Ga naar de inhoud
Let op: Om het voor u gemakkelijk te maken, gebruikt deze website cookies. Akkoord Niet oké.
Schrijf.be

Copywriters: wat drijft hen? Waarvan worden ze warm of koud? Neem een kijkje achter de schermen!

Blogposts door Fabian

Fabian
Naam
Fabian Desmicht
Bouwjaar
1986
Functie
Copywriter
Provincie
Antwerpen

"Teksten worden haast als kunstwerken beschouwd, terwijl het gewoon om techniek gaat." Schrijf.be-zaakvoerder en Schrijfdokter Wim Van Rompuy was op vrijdag 2 februari 2018 te gast in de Radio 1-studio van Jan Hautekiet. Het onderwerp op tafel? Heldere communicatie bij overheidsdiensten. 

Hautekiet maakt de balans op van drie jaar Heerlijk Helder: is er al iets veranderd? Of tiert de 'krommunicatie' nog welig? Een gesprek met Wim Van Rompuy (Schrijf.be), Karen Ghysels (ECC België, klant van Schrijf.be) en Francis Adyns (FOD Financiën): 

Schrijf.be bij Hautekiet: korte inhoud

Meteen naar een concrete passage springen? Klik op de tijdsaanduiding!

  • [00:00] Hautekiet voelt Francis Adyns, woordvoerder van de FOD Financiën (in 2015 winnaar van het eerste Heerlijk Helder-label), aan de tand.
  • [04:00] Wim herwerkt een 'draak van een brief' tot een kraakhelder stukje communicatie.
  • [07:00] Wim onthult hoeveel teksten al door zijn kwalhanden passeerden – een "redelijk olympisch" getal volgens Hautekiet.
  • [07:55] Wim pleit ervoor om alle communicatie eerst te laten testen door de doelgroep. En om af te stappen van het idee van teksten als kunstwerk: "Het gaat gewoon om techniek." 

Hautekiet tweet Schrijf.be

  • [09:12] Karen Ghysels, directeur van het Europees Centrum voor de Consument (ECC België), getuigt over haar samenwerking met Schrijf.be. En vertelt hoe de Heerlijk Helder-campagne haar inspireerde om juridisch taalgebruik te laten varen: "We wilden de consumentrechten duidelijk overbrengen naar de mensen."
  • [10:10] Leeft de wil om helder te communiceren al bij de overheidsdiensten? Wim antwoordt met nuance: "Ja, dat merk ik hoe langer hoe meer tijdens de schrijftrainingen die ik geef als Schrijfdokter. Maar het loopt vaak stuk op het managementniveau."
  • [11:13] Hautekiet en Wim zoomen in op de schaamte die velen hebben om gezichtsverlies te lijden met hun teksten. En op de redenen voor die schaamte.
  • [12:07] Karen van ECC België besluit met een vooruitblik op de communicatieacties van ECC in 2018: "Het is een evenwichtsoefening tussen heldere taal en juridisch correct blijven."
  • [12:51] Hoe verzoent u juridische materie met begrijpelijke taal? Wim rondt af met een verhelderende suggestie. 

Meer video's boordevol nuttige tips en advies? Abonneer u op ons YouTube-kanaal.

  • Geschreven door Fabian
  • op
  • in de Categorie: Doe-het-zelf.

“Geen tijd, geen tijd. Hoezeer het me ook spijt”, hijgt het Wit Konijn terwijl het voorbijraast en in een hol verdwijnt. Alice volgt de pluizenbol en komt terecht in een Wonderland dat bijna haar dood wordt.

A teachable moment. Zeker voor schrijvers die opboksen tegen de klok. Probeert u binnen de tijd een tekst te schrijven? Wees dan geen Alice …
 

Timemanagement - rabbit hole

Flow doorbreken, is fout

Schrijven is een intensief proces:

  • Heerlijk als u in de flow zit en de woorden maar blijven stromen.
  • Frustrerend als u uw gedachteloop onderbreekt om hier en daar wat extra info te sprokkelen.

Bezondigt u zich aan dat laatste? Dan valt u in de spreekwoordelijke rabbit hole. En ondertussen [tik] tikken de [tik] seconden [tik] weg [tik].

Onverwachte wendingen

De metafoor van het konijnenhol komt niet uit mijn hoed.

