Ga naar de inhoud
Let op: Om het voor u gemakkelijk te maken, gebruikt deze website cookies. Akkoord Niet oké.
Schrijf.be

Copywriters: wat drijft hen? Waarvan worden ze warm of koud? Neem een kijkje achter de schermen!

"Als het op dialecten aankomt, is het vijf voor twaalf", schrijft 'De Standaard'. De krant zette daarom prompt haar jaarlijkse taalweek in het teken van onze Vlaamse dialecten. Een leuk initiatief, vinden we dat bij Schrijf.be! Want ja, hoewel we onze teksten netjes in de standaardtaal schrijven, hebben ook wij een boontje voor ons eigen dialect. Leest u mee? Leesdje gie mee? Leesde gaai mej?

We hebben het hier al vaker gezegd: een goede copywriter houdt het kort.

Toch hebt u soms heel wat woorden nodig om uw boodschap over te brengen.
Wie dat beter doet? Dialectsprekers. Kijk maar naar West-Vlamingen. Zij vatten de essentie van een zin vaak in één sappig dialectwoord. Dat is kort, en krachtig. 

Iedereen West-Vlaams

Foto: www.iedereenwest-vlaams.be

Om copywriter te worden, zijn West-Vlamingen dus uit de juiste klei gebakken. Kijk maar:

Nederlands West-Vlaams*
Ik heb er zo stilletjesaan wel genoeg van. Ket get
Ik begrijp niet zo goed wat u daarmee wilt zeggen. Wuk? 
Mag ik hier gratis naar het toilet gaan?  Is 't pipi vo nietnie? 
Ik heb er echt heel erg weinig voor betaald.  Batje!
Als u zo verder praat, voel ik me genoodzaakt om uw gezicht te verbouwen. Oedjemulle
Ik zit er echt helemaal door nu.  Kzin tèn
Daar word ik razend van.  Komn slig
Maar jawel, dat is wel waar.  Toettoet
Neen, dat heb ik niet gedaan. Jakkendoeniet
Ik denk toch dat wat u nu zegt, niet helemaal correct is.  Zeveroare 

En nu ú

Aanvullingen? Tegenwerpingen? Een eigen lijst van een ander dialect?
Laat het ons weten! Maar hou het kort. 

 

* Verstaat u er niets van? Geen nood! Dankzij de app 'Iedereen West-Vlaams' bent u meteen mee.
  • Geschreven door
  • op
  • in de Categorie: Streektaal

"Als het op dialecten aankomt, is het vijf voor twaalf", schrijft 'De Standaard'. De krant zette daarom prompt haar jaarlijkse taalweek in het teken van onze Vlaamse dialecten. Een leuk initiatief, vinden we dat bij Schrijf.be! Want ja, hoewel we onze teksten netjes in de standaardtaal schrijven, hebben ook wij een boontje voor ons eigen dialect. Leest u mee? Leesdje gie mee? Leesde gaai mej?

Kempisch dialect

Kempisch dialect is misschien niet het kortste dialect van het land, maar wel het sappigste. Da vaainekik na is sè!

’t Is natuurlijk ne pèrepluj (paraplu), dat Kempisch dialect. Mensen in Arendonk en Zoersel kun je qua taal vlot van elkaar onderscheiden.


Maar mijn Kempisch dialect? Dat stamt uit Turnawt (Turnhout). Thuis van de vlezige 'l', de platgetrapte 'a' en de neergehaalde 'h'. En dat Kempische dialect kunt u nu leren spreken. Met de hulp van de volgende zinnetjes.

 

Kempisch dialect baai den doktoor*

*bij de dokter

  • Kem menaaige lellek zieër gedoan. Ik heb mezelf flink bezeerd.
  • Kzen oep ne pinegel goan staan. Ik heb op een egel getrapt.
  • Kdroai gellek ne pindjop. Ik voel me duizelig.
  • Kzen me men vruut tegen de keust gegoan. Ik ben met mijn gezicht tegen de grond gesmakt.

