Ga naar de inhoud
Let op: Om het voor u gemakkelijk te maken, gebruikt deze website cookies. Akkoord Niet oké.
Leen Van der Elst

Copywriters: wat drijft hen? Waarvan worden ze warm of koud? Neem een kijkje achter de schermen!

Blogposts door Leen

Leen
Naam
Leen Van der Elst
Bouwjaar
1981
Functie
Copywriter
Provincie
Antwerpen
  • Geschreven door Leen
  • op
  • in de Categorie: Belezen.

Het einde van 2017 nadert. Weer 365 dagen om op terug te blikken. Met weemoed. Maar evengoed met trots! Want ook in 2017 persten wij bij Schrijf.be een massa leuke blogs, interviews, tips, ... uit onze pen. Zonde om die zomaar op zolder te laten verkommeren. Daarom zet iedere Schrijfbe'er zijn drie favorieten van 2017 voor u op een rijtje. Als toemaatje krijgt u er telkens zijn of haar lievelingslinkje bij.

 

leestips

De favorieten van ... Leen

1. Internecommunicatieblunders: zo moet het niet

Wilt u als bedrijf graag viraal gaan? Uiteraard, maar dan liefst niet door een flater van uzelf of uw medewerkers. Toch gebeurt dat meer dan eens. Collega Marlies zette enkele blunders op een rij. Dat wordt lachen!

2. Zoek u geen ongeluk naar beeldrijke taal!

Copywriters spelen met woorden. Liefst met zoveel mogelijk variatie. Daarom schuimen wij regelmatig het internet af en snuffelen wij in woordenboeken. Zo stootte Fabian op een website vol inspiratie: Onder woorden. De perfecte aanvulling van mijn trouwe vriend Het juiste woord.

3. Testimonial schrijven? Stel de juiste vragen

Testimonials zijn een handige manier om potentiële klanten over de streep te trekken. Maar smijt niet zomaar elke mening van uw trouwe klanten online. Bereid een testimonial goed voor: interview uw klant en schrijf een mooie tekst. Maarten vertelt u precies hoe dat moet. 

Lievelinkje

10 things you shouldn’t say to a copywriter

Soms is het leven van een copywriter niet gemakkelijk. Weinig informatie, strakke deadlines, vervelende correcties ... om maar enkele redenen te noemen. Tovert u graag een glimlach op ons gezicht? Vermijd dan deze tien opmerkingen.

  • Geschreven door Leen
  • op
  • in de Categorie: Vlaamderlands.

placeholderTaaljournalist en schrijver Gaston Dorren is gepassioneerd door taal en taalkunde. Zijn recentste boek heet Vakantie in eigen taal. In oktober verschijnt Lingua, de Nederlandstalige versie van zijn Engelstalige bestseller Lingo over de talen van Europa. Daarnaast schrijft hij geregeld voor Onze Taal en KIJK en geeft hij lezingen in het Nederlands, Engels of Duits.

Ik was nieuwsgierig naar de taalsituaties in andere landen. Gaston Dorren weet er alles over en beantwoordde met plezier al mijn vragen.


Waarom koos Vlaanderen destijds voor Nederlands als officiële taal en niet voor Vlaams?

Gaston Dorren: "Het is eigenlijk altijd een kwestie van dominantie – en van pogingen om aan die dominantie te ontsnappen. In het negentiende-eeuwse België was het Frans natuurlijk de baas. Om voor hun taal een gelijkwaardige plek te bevechten, hadden de Vlamingen twee opties: een eigen standaard scheppen uit al die dialecten of zich aansluiten bij de norm van Nederland. Dat tweede was verreweg het kansrijkst – ook al omdat in de Franse taalcultuur alles draait om la norme, de standaardtaal. Op de Romaanse dialecten van Zuid-België werd net zo goed neergekeken!"

Laten we toch van elkaar blijven houden.

"Inmiddels is die hele situatie natuurlijk compleet veranderd. Het Vlaams is in België gelijkwaardig aan het Frans, en op andere gebieden dan taal haalt Vlaanderen zelfs de bovenhand. Daardoor is het nu niet meer van levensbelang om het Nederlandse Nederlands als standaard te hanteren."

Volgen Canada en de VS de Britse standaardtaal gemakkelijker? Of gaan ook zij langzaamaan hun eigen weg?