WhatIs.com omschrijft ze zo: “Wie in een rabbit hole valt, wijkt af van de route die hij voor ogen had, neemt verschillende zijsporen en verandert enkele keren van richting. Hij belandt op een totaal onverwachte plek, zonder dat hij zijn oorspronkelijke bestemming bereikt.”

Tijdrovend en inefficiënt, dus. Het kost geen moeite om dat toe passen op het schrijfproces.

Schrijver op hol

U zit in the zone. Alles loopt gesmeerd. De woorden klateren neer.

Dan rolt plots – als een goedkoop rekwisiet – een duistere wolk voor de zon: u mist een stukje informatie, u komt niet op het juiste woord, u denkt aan een quote die u ergens noteerde …

U slaat meteen naslagwerken open, plundert het internet, begint te wroeten in de cloud. En voor u het weet, zit u tot aan uw nek in een konijnenhol. En omdat nieuwe informatie voor copywriters net Wonderland is, vertoeft u daar veel langer dan nodig.

Weg concentratie, weg kostbare tijd, weg train of thought.

Zó vermijdt u rabbit holes

Hol dus niet achter konijnen aan. Maar koester uw flow.

Ziet u een leemte in uw bronmateriaal? Noteer dan in de marge ‘aanvullen’ of ‘checken’. En merk op hoe uw flow intact blijft en uw tekst in recordtijd vorm krijgt.

Eerste draft klaar? Zoek dan heel gericht de ontbrekende puzzelstukken bij elkaar. En klaag nooit meer van 'geen tijd'.        

Dit blogartikel is gebaseerd op een tip uit het artikel
'How to Write Faster: 12 Unusual Productivity Hacks' van Enchanting Marketing.

  • Geschreven door Fabian
  • op
  • in de Categorie: Belezen.

Het einde van 2017 nadert. Weer 365 dagen om op terug te blikken. Met weemoed. Maar evengoed met trots! Want ook in 2017 persten wij bij Schrijf.be een massa leuke blogs, interviews, tips, ... uit onze pen. Zonde om die zomaar op zolder te laten verkommeren. Daarom zet iedere Schrijfbe'er zijn drie favorieten van 2017 voor u op een rijtje. Als toemaatje krijgt u er telkens zijn of haar lievelingslinkje bij.
 

placeholder

De favorieten van ... Fabian

1. Mark Uytterhoeven: “Vlaams en Nederlands drijven uit elkaar”

Een van mijn persoonlijke en professionele mijlpalen dit jaar: op de koffie bij idool Mark Uytterhoeven. Het gespreksonderwerp? De groeiende kloof tussen Vlaams en Nederlands. Serieuze materie, komisch en anekdotisch aangesneden door Uytterhoeven. Ook een tip voor sportfanatici!  

2. Schrijven? Leer het van schrijvers

Schrijven, het blijft een eenzame strijd. Maar geeft zelfs horrorgoeroe Stephen King toe: “The scariest moment is always just before you start”? Dan voel je je plots getroost en verbonden met alle andere ambachtsgenoten. Hoedje af voor collega Maarten om de inzichten van enkele notoire scribenten te bundelen: van Bomans tot Bukowski.   

3. Laat uw klant likkebaarden: met plastische werkwoorden

Op dinsdag 30 mei landde deze beeldrijke nieuwsbrief – inclusief invuloefening – van Marlies in mijn inbox. Verplicht leesvoer voor Gepetto’s die hun Pinokkio’s willen omtoveren tot echte jongens.

Lievelinkje

Why 99% of people judge copy the wrong way

De vraag is niet: vind ik deze tekst goed? Wel: bereikt hij zijn doel? Een boeiend artikel over de blinde vlekken van feedback.

  • Geschreven door Fabian
  • op
  • in de Categorie: Belezen.

Writing Tools

"Think of writing as carpentry, and consider this book your toolbox", stelt Roy Peter Clark voor in zijn heerlijke boek Writing Tools. 50 Essential Strategies for Every Writer (2006).

Vrij vertaald: goed schrijven is een ambacht, en met het juiste gereedschap kunt u het uzelf aanleren.

Ik prikkel u graag met drie van Clarks tips.    

