteren nu meer en meer met hun typisch Vlaamse taalgebruik.

 

“Maar zodra je in het commerciële circuit zit, zoals jullie met Schrijf.be, is het dikwijls afwegen: kan dit woord of deze zinswending wel in Nederland? Of roept dat geen andere associaties op? Is de constructie niet te Vlaams? Dan moet je echt opletten. Dat jullie dus teksten vervlaamsen of verhollandsen, daar kan ik heel goed inkomen.”

Hebt u tijdens uw research ontdekkingen gedaan over de gelijkenissen of verschillen tussen de twee landen die u echt zijn bijgebleven?

“Onze socioculturele referentiekaders verschillen enorm. Dat is echt heel opvallend. We hebben onze eigen radio- en tv-kanalen, mediafiguren, literatuur, komieken, ... Dat kleurt heel erg de manier waarop we over Vlaanderen en Nederland en het taalgebruik schrijven. Vlamingen kunnen als referentie probleemloos verwijzen naar Eddy Wally, Martine Tanghe of Astrid Bryan. Omdat die figuren in het Vlaamse collectieve geheugen zitten. Maar in Nederland kennen ze die niet: daar hebben ze een totaal andere set van relevante landgenoten. Het is wel prettig om in je boek met die twee kaders te kunnen spelen. En het is dus zeker zinvol geweest om twee atlassen uit te brengen.”