"Ik zie het weer als een kwestie van dominantie. Toen Groot-Brittannië nog dominant was in de wereld, werd het Brits-Engels overal als de norm beschouwd, en de Amerikanen probeerden die in de schrijftaal ook te volgen. Naarmate de VS machtiger werden, politiek, economisch en cultureel, begonnen ze de norm op den duur zelfs te bepalen. Niet formeel, wel in de praktijk. Amerikaanse films, tv-series en muziek hebben het Amerikaanse Engels over de wereld verspreid. Ik meen dat het Canadese Engels ook geleidelijk minder Brits en meer Amerikaans wordt. Op veel Caraïbische eilanden is dat zeker zo: dat waren Britse koloniën, maar het werden in zekere zin Amerikaanse staten – de nummers 51 tot 60. Zonder stemrecht, natuurlijk."

Komen de Engelstalige verschillen ook tot uiting in de spelling?

"De Amerikaanse spelling is één keer lichtjes hervormd, door Noah Webster, begin negentiende eeuw. Het zal een poging van de Amerikanen zijn geweest om ook op taalgebied te laten zien dat ze gedekoloniseerd waren. Die verschillen stellen eigenlijk weinig voor – ik denk dat ze kleiner zijn dan de verschillen tussen het Nederlands van voor en na de spellingshervorming van 1995.

Een veel groter verschil zit in de woordenschat van de Engelstalige landen. Ik schrijf op dit moment een boek in het Engels, en er leveren zowel Britten als Amerikanen commentaar op de teksten. Soms klaagt de ene groep dat ze iets niet begrijpen, soms de andere. Overigens vind ik dat ze het dan maar even moeten opzoeken. Wanneer ik Nederlands schrijf, gebruik ik trouwens soms ook 'jullie' woorden en uitdrukkingen: zonder verpinken, nood aan iets hebben, wegsteken, een ander paar mouwen. Gewoon bij wijze van repertoire-uitbreiding. Hoe meer Nederlands, hoe beter."

Hoe meer Nederlands, hoe beter.

In tegenstelling tot Vlaanderen koos Noorwegen wél voor het eigen Noorse dialect dat eeuwenlang door het Deens was verdrongen. Liggen die talen niet meer uit elkaar dan Vlaams en Nederlands?

"Er zijn overeenkomsten tussen België en Noorwegen. Want ook dat maakte zich begin negentiende eeuw los van buurland Denemarken. Alleen sprak de Noorse elite de taal van datzelfde buurland, Deens dus. En Noors en Deens zijn nauw verwant, in tegenstelling tot Nederlands en Frans. Dat neemt niet weg dat ook Noorwegen een lange taalstrijd heeft gekend: tussen het Deens-Noors van de elite, Bokmål genoemd, en een nieuwe, kunstmatige standaard, Nieuwnoors, gebaseerd op de volkse dialecten. Opmerkelijk genoeg won de elitetaal in feite: het Nieuwnoors is inmiddels tamelijk marginaal. Misschien kunnen we daarin een aanwijzing zien dat het strategisch verstandig is geweest van de Vlaamse beweging om geen nieuwe standaard te scheppen, maar de bestaande standaard van Nederland te importeren."

De situatie van Zwitserland lijkt op die van België. Zwitserland koos als schrijftaal het Standaardduits, maar als spreektaal een soort Verkavelingszwitsers. En daarnaast heb je nog de Franstalige en Italiaanse Zwitsers. Gaat het land daar vlotter mee om dan België?

"Er zijn inderdaad overeenkomsten: een meertalig land waarin de Franstaligen zich conformeren aan la norme, maar waar de meerderheid, de Duitstaligen dus, zich in de taal van alledag niets gelegen laat liggen aan de grote buurman. Het merkwaardige is dat in het negentiende-eeuwse Zwitserland het officiële Hoogduits wel degelijk opgang maakte ten koste van de dialecten. Maar tijdens en na de beide wereldoorlogen wilden de Zwitsers benadrukken dat zij geen Duitsers waren, en dialect spreken was daartoe een probaat middel. Sindsdien zijn de dialecten een bron van trots. Wanneer Duitstalige Zwitsers uit verschillende streken met elkaar praten, gaan ze zo’n beetje tussen dialect en Hoogduits in zitten: een Zwitsersduitse tussentaal dus, die je met een knipoog naar Vlaanderen ook Verkavelingszwitsers zou kunnen noemen."

Misschien was het strategisch verstandig van de Vlaamse beweging om de bestaande standaard van Nederland te importeren.

In Moldavië spreken ze Moldavisch, zonder echt verschil met het Roemeens in Roemenië. Klopt dat?