1. Spit originele beelden op

Heel wat beelden zijn zo ingeburgerd dat ze automatisch op ons scherm verschijnen als we schrijven. We weven er een lappendeken van clichés mee: sneeuwwit, vechten tegen kanker, de droom die een nachtmerrie wordt, ...

George Orwell: "Never use a metaphor, simile, or other figure of speech which you are used to seeing in print."

Voelt u de drang om zulke clichés te gebruiken? Schuif dan uw deurbordje op 'niet storen' en masseer uw brein tot u vijf, tien, honderd ... alternatieven op papier hebt. Kies de treffendste. En kunt u er toch niet omheen? Ban dan zeker alle andere moegetergde wendingen uit de directe omgeving.

2. Laat uw kritische stem haar beurt afwachten

Snoer uw interne kritische stem de mond als u uw eerste versie schrijft. En draai de kritiekkraan zo ver mogelijk open wanneer u uw tekst naleest.

In de eerste schrijffase is het belangrijk om uw verbeelding vrij te laten stromen. Beknot u die vanaf de eerste letter? Dan sleept u zichzelf als een schildpad door pas gegoten cement en wordt schrijven een marteling.

Uw kritische stem muten geldt ook meteen als een uitstekend middel tegen wittebladfobie! Get on with it en hak pas (een dag) later genadeloos in op uw eerste tekstversie.

Columnist Roger Simon: "Why should I get writer's block? My father never got truck driver's block."

3. Strooi gouden dukaten voor uw lezer

Lezen is een avontuur. Wie leest, doorloopt sommige stroken op een drafje, en doorploegt andere met de grootste moeite.

Verras uw lezer daarom op tijd en stond met een beloning: een gouden tekstdukaat. En even verderop nog een, en nog een, ... Vooral in het midden van uw tekst, het punt waar de lezer traditioneel wat afdwaalt.

Voorbeelden van gouden dukaten? Schets een amusante scene of haal een anekdote op. Lanceer een feit dat alle aandacht opzuigt. Of las een innemend citaat in. Precies zoals ik hierboven deed, met Roger Simons truck driver’s block.

Resultaat? Uw almaar gretigere lezer dartelt van dukaat naar dukaat!

Zelf op schattenjacht door Writing Tools?
Vraag het boekje aan de Kerstman!

  • Geschreven door Fabian
  • op
  • in de Categorie: Streektaal.

"Als het op dialecten aankomt, is het vijf voor twaalf", schrijft 'De Standaard'. De krant zette daarom prompt haar jaarlijkse taalweek in het teken van onze Vlaamse dialecten. Een leuk initiatief, vinden we dat bij Schrijf.be! Want ja, hoewel we onze teksten netjes in de standaardtaal schrijven, hebben ook wij een boontje voor ons eigen dialect. Leest u mee? Leesdje gie mee? Leesde gaai mej?

Kempisch dialect

Kempisch dialect is misschien niet het kortste dialect van het land, maar wel het sappigste. Da vaainekik na is sè!

’t Is natuurlijk ne pèrepluj (paraplu), dat Kempisch dialect. Mensen in Arendonk en Zoersel kun je qua taal vlot van elkaar onderscheiden.


Maar mijn Kempisch dialect? Dat stamt uit Turnawt (Turnhout). Thuis van de vlezige 'l', de platgetrapte 'a' en de neergehaalde 'h'. En dat Kempische dialect kunt u nu leren spreken. Met de hulp van de volgende zinnetjes.

 

Kempisch dialect baai den doktoor*

*bij de dokter

  • Kem menaaige lellek zieër gedoan. Ik heb mezelf flink bezeerd.
  • Kzen oep ne pinegel goan staan. Ik heb op een egel getrapt.
  • Kdroai gellek ne pindjop. Ik voel me duizelig.
  • Kzen me men vruut tegen de keust gegoan. Ik ben met mijn gezicht tegen de grond gesmakt.

Kempisch dialect oep kefej*

*op café

  • Zjeraar, ne limenaat! Een limonade graag, Gerard.
  • Swengs da zaai neurt gemak is, zwaddert aai nog een pingt. Terwijl zij naar het toilet gaat, drinkt hij nog een biertje.
  • Dieje Cis, da's een echt plekaaizer. Cis blijft al eens graag hangen.
  • Tis nie omdache koai koarte et dache eurzak moet speule. Je hebt misschien slechte kaarten, maar daarom moet je nog niet valsspelen.