Kempisch dialect oep kefej*

*op café

  • Zjeraar, ne limenaat! Een limonade graag, Gerard.
  • Swengs da zaai neurt gemak is, zwaddert aai nog een pingt. Terwijl zij naar het toilet gaat, drinkt hij nog een biertje.
  • Dieje Cis, da's een echt plekaaizer. Cis blijft al eens graag hangen.
  • Tis nie omdache koai koarte et dache eurzak moet speule. Je hebt misschien slechte kaarten, maar daarom moet je nog niet valsspelen.

Kempisch dialect baai de pollis*

*bij de politie

  • Da stukske jammenkloewete hee men seuzie geschoept. Die onnozelaar heeft mijn deken gestolen.
  • Dieje peust hee menne pelse frak begoait. Die schoft heeft mijn bontmantel vuilgemaakt.
  • Zat twieje tefrente katsjoewe botte, ne veurschoewet en ne pèrdesuj oan. Ze droeg twee verschillende rubberlaarzen, een schort en een overjas.
  • De draai gandèrme mochelden iederoverraant. De drie agenten speelden om beurten patience.

Kempisch dialect toois*

*thuis

  • Men leuzze is in frelle / in frut vaniejen. Mijn horloge is helemaal stuk.
  • Tis wer rosse jan baai die van ierneffe. De buren maken weer ruzie.
  • Gaai et pessies te laank oep de perdjesmeulen gezete. Je bent niet goed snik.
  • Zee praais. Ze is in verwachting.

Kempisch dialect in’t stroat*

*op straat

  • Bettemakkemoai? Zou de hond bijten als ik hem aai?
  • Tregert aaw moijers. Het regent pijpenstelen.
  • Wa diest na meja, jom! Scheelt er iets?
  • Baai den biejenhaawer zen de blaffeture neur beneje. De rolluiken van de slager zijn toe.

Kempisch dialect in den bazaar*

*in de supermarkt

  • Ne kilo gekapt astemblift. Een kilo gehakt graag.
  • Gettet verinneweerd. Gegogget betoale. Potje breken, potje betalen.
  • Wete wakkik gere mag? Krnaain me prooime. Weet je wat ik graag lust? Konijn met pruimen.
  • Sloagt em goai è, ewe nieve kebbas. Draag zorg voor je nieuwe boekentas.

Kempisch dialect oeptschool*

*op school

  • Hawt ewe fraanken teut mer! Zet niet zo'n grote mond op!
  • Tuft diejen tuttefrut in de vooilbak! Spuw die kauwgom in de prullenmand!
  • Got dieje mennekesplek afwassen on de poembak. Was die kindertattoo af aan de gootsteen.
  • Maaine veujer is ne plekker. Mijn vader is stukadoor.

Kempisch dialect oep den traain

*op de trein

  • Zietem zjalle. Aai is van den oas gepoept. Zie hem lopen. Hij moet snel zijn.
  • Ze pakken un joeng mej nor die zieje. Ze nemen de kinderen mee naar zee.
  • Ze gon metten tallis oepraais neur Peraais. Ze reizen met de Thalys naar Parijs.
  • Na gen oarichèt in da stession, hè! Geen kwajongensstreken uithalen in het station, hè!

Zo u bent helemaal uitgerust om oepraais te goan neur Turnhawt!
Of vergaten we nog iets? Lottetwetenè!

Hoongelach aan de Schrijf.be-eettafel gisteren: “Meetjesland, wat is dat eigenlijk voor een woord?” Als trotse Meetjeslander sla ik terug met drie mogelijke verklaringen.

Voor de wereldvreemde lezer: het Meetjesland is een regio in Oost-Vlaanderen tussen Gent en Brugge, bij de Nederlandse grens. Met als kloppend hart: mijn geboortestad Eeklo. ;-)

 

Het Meetjesland op de kaart.

 

 

 

 

 

 

Verklaring 1: we waren keizer Karel te slim af

Deze eeuwenoude legende fluisterden mijn leerkrachten van de lagere school: keizer Karel V was op doorreis in onze streek. Volgens de geruchten had Karel een zwak voor jonge vrouwen en hield hij er heel wat minnaressen op na. Uit angst voor dat aanstormende testosteron verborgen de inwoners hun dochters. Toen Karel door onze streek (meer bepaald Zomergem en Waarschoot) trok, spotte hij dus geen jonge vrouwen … maar oude meetjes. Hij doopte de streek smalend tot ‘land van de meetjes’. De snoeper.