"De situatie is eigenlijk eenvoudig: de Moldaviërs spreken inderdaad gewoon Roemeens, afgezien van enkele minderheden. Ze noemen die taal Moldavisch, maar ze zeggen er wel bij dat die gelijk is aan Roemeens. Dat is dus alsof Vlaanderen zijn taal Vlaams zou noemen, maar er meteen aan toe zou voegen dat dat Nederlands is. Voor zover ik weet, hoor je geen verschil als je de grens tussen Roemenië en Moldavië oversteekt. Toch heet het volkslied van Moldavië 'Onze taal' – waarmee ze dus tevens de taal van hun buurland bedoelen. Verwarrend, nietwaar?"

Zijn er nog voorbeelden van landen die moesten kiezen? Zorgt dat bij hen voor communicatieproblemen?

"Finland is ook een geval apart. Daar bestond ten tijde van de onafhankelijkheid een Zweedstalige elite, en daardoor heeft het Zweeds er van oudsher een sterke positie. Maar intussen is de Zweedse minderheid heel klein geworden, nog maar 5 procent, en vormt ze bovendien geen elite meer. Veel Finstaligen zijn die bijzondere positie van het Zweeds dan ook een beetje beu, maar het blijft een officiële landstaal. Een communicatieprobleem levert het niet direct op, want de Zweedse minderheid spreekt Fins als tweede taal en bijna de helft van de Finstaligen spreekt Zweeds. Al kost het schoolkinderen natuurlijk een hoop tijd."

Vindt u dat er veel taalverwarring is tussen Nederlanders en Vlamingen?

"In de schrijftaal niet, al moet ik af en toe wel eens een woord opzoeken. De verschillen zijn eerder plezant dan ambetant, om het zuidelijk uit te drukken. Wel is het zo dat Vlamingen voor mij als Nederlander moeilijker verstaanbaar worden naarmate ze zich verder van de standaard verwijderen. Ik heb geen enkel bezwaar tegen tussentaal noch tegen dialect – ik spreek zelf Limburgs, ook met mijn Belgische neven en nichten. Maar als een Nederlander en een Vlaming met elkaar praten, is het wel handig als ze een beetje rekening houden met elkaar. Niet alleen in woordkeus trouwens – ik ben in mailtjes aan Vlamingen ook wat beleefder dan anders, en tutoyeer minder snel."

De verschillen zijn eerder plezant dan ambetant, om het zuidelijk uit te drukken.

Wat is volgens u de beste situatie voor Nederland en Vlaanderen: één standaardtaal of twee aparte talen?

"Mijn antwoord is braaf maar oprecht: één pluricentrische taal, net zoals het Engels, het Spaans en het Portugees dat zijn. Vlaanderen laat zich, terecht, niet meer leiden door de noordelijke norm, maar het lijkt me onzinnig om actief ons best te doen de taal in tweeën te hakken. De Serviërs en Kroaten hebben dat gedaan, maar kom, wij zijn toch sinds 1839 vreedzame buren? Waarom zouden we in ’s hemelsnaam in plaats van één middelgrote taal liever twee kleinere talen willen hebben? Met minder boeken, minder kranten, minder websites en meer provinciaalse bekrompenheid? Laten we toch van elkaar blijven houden."

  • Geschreven door Leen
  • op
  • in de Categorie: Vlaamderlands.

placeholder

Miet Ooms is altijd bezig met taal. Ze schreef haar eerste verhaaltjes toen ze acht was. En kreeg haar eerste etymologische woordenboek op haar zestiende. En haar eerste job? Redacteur van het Woordenboek van de Limburgse Dialecten. Nu is ze freelancevertaler en volgt ze de wereld van de taalkunde en de taalvariatie op de voet. Ze schrijft daarover artikels voor onder andere de Taalunie en haar website taalverhalen.be.

"Taal, variatie en geschiedenis hangen allemaal samen. Toen ik aan het Woordenboek van de Limburgse Dialecten meewerkte, leerde ik taalkaarten maken. Die brengen de variatie van onze taal in beeld. En zeggen ook iets over haar geschiedenis."

We spreken toch dezelfde taal?

Miet las het interview met Jan Hautekiet en ging maar gedeeltelijk akkoord. "Waarom zouden we ons vooral moeten richten op de gelijkenissen? Want die zijn evident. Het zijn net de verschillen die soms een probleem vormen. Terwijl dat helemaal niet zo hoeft te zijn. We spreken toch dezelfde taal?"