Kempisch dialect baai de pollis*

*bij de politie

  • Da stukske jammenkloewete hee men seuzie geschoept. Die onnozelaar heeft mijn deken gestolen.
  • Dieje peust hee menne pelse frak begoait. Die schoft heeft mijn bontmantel vuilgemaakt.
  • Zat twieje tefrente katsjoewe botte, ne veurschoewet en ne pèrdesuj oan. Ze droeg twee verschillende rubberlaarzen, een schort en een overjas.
  • De draai gandèrme mochelden iederoverraant. De drie agenten speelden om beurten patience.

Kempisch dialect toois*

*thuis

  • Men leuzze is in frelle / in frut vaniejen. Mijn horloge is helemaal stuk.
  • Tis wer rosse jan baai die van ierneffe. De buren maken weer ruzie.
  • Gaai et pessies te laank oep de perdjesmeulen gezete. Je bent niet goed snik.
  • Zee praais. Ze is in verwachting.

Kempisch dialect in’t stroat*

*op straat

  • Bettemakkemoai? Zou de hond bijten als ik hem aai?
  • Tregert aaw moijers. Het regent pijpenstelen.
  • Wa diest na meja, jom! Scheelt er iets?
  • Baai den biejenhaawer zen de blaffeture neur beneje. De rolluiken van de slager zijn toe.

Kempisch dialect in den bazaar*

*in de supermarkt

  • Ne kilo gekapt astemblift. Een kilo gehakt graag.
  • Gettet verinneweerd. Gegogget betoale. Potje breken, potje betalen.
  • Wete wakkik gere mag? Krnaain me prooime. Weet je wat ik graag lust? Konijn met pruimen.
  • Sloagt em goai è, ewe nieve kebbas. Draag zorg voor je nieuwe boekentas.

Kempisch dialect oeptschool*

*op school

  • Hawt ewe fraanken teut mer! Zet niet zo'n grote mond op!
  • Tuft diejen tuttefrut in de vooilbak! Spuw die kauwgom in de prullenmand!
  • Got dieje mennekesplek afwassen on de poembak. Was die kindertattoo af aan de gootsteen.
  • Maaine veujer is ne plekker. Mijn vader is stukadoor.

Kempisch dialect oep den traain

*op de trein

  • Zietem zjalle. Aai is van den oas gepoept. Zie hem lopen. Hij moet snel zijn.
  • Ze pakken un joeng mej nor die zieje. Ze nemen de kinderen mee naar zee.
  • Ze gon metten tallis oepraais neur Peraais. Ze reizen met de Thalys naar Parijs.
  • Na gen oarichèt in da stession, hè! Geen kwajongensstreken uithalen in het station, hè!

Zo u bent helemaal uitgerust om oepraais te goan neur Turnhawt!
Of vergaten we nog iets? Lottetwetenè!

  • Geschreven door Fabian
  • op
  • in de Categorie: Vlaamderlands

Een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken. Mark Uytterhoeven schenkt koffie in een kopje van KV Mechelen en trakteert daarna op een mortiervuur van anekdotes en spitsvondig verwoorde inzichten. Precies zoals we van de tv-legende gewend zijn. Zijn visie op de taalverschillen tussen Belgen en Nederlanders? “We drijven verder en verder uit elkaar.”
Dit is het tweede deel van ons gesprek met Mark. Deel één gelezen?

Mark UytterhoevenKeek u toen u klein was ook naar de Nederlandse televisie?

“Zeer zeker. We hadden toen geen Belgische spelprogramma’s, of hooguit één per week. Daarom stemden we vaak af op Nederland. Het contact met onze noorderburen was toen veel groter. Tot VTM kwam en we onze eigen rotzooi gingen maken.”

“Op zondagavond keken we naar het feuilleton Floris, met een jonge Rutger Hauer. En vervolgens naar Studio sport, want Johan Cruijff wilden we niet missen. Ik herinner me de eerste keer dat een Nederlandse reporter zei: ‘Die is terug van weggeweest.’ Mijn vader vond dat fantastisch. Het was een vreemde, maar mooie constructie. De Nederlandse tv had echt wel invloed op ons.”