Verklaring 2: de meetjes veroverden het straatbeeld

Een variant op de eerste verklaring, die plausibeler is: in de 17de en 18de eeuw bloeide de linnenproductie in de streek. Duizenden wevers waren er aan de slag. Maar het waren de vrouwen die de draad spinden. Een werkje dat vooral oudere dames deden, het liefst buiten op de stoep. Zo werden de spinnende meetjes het gezicht van onze streek. En dat bracht de term 'Meetjesland' mee.

Verklaring 3: we waren middeleeuwse turfwinners

Denkt u aan de middeleeuwen? Dan dansen ridders en jonkvrouwen voor uw geestesoog. Maar in het Meetjesland woonden … turfgravers. Voor de ontginning verdeelden onze voorouders het land in in stroken, die we ook ‘meten’ zouden hebben genoemd. Vandaar 'het Meetjesland'.

Uw weetjes over meetjes

Welke verklaring correct is? Zegt u het maar. Misschien kent u wel méér legendes of verklaringen. Deel ze in het commentaarveld!

 

De zon schijntErgens in mei, op een prachtige lentedag. We lunchen met de collega’s op ons terras en ik geniet. "Zo leuk dat de zon uit zit.” Gefronste wenkbrauwen en een 'wablieft?'. "Awel, tof dat de zon uit zit." Niemand die me verstaat, behalve Marlies die er ondertussen kwam bijzitten. In West-Vlaanderen zeggen wij: de zunne zit ut, als de zon schijnt. In de rest van België blijkbaar niet.

Dat overkomt me wel vaker. Dat ik dénk een normale uitdrukking te gebruiken. Omdat ik mijn West-Vlaams standaardiseerde. Maar 'netjes uitgesproken' staat nog
niet garant voor 'verstaanbaar'.


Netjes West-Vlaams, toch onverstaanbaar

Enkele voorbeelden: 

  1. Michel zou wel te doen hebben om al die projectnummers vanbuiten te leren.
    Van: Michel zoe wel te doen ein vwo ol die projectnummers vanbutn te ljèrn.
     
  2. Marlies, die cake van jou is echt mooi nes.
    Van: Marlies, die cake van gie is echt skwunne nes.
     
  3. Ik vind er niet veel raars aan om die vuilbakken buiten te zetten.
    Van: kvinne der niet veel roars an om die vulbakn buitn te zetn.
     
  4. Fabian, is je zoontje Leon al proper?
    Van: Fabian, è je zeuntje Leon ol proper?

Van West-Vlaams naar standaardtaal

Weet u wat ik bedoel? Dan komen wij uit dezelfde streek! Dat ik inderdaad maar wartaal uitkraam? Dan bent u vast niet van West-Vlaanderen. Speciaal voor u de zinnen in échte standaardtaal:

  1. Michel zou zijn handen vol hebben om projectnummers van buiten te leren.
     
  2. Marlies, je cake is perfect gebakken, dus niet uitgedroogd.
     
  3. Ik vind het  niet leuk om de vuilbakken buiten te zetten.
     
  4. Gaat Leon al op het potje?
 
Vertel ons met welke uitdrukkingen u het laat donderen in Keulen!
  • Geschreven door
  • op
  • in de Categorie: Streektaal

Antwerpen, 2012

Brabants dialect leren

Een Nederlandse medestudente en ik houden een diepzinnige conversatie:

Zij: "Gaan we zo meteen nog langs bij de Hans?"
Ik: "DE Hans?"
Zij: "Zo zeggen jullie dat toch?"

Euh, ja maar niet altijd. Soms is het ook den, zoals bij den Hans. En jawel, daar zit een logica achter.

Brabants dialect

Woont u ter hoogte van Antwerpen, Vlaams-Brabant of – als Nederlander – Noord-Brabant? Dan maakt u wellicht vlotjes het onderscheid tussen de en den. Dialecten in dat gebied dragen namelijk de kenmerken van het Brabants; en laat dat nu net de taalgroep zijn die de(n) voor mannelijke namen zet. 