Taalverschillen en misverstanden

Ze werkt vaak samen met Nederlanders en vindt die samenwerking niet zo anders dan die met Vlamingen. "Maar de taalverschillen vallen me telkens wel op. En die gaan veel verder dan wat je op school leert. Ik begreep toen niet waarom Vlaamse woorden die voor mij heel normaal zijn, vaak als fout worden bestempeld. En waarom woorden waarvan ik nog nooit heb gehoord, juist zijn. Daarvoor heb ik nog altijd geen goede argumenten gehoord."

"Daarom doe ik onderzoekjes. Merk ik een verschil, maar kan ik er de vinger niet op leggen? Dan word ik nieuwsgierig naar de verschillen onder de radar. Want ja, we kennen allemaal wel de typische kenmerken. Maar er zijn andere verschillen die verrassend zijn. Zo werd ik eens geïnterviewd over mijn job. De Nederlandse vroeg me: “Vind je dit niet ongelofelijk enerverend?" Ik had bijna geantwoord: "Nee, zeker niet. Ik vind het net spannend." Tot het me daagde dat 'enerverend' in Nederland opwindend betekent. Terwijl dat in Vlaanderen pejoratief is. Zo ontstaan er dus misverstanden."

 

Miets laatste nieuwe taalkaart van haar onderzoek rond begroetingen

Ook in de grammatica

"De taalverschillen vormen vooral een risico voor vertalers en schrijvers. Hou je daarmee geen rekening? Dan denkt het Nederlandse doelpubliek dat er fouten in de tekst staan. Dat de schrijver zijn eigen taal niet kent. Vlamingen hebben dat veel minder. Ze gaan er makkelijker van uit dat het wel Nederlands zal zijn. Dat gaat niet alleen over woorden. Ook de grammatica verschilt:

  • 'Dat hij morgen zeker komen kan' is gebruikelijk in Nederland, niet in België. De omgekeerde volgorde – 'dat hij morgen zeker kan komen' – is in het hele taalgebied gebruikelijk.
  • 'We zullen er wat moeten aan doen' is typisch Vlaams. 'We zullen er wat aan moeten doen' is gebruikelijk in het hele taalgebied.
  • 'Daar komt hij aanrijden' zeggen ze in Nederland, vooral in het noordwesten (waar de norm ligt). In België en het zuiden en oosten van Nederland voelt 'daar komt hij aangereden' veel juister aan.

Er zijn al Nederlanders die beseffen dat hun Nederlands niet de enige juiste variant is. Dat zijn dan voornamelijk vertalers. Zij leven daarvan en komen er dus constant mee in aanraking. Maar de doorsnee-Nederlander helaas niet – en uitgeverijen ook niet."

Ik begreep niet waarom Vlaamse woorden die voor mij heel normaal zijn, vaak als fout werden bestempeld.

Doelpubliek bepaalt schrijftaal

"Het is soms onduidelijk welke schrijftaal we moeten gebruiken. Het beste is:

  • doelpubliek in eigen regio: de schrijver schrijft in zijn eigen moedertaal. Dat is eigenlijk het ideale scenario.
  • doelpubliek in andere regio: een proeflezer van de andere regio controleert de tekst.
  • doelpubliek uit meerdere regio’s: de schrijver moet woorden gebruiken die overal begrepen worden. Lukt dat niet? Dan kiest hij beter voor de Nederlandse variant omdat Vlamingen dat minder storend vinden. Kennen Vlamingen dat woord echt niet? Dan zet hij de Vlaamse variant tussen haakjes. Maar door de subtiele verschillen in de constructies voelt iedereen meteen aan dat de schrijver uit een andere regio komt. (n.v.d.r.: check de white paper van Schrijf.be)

Wat onmogelijk is? Een juridische tekst of een tekst over onderwijs die echt iedereen begrijpt. Want beide landen hebben totaal andere instellingen, rechtssystemen, enzovoort."

Werk aan de winkel in Nederland

"Mijn conclusie? Vlamingen houden nog altijd rekening met wat vroeger werd afgekeurd. Nederlanders zijn daarmee totaal niet bezig want tot 2003 was hun Nederlands de enige norm. Daardoor beseffen ze vaak niet dat sommige uitingen typisch 'Hollands' zijn – en dat Vlamingen die niet altijd begrijpen. Maar dat laatste verandert stilaan."