Toch is die relatie intussen fel verwaterd.

“Het contact met Nederland viel weg toen VTM werd gelanceerd. Vanaf toen keken Belgen niet meer naar de Hollandse tv. Trouwens, Nederlanders lieten de Vlaamse tv ook links liggen. Weet je wat de enige manier was om nog 100.000 Nederlandse kijkers naar je zender te lokken? Een Hollywoodfilm programmeren. Ik maakte dan ook zeer bewust televisie voor de Vlaamse kijker – hij betaalde tenslotte (lacht). Had ik trouwens voor Alles kan beter geput uit Nederlandse tv-fragmenten? Dan had ons publiek me dat niet in dank afgenomen.”

Ook met de taal op tv ging het achteruit, niet?

“Vooral onder impuls van VTM. Plots werden er zinnen op de woonkamer afgevuurd als: ‘Yvonneke, geefdons nog een Maeseke’. Voor mij was dat de doodsteek voor het Nederlands in Vlaanderen. Kijkers beschouwden de taal zoals ze die televisie spraken als de norm, dus namen ze ook de fouten mee over.”

“Pas op: ook het noordelijke Nederlands is weggedreven. Er was ooit een Hollandse presentator, Dick Poons, die Nederlands sprak zoals de nieuwsankers van Het journaal nu. Dat leek nauwelijks op het Hollands dat je vandaag op tv hoort.”

Als u de keuze had, zou u dan liever meer Algemeen Nederlands horen op de publieke en commerciële zenders?

“Daarvoor is het nu te laat. Men had het begin jaren negentig moeten volhouden. Bob Savenberg presenteerde het hitprogramma Ultratop op TV1, maar sprak echt geen Nederlands. Dat was de eerste presentator in zijn soort. Hij was natuurlijk de drummer van Clouseau: met die status doet je Nederlands er niet toe. Terwijl mijn status altijd volledig afhing van mijn Nederlands.”

Over status gesproken: waren de Belgen echt altijd beter in Tien voor Taal, of leek dat maar zo?

“De Belgen wonnen inderdaad net iets vaker. Maar toen ik het programma presenteerde met Tineke Verburg (1995-1996, FD), was de strijd ook niet altijd eerlijk. De Nederlandse omroep stuurde weleens een team met drie omroepsters, terwijl de BRTN één omroepster en twee germanisten afvaardigde (lacht). Echt waar! De Nederlanders hadden maar één doel en dat was: goed overkomen op tv. En wij? Hoe we overkwamen op tv kon ons geen fluit schelen, maar wij zouden winnen tegen die Hollanders.”

Herinnert u zich taalverwarring op de set?

“Ooit kwam het woord ‘dagdagelijks’ voorbij. De Vlaamse kant van de productie was ervan overtuigd dat dat je reinste Hollands was. Terwijl bleek dat de Nederlanders dat woord nog nooit hadden gehoord. We denken vaak in een reflex dat alles wat raar klinkt, Hollands is. Maar het woord stamt eigenlijk uit het Duits: tagtäglich.”

“De stille krachten achter het programma, twee neerlandici, hadden met mij heel wat ander vlees in de kuip dan met voorganger Robert Long. Als germanist discussieerde ik over alles. Een van die mannen zei me ooit: ‘Jij bent verdomd goed op de hoogte, maar ik zal je één ding zeggen: jullie zijn echt fransozen, hoor (lacht uitbundig).’ Hij verwees naar de vele gallicismen in onze taal, zoals 'zich verwachten aan'. Nederlanders voelen die aan als vreemd, en wij niet – ons bomma praatte zo.”

U was ook vaak getuige van die andere strijd tussen Belgen en Nederlanders: op de grasmat. Wat blijft u daarvan bij?

“Ik heb heel wat shows rond die wereldbeker- en EK-duels gepresenteerd. In 1994 speelden de Rode Duivels tegen Oranje in de VS. We reden naar Hilversum om een gezamenlijke Belgisch-Nederlandse uitzending te bespreken. Ik was helemaal pro toen we er binnenstapten, maar ketste het plan uiteindelijk af. De Nederlanders waren daarover echt niet te spreken: ‘Waarom nou toch?’ ‘De val van Antwerpen in 1585’, reageerde ik eerst, waarna ik eraan toevoegde: ‘In Vlaanderen zullen ze mij een verrader vinden. De kijkers zullen zeggen dat ik me door jullie heb laten doen.’”