Woont u ver weg van het Brabantse taalgebied? Dan hoort u het waarschijnlijk in Keulen donderen.


Mannelijk Middelnederlands 

Den voor mannelijke namen zetten, een modegril? Toch niet! Het lidwoord stamt uit de tijd van het Middelnederlands. Toen werd den voor alles wat mannelijk was gezet: zowel namen als andere woorden. En dus komt u het nu af en toe nog eens tegen. 

 

Klanken bepalen 'de' of 'den'

Allemaal goed en wel, maar waarom is het den Barry en niet ... den Frank? Het antwoord? Klanken. Begint een mannelijke naam met d, t, b, h OF met een klinker? Laat die den maar komen. En dat geldt óók voor andere mannelijke woorden. Zoals hieronder:

Den Thierry heeft den iPad van den André per ongeluk in den haard gesmeten. 

Den adder als u Brabants dialect wilt leren 

Enige probleempje bij bovenstaande regel? U valt als niet-Brabander door de mand als u hem probeert toe te passen. Want weet u wanneer een woord mannelijk is? Misschien vaak wel. Maar vast niet altijd - tenzij u het Groene Boekje altijd bij de hand hebt. 

Ziet u het bos echt niet meer door de (dennen)bomen? Laat ons uw tekst vervlaamsen

 

Dat West-Vlamingen de beste copywriters zijn, daar ben ik al lang van overtuigdMaar vertelde ik u al hoe blij ik persoonlijk word van mijn dialect? Het was deze prachtpassage uit de blog van taalcolumniste Ann De Craemer die me er vorige week aan herinnerde: 

"Ak 't Nederlands mee een skuone doeninge zoe verheliken, ton is min dialect de warmste koamer van dad uus, en min familie en min beste moaten zitten doar, bij den open èrd en bij 't vier, en 't is doar alsan stif hezellih."

Ik kan het zelf niet beter beschrijven. Want hoe snel mijn hart ook slaat voor het Nederlands, in al zijn sierlijkheid en elegantie, zo hard barst het bijna uit mijn borst voor het West-Vlaams – in zijn robuuste eenvoud én souplesse. 

Me min bazatse no Hent 

Van kleins af werd ik in het West-Vlaams opgevoed. Sint Nikloj kwam me zin perd bij ons langs. En te kestdag mochten we meehelpen den bwuom op te zetten bie oma in Oohlede. 

Tijdens mijn lagere en middelbare schooltijd ging ik 's middags thuis mijn stutjes opeten. En hoewel ik perfect leerde articuleren op de dictie- en toneelschool, rolden na de lesuren de bejoak, bejoan, en bejoans vlot over de tong. 

Op mijn achttiende trok ik – met een karavaan van streekgenoten – naar het beloofde land: Hent. Dol was ik  op al die fijne Oost-Vlamingen, Antwerpenaars en Bruxellois. En toch ... bleef ik met mijn voeten stevig in mijn taalklei staan. Mopjes klinken nu eenmaal sappiger, warmer, hartelijker in het West-Vlaams. Maar ook vloeken, vrijen, schreien, ... gaat eens zo gemakkelijk in mijn dialect. Het hoort bij mijn buikgevoel als gernoazen bie tomatjes.  

placeholder

Tis lik in de mode 

West-Vlaams is tegenwoordig bon ton dankzij series als Van eigen kweek en Bevergem. De inkt vloeit rijkelijk over prenten, vierwerk en ringeln. Maar nu vraag ik me af: wat vinden jullie écht, Oost-Vlaamse maten? Antwerpse vriende? Brusselse pôtes? Limburgse makkers?

Kunnen jullie het West-Vlaams smaken? Voelen jullie óók zo'n diepe liefde voor jullie streektaal? En waarnaar ik vooral benieuwd ben: van welke uitdrukking huppelt jullie hart? 