  • Geschreven door Leen
  • op
  • in de Categorie: CoolDoel.

Villa ClementinaEen pasgeboren baby! U bent blij en fier. Maar ook onzeker. Want alles verandert nu. De baby in uw armen ook. Binnenkort brabbelt hij zijn eerste woordjes en probeert hij rechtop te zitten.

Voor u het weet, loopt hij rond en gaat hij naar school. Blijf dus nog maar even op uw roze wolk en geniet van dat hulpeloze wezentje.

Soms gaat het mis 

Dan verdwaalt uw roze wolk tussen donderwolken. Uw baby heeft zwakke luchtwegen, het syndroom van Down of een mentale en fysieke achterstand. Of hij wordt erg ziek en verliest zijn gehoor. Daarop was u niet voorbereid.

U hebt geen tijd om te genieten van uw nieuwe wonder. Want u pendelt dagelijks tussen artsen, kinesist, logopedist, … Uw gezin lijdt eronder. En dan moet u weer aan het werk. Waar moet uw 'zorgenkindje' heen?

Opvang is beperkt

De juiste opvang vinden, is sowieso moeilijk. Heeft uw kind een beperking? Dan kunnen grootouders, crèches en onthaalouders uw kind niet altijd geven wat het nodig heeft. In de gespecialiseerde opvang wacht u lang op een plaats. En u mist er de huiselijke sfeer of het contact met kinderen zonder beperking.

De oplossing? Een inclusief kinderdagverblijf, zoals vzw Villa Clementina. De drie vrouwen achter de vzw, Katia Verhaeren, Mieke De Strooper en Katleen Ballon, creëerden een omgeving waarin kinderen – met of zonder beperking – zich optimaal ontwikkelen. Zonder vooroordelen of drempels.

CoolDoel: Villa Clementina

Villa Clementina vangt álle kinderen op

In Villa Clementina spelen zeven kinderen met een of meerdere beperkingen samen met vijftien kinderen zonder beperking. Ze leren allemaal van en aan elkaar. Ze ontdekken hoe het is om samen te leven met mensen die 'anders' zijn. Daarom werken er ook jonge vrijwilligers met een beperking.

Voor de ouders is Villa Clementina meer dan gewoon een kinderdagverblijf. Want de medewerkers nemen de zorg even van hen over. Zo komt er dagelijks een kinesist langs. En helpt de vaste logopedist de kinderen met spraak- en taalproblemen. Dat bespaart de ouders veel tijd.

Spel en ontspanning

Villa Clementina heeft een grote tuin waar de kinderen ravotten en ontdekken. Soms gaan ze met gepaste begeleiding paardrijden in de zorgboerderij. Zijn ze even moe? Dan trekken ze zich terug in de snoezelruimte.

Katia, Mieke en Katleen willen graag een belevingstuin aanleggen. En het binnenzwembad ombouwen tot een therapeutisch zwembad. Maar daarvoor is geld nodig. En de vzw heeft al een jaarlijks tekort van 50.000 euro. Dat proberen vrijwilligers en ouders te dichten met evenementen en giften. Maar is dat voldoende?

Schrijf.be steunt Villa Clementina

Toen ik mijn CoolDoel mocht kiezen, twijfelde ik geen seconde. Want het zoontje van mijn vroegere buurmeisje kon bij Villa Clementina terecht. Ik heb zelf drie kinderen zonder beperking en besefte toen dat ik te weinig stilsta bij wat er kon en kan mislopen. Slaat het onheil toch toe? Dan maken initiatieven zoals Villa Clementina alles draaglijker.

Wilt u Villa Clementina helpen om het leven van een kind met een beperking en dat van zijn gezin te verlichten? Word vrijwilliger of stort een gift. Of doe mee aan de eindejaarsactie.

Vraagt u zich soms af hoe Schrijfbe'ren door hun dag spartelen? Waardoor ze op wolkjes lijken te schrijven en wat hen de kast opjaagt? Dit najaar onthullen we onze diepste kantoorgeheimen! De komende weken kijkt u telkens over de schouders van een Schrijfbe'er mee.

Met Delfine dook de gemiddelde leeftijd bij Schrijf.be onder zeeniveau. Want ze tuimelde van de schoolbanken in haar copywritersstoel. Jong en onervaren? Nooit iets van gemerkt. Wel van haar leergierigheid. De 'oude' garde houdt haar schrijftempo al haast niet meer bij …

 

placeholder


’s Morgens huppelt ze opgewekt het kantoor binnen. Soms met koffer, want ze doorkruist het hele land. Elewijt, Lokeren, Eeklo, Gent … Waar komt ze deze keer vandaan? Of gaat ze naartoe? Liefst ergens waar ze níét alleen is. Want Delfine dompelt zich graag onder in het verhaal van échte mensen. Een ghostwriter in spe dus.