Wat was er mis?

“De Nederlanders wilden dingen in de show stoppen die in Vlaanderen geen kat interesseren. Dan moet je op de rem gaan staan.”

Dus u deed uw eigen zin, zonder Nederlanders?

“Inderdaad, al hadden we wel twee Nederlandse gasten in de studio: Gerard Cox en Willem van Hanegem. Je had hun gezicht moeten zien tijdens het gelegenheidsoptreden van Xavier De Baere  (professioneel afscheidsnemer in Morgen maandag, een typetje van Lucas Van den Eynde, FD). Ze begrepen er de ballen van: niet wat er grappig aan was, niet wat hij zei, niet waarom. Terwijl de studio zowat ontplofte toen Lucas opkwam. Je voelde de kloof toen al. We keken niet meer naar elkaars programma’s.”

 

 

Toch lijkt het een ongeschreven regel dat het leuk is om Belgen uit te nodigen in Nederlandse programma’s – en omgekeerd.

“Niet toevallig zijn bijna al onze voetbalanalisten Nederlanders: Johan Boskamp, Aad de Mos, Jan Mulder, …”

Hoe verklaart u dat?

“Een analist is in wezen een sprekende columnist. Neemt die geen standpunt in? Dan blijft hij beter thuis. En een standpunt innemen, dat doen de Nederlanders. Vlamingen zijn altijd braver en willen niemand voor het hoofd stoten. Terwijl Boskamp zegt: ‘Die speler moet eruit.’ Daarom coach ik ook enkele Belgische ex-profs om gedecideerder te spreken. Mijn advies luidt vaak: praat luider en gooi eruit wat je denkt.”

U herinnert u vast nog de Europacupfinale van 1988, die uw geliefde KV Mechelen won van Ajax Amsterdam?

“We wonnen nota bene dankzij de Nederlanders, want Piet den Boer scoorde het winnende doelpunt. En er stonden nog drie van zijn landgenoten in de kern met Aad de Mos als trainer.”

Werkte die Belgisch-Nederlandse mix in de ploeg?

“Je merkte de verschillen in de kleedkamer. Koen Sanders, de brave West-Vlaming uit Eernegem, huilde in de kleedkamer. Omdat hij door zijn Nederlandse ploegmaats verbaal werd aangepakt. Hun redenering was: ‘We zeggen alleen maar wat er aan de hand is: het was gewoon een slechte pas. Kom joh.’ Sanders was die directheid niet gewoon.”

“Ook opvallend: in een andere KV-wedstrijd kreeg de Israëlische speler Eli Ohana geel en Joachim Benfeld verdedigde hem bij de scheidsrechter. Ik was nadien in de kleedkamer en zei: ‘Dat vond ik een schoon moment: onzen Duits die het opneemt voor onze Jood.’ De Vlaamse spelers lagen in een deuk, de Nederlanders protesteerden: ‘Mark, dat zég je toch niet!’”

U verleende enkele keren uw stem voor Vlaamse versies van internationale animatiefilms, zoals Finding Nemo. Hoe zag u dat evolueren?

“In het begin had je alleen maar Hollandse versies van Disney-films. In The Lion King spraken  alleen de twee sympathieke figuurtjes (Timon en Pumbaa, FD) Vlaams. En toen kwam Toy Story, naar mijn weten de eerste Amerikaanse animatiefilm met een volledig Vlaamse versie. Toch klonken de stemmen in mijn oren nog als BRT-Vlaams. Ondertussen komt het Belgische accent in nasynchronisaties veel beter tot zijn recht. Luister maar naar Adriaan Van den Hoof als Garfield.”

De kloof is er dus …

“De kloof is er en ik verwacht dat ze zich voortzet in andere domeinen. Zo betalen we in Vlaanderen over tien jaar meer voor een vertaling van García Márquez dan in Nederland. Logisch, we zijn maar met zes miljoen. Jullie vonden bij Schrijf.be een gat in de markt, volgens mij. Precies op tijd!”