Mijn strijd gaat door. Een nummer van Gorki. Maar ook een statement van mij. Als West-Vlaming met een diploma - of een 'Gentenaar', zoals ze dat hier smalend noemen - verzet ik me dagelijks tegen de vooroordelen over het mooiste (én oudste) van alle Vlaamse dialecten.

Maar zie, het tij keert. Zo las u onlangs ongetwijfeld Stefanies blog over de nieuwe app Iedereen West-Vlaams.

En wat blijkt? We zijn aan de winnende hand. Iedereen wil opeens onze taal leren. Inderdaad, de app is met 32.000 stuks momenteel de meest gedownloade. Zelfs déze verfoeide leider gaat overstag.

Besluit: deze West-Vlaming is niet langer een underdog, maar wel preus lik vjirtig.

Mijn West-Vlaamse roots kan ik niet verstoppen. Zeker niet als mijn gsm afgaat en aan de andere kant van de lijn een West-Vlaams familielid 'hangt'. Want dan begin ik in een onversneden Meulebeeks dialect te tateren. Gevolg? Gegniffel bij de omstaanders. Verbaasde blikken. En vooral ... gefronste wenkbrauwen. Want blijkbaar verstaan ze dan geen jota van wat ik zeg.

Gevaar, gevaar, gevaar

Handig is het wel. Want zo kan ik vrijuit zeggen wat ik denk, zonder afgeluisterd te worden. U kent het gevoel vast ook wel. Want dezelfde situatie doet zich voor wanneer u in Marrakech luid en duidelijk Nederlands praat, en ongestoord zowel de locals als de toeristen becommentarieert. Tot u met schaamrood op de wangen vaststelt dat het koppel náást u uit pakweg Turnhout komt. Wel, die gevaarlijke situatie loert nu ook voor mij om de hoek in België. En dat dankzij de app 'Iedereen West-Vlaams'. Waarmee de provincie West-Vlaanderen onze geheimtaal zomaar prijsgeeft. Wa peinzen ze zulder feitelek?!

 

 

Stiekem vind ik het wel een geweldige app! Die je trouwens gratis en voor niks kunt downloaden.

Ik kom met de trein naar het werk. En nee, dat is niet altijd even leuk. Vooral niet als er weer een vertraging of - nog erger - staking je plannen dwarsboomt. Maar pendelen heeft ook zijn voordelen. Je vermijdt de files én het is zalig ontspannend. Je leest een boek, luistert naar muziek of ... volgt de gesprekken van  medereizigers. Oké, het is misschien niet heel erg netjes. Maar soms praten ze echt luid én kun je niet anders dan luisteren.

 

Collegaroddels

Gisteren was het weer zo ver. Ik zat naast enkele medependelaars. Ze bleken collega's van elkaar te zijn. En een ochtendlijk onderonsje op de trein maakt blijkbaar de tongen los. Over ándere collega's, die niet op de trein zitten en dus genadeloos 'beroddeld' worden. Eerst passeerde ene Miriam de revue. Ze werkte niet nauwkeurig, kon niet omgaan met deadlines en had veel last van stress. Gevolg: ziek tot het einde van het jaar. Volgend slachtoffer: Karolien. En toen gebeurde iets bijzonders. Haar karakter werd in één woord omschreven. West-Vlaamsachtig. Gefronste wenkbrauwen bij de andere gesprekspartners (omdat Karolien helemaal niet van West-Vlaanderen was). Waarop de spreker zich verduidelijkte. "Ja, je weet wel. Koppig. Kort van stof. Nogal ruw. Maar een harde werker."

Provincietrekjes

Ik was verwonderd. Over de vindingrijkheid van mijn medependelaar. Maar ik weet niet of het nu een goed idee is of niet. Om iemand die nogal vol van zichzelf en babbelziek is Antwerpenachtig te noemen. Om iemand die traag praat en overvriendelijk is voortaan Limburgachtig te noemen. Nogal veel clichés en stereotiepen, niet? Maar toch, ik vond het niet slecht gevonden. Zelfs al heb ik zelf West-Vlaamse roots ...

U kent ze ongetwijfeld, want ze heeft al een baard van hier tot in Tokio: twee Antwerpenaars horen op een terrasje twee Limburgers praten: "Koen dzjië mich een stukske kalle, mene maaan, doeë jaan ich gek van!" En de andere Limburger antwoordt: "Pas oep, he menneke, of ik teur oech oep oer geziech!"