Ze begint met evenveel enthousiasme aan elke schrijfopdracht. En pent alles neer wat er in haar opkomt. Lukt dat niet? Dan leidt ze haar collega’s vrolijk af of zet ze muziek op in de sfeer van de tekst. Benieuwd waarnaar ze luistert als ze schrijft over … grasmachines? Vraag het haar gerust!

  • Geschreven door Leen
  • op
  • in de Categorie: Pluimpjes.

Er was eens een vlinder. Hij vloog voorbij een bijenkorf. Tekster leert kinderen goede teksten schrijven 
Een bij kwam naar buiten.
"Hallo, wil je wat honing?" vroeg de bij.
"Graag", zei de vlinder.
En de bij ging naar binnen en kwam terug met een pot honing.
"Dank je wel", zei de vlinder en hij vloog naar huis en smulde alle honing op.


Nee, dit tekstje stuurden we niet naar een klant. Het is het eerste verhaal van mijn zevenjarige dochter. Ik kan niet anders dan trots zijn dat ze dat uit haar pen perste. Zelf is ze niet tevreden. Het is te kort. En komt niet overeen met wat er in haar hoofd afspeelde. Wat liep er mis?

Leren schrijven

Ik denk terug aan míjn eerste verhaaltjes: opstellen. Mijn klasgenootjes zuchtten en kreunden. Ik was er dol op. Leerde de leerkracht ons echt schrijven? Eigenlijk niet. Ik had gewoon geluk dat het in mijn vingers zat. En mijn dochter? Die schrijft op school woordpakketten, geen tekstjes. Dus geef ík haar schrijftips. Maar niet iedereen heeft een mama die graag schrijft. Hoe leren die kinderen dan goede teksten schrijven?

Pen verloren!

Renske Bouwer, Monica Koster en Huub Van den Bergh, onderzoekers van de Universiteit Utrecht, vroegen zich dat ook af. Want wetenschappelijk onderzoek toonde in 2013 al aan dat maar een derde van de Nederlandse leerlingen zich op het einde van de basisschool schriftelijk goed kan uiten. En dat wordt er niet beter op. Want leerkrachten van het hoger onderwijs klagen dat de studenten het Nederlands niet goed beheersen. Het probleem? De nadruk ligt te veel op lezen, woordenschat en spelling. Terwijl schrijven óók belangrijk is. Zeker in dit tijdperk van e-mails, Facebook, internetfora, …

En toen was er Tekster

Bouwer, Koster en Van den Bergh begrepen dat kinderen al vroeg moeten leren hoe ze goede teksten schrijven. Daarom ontwikkelden ze de lesmethode Tekster. Drie dieren begeleiden de kinderen door een doeltreffend schrijfproces: VOS (vierde leerjaar), DODO (vijfde leerjaar) en EKSTER (zesde leerjaar). Elke letter staat voor de volgende stap in het schrijfproces:

  • VOS = Verzinnen, Ordenen, Schrijven
  • DODO = Denken, Ordenen, Doen, Overlezen
  • EKSTER = Eerst nadenken, Kiezen, Schrijven, Teruglezen, Evalueren, Reviseren

Eigenlijk lijkt het schrijfproces sterk op dat van een professionele tekstschrijver. De focus ligt niet meer op foutloos schrijven, maar op góéd schrijven. En op omgaan met feedback, want de leerlingen lezen elkaars teksten na en geven tips. En dat vinden ze leuk!

Tekster wérkt

De leerlingen krijgen een werkboek – gedrukt of digitaal – met 20 lessen en leuke schrijfopdrachten. Tekster vergeet ook de leerkrachten niet: met een handleiding en dvd met aanvullend filmmateriaal zetten ze de leerlingen al in 10 minuten aan het werk. Tekster zorgt dus niet voor meer werk. Wél voor resultaat: tijdens de testperiode was het schrijfniveau van ongeveer 3000 leerlingen al met 1,5 leerjaar gestegen in 4 maanden.

Hopelijk vindt deze lesmethode snel haar weg naar Vlaanderen. Dan leren onze kinderen ook goede teksten schrijven.