  • Geschreven door Fabian
  • op
  • in de Categorie: Vlaamderlands

Een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken. Stadsgenoot Mark Uytterhoeven schenkt koffie in een kopje van KV Mechelen en trakteert daarna op een mortiervuur van anekdotes en spitsvondig verwoorde inzichten. Precies zoals we van de tv-legende gewend zijn. Zijn visie op de taalverschillen tussen Belgen en Nederlanders? “We drijven verder en verder uit elkaar.”

Mark Uytterhoeven

Wie al mocht opblijven tot na Het huis van wantrouwen (1991-1992), Morgen maandag (1993) of Alles kan beter (1997-1999), kent Mark Uytterhoeven als grappig en rad van tong. Een virtuoos die dienstdoet als orakel voor de associaties die ijlings een talige uitweg zoeken uit zijn bezige brein. 

Terwijl hij dat mechanisme toelicht, illustreert hij het: “Ik ben geen knappe gast, nooit geweest, maar ik ben taalvaardig en snel. Ik ben sneller dan dat ik geestig ben, eigenlijk. Freek de Jonge heeft dat ook: die vuurt zoveel grappen af dat je er niet bij stil kunt staan. Dat gaat in een diarree: die snelheid maakt veel goed. Ik heb ze te danken aan mijn jaren Latijn en Grieks. Ik redeneer in woordgroepen. Ik denk daar niet over na, het gaat automatisch.”

Vandaag staat Mark aan de andere kant van de klas. Hij doceert het vak ‘Spreken voor een publiek’ aan de mediastudenten van Thomas More in Mechelen. “De voorbije jaren eiste ik dat de studenten AN zouden spreken”, vertelt Mark. “Maar toen ik las over jullie actie rond Vlaams en Nederlands, gaf ik het op.”

Oei, we hebben u toch niet ontmoedigd?

“Het zit zo: ik heb tot nu toe het achterhoedegevecht geleverd om mijn studenten Standaardnederlands te leren. Toen ik jullie mail kreeg, besefte ik dat dat ijdele hoop was. De kloof tussen wat ik tijdens mijn lessen hoor en een aanvaardbare standaardtaal, is te groot. En ik ben een man van uitersten: ofwel doe ik niets, ofwel werk ik heel hard en rij ik mezelf over de kop. Geen halve maatregelen dus. Ik veranderde het geweer van schouder.”

In welke zin?

“Ik laat de studenten elke les naar voren komen. Als iemand me nu vraagt: ‘Moet ik AN spreken?’ Dan antwoord ik: ‘Nee, doe maar zoals je gewoon bent.’ Want het vreemde is: zeg ik ja? Dan concentreren ze zich zo sterk op die vreemde taal, dat de spontaniteit en de narratieve opbouw van hun betoog de mist in gaat. Dus heb ik het opgegeven en … hoor ik soms toch mooie dingen. Zoals die ene jongen die geestig improviseerde rond het onderwerp ‘zeemeermin’: ‘Het beste boek van Harry Mulisch vind ik Zeemeermin. Ik heb trouwens al haar werken gelezen, ook De atoombom op Kontich.’”

Wat stoort u aan de taal van de jongeren in uw les?

“Dat zinnen als ‘Ebde gij een ongerke?’ en holle Engelse leenwoorden zoals teasen, offensive en awkward stilaan aanvaardbaar worden. Daardoor zijn we nu aanbeland bij een zeer eigenaardige situatie: we weten niet eens meer hoe we die vreemde woorden correct vertalen in onze moedertaal. Als ik ernaar vraag, stuit ik op gestamel. Ik had mijn cursus daarom dit jaar graag genoemd: 'Short introduction richting de taal dat Vlaams noemt(lacht)."

In hoeverre houden de verschillen tussen Vlaams en Hollands u bezig?

(loopt naar zijn bureau en haalt het boekje Gluren bij de buren tevoorschijn) “Als ik een werkje als dit zie liggen, dan koop ik het meteen. Ik las het in één ruk uit tijdens een vlucht. Toch boeien de lexicale aspecten me minder. Droogkuis of stomerij? Ik vind dat eerder spielerei. Want woordverschillen laten zich snel oplossen. Ik vind het veel erger dat we elkaars grammaticale constructies niet meer verstaan.”

“Wat mij ook intrigeert, is de publicatie van de