De aandachtige Antwerpenaars glimlachen gemoedelijk en de ene zegt tegen de andere: "Zoe'n dialect: das toch schoeën he? Das na toch spaaiteg da waai da nie mieër kenne!"

Unesco

Het dialect sterft uit. Het is nu officieel want de Unesco heeft het gisteren gezegd. Het West-Vlaams en het Limburgs hebben nog een eeuw te gaan en dan zijn ze onherroepelijk verdwenen. "Spijtig!" zegt de ene. "Hoera!" roept de andere. De waarheid? Zij volgt haar eigenzinnige ik en ligt ergens in het midden, denk ik.

Niemand die zo graag Antwerps praat als ik. Geboren en getogen aan het Stadspark in de mooiste stad van West-Europa en omstreken, is het mijn moedertaal. En ook al woon ik nu al 35 jaar in Limburg: als mijn zus belt of als ik voel dat iemand in mijn gezelschap ook maar twee Antwerpse klanken produceert, schakel ik naadloos over op vlekkeloos Seefhoek-Antwerps, toch wat de klanken betreft. De bijbehorende woordenschat heb ik gelukkig niet helemaal onder de knie.

Laat het dus heel duidelijk zijn: ik houd van dialect.

Erg?

Maar vind ik het erg dat het (heel langzaam) verdwijnt? Tja, je kunt om al wat verdwijnt, treuren: de stoomtrein, de vaste telefoon, de schrijfmachine, de vulpen. En inderdaad, wat in de plaats komt, is niet altijd beter. Maar wat voor zin heeft het in het verleden te blijven vasthaken, als de toekomst zoveel meer perspectieven biedt? We leven nu eenmaal veel mondialer dan honderd jaar geleden. Oké, zelfs nu zijn er mensen die NOOIT de grenzen van hun dorp overschrijden. Maar dat wil je je omgeving toch niet meer aandoen? Regionaal leven en denken is af en toe zinvol, maar een mens van deze eeuw breekt toch uit zijn kooi, wil de wereld zien, smacht naar contacten met anderen? En er is maar één middel om dat altijd beter te doen: standaardtaal! En dan nog liefst correcte.

Op de letter

Willen wij als Vlaams volk groeien? Dan moet het via een correcte maar levende, een precieze maar speelse, een algemene maar ook typische cultuurtaal. Eentje waarop je trots bent. Die je herkent als was het je eigen ... moeder. Waarin je je dus helemaal kunt uitleven. Los van het elitaire gevoel dat ik vroeger kreeg, als zogenaamde hoogintellectuelen mij voorkauwden hoe ik dan wel mooi op de letter moest leren praten. Ik ril er nog van.

Schrijf.be

Wij doen met Schrijf.be enorme pogingen om die vlotte omgangstaal te promoten. Wij verplichten onze beren alle teksten die ze schrijven ook hardop te lezen. En wij schaven aan de woordenschat en de zinsbouw tot de tekst ook 'bekt'. Wars van alle stroefheid en wereldvreemdheid die geschreven standaardtaal nog veel te vaak toont. Zeker in ambtelijke teksten.

Ik denk dat wij met zijn allen een grote verantwoordelijkheid hebben. Als wij onze volgende generaties niet voeden met een gezonde, flexibele, rijke standaardtaal en ze laten ploeteren in een manke, dialectisch getinte, gebrekkige tussentaal, dan slaan we de bal helemaal mis.

Metataal

Thuis heb ik er het volgende op gevonden. Om mijn kinderen en kleinkinderen toch een gevoel van dialect mee te geven, spreek ik ALTIJD dialect als ik zwans of als ik echt héééél kwaad ben. Iedereen weet dat ondertussen en vindt het hilarisch. En meteen honoreer ik mijn moedertaal op het niveau dat ze verdient: in de marge van het boek, in de zijbeuk van de kathedraal, in de coulissen van het theater. En daar hoort dialect thuis. Basta!

Of oeërde nie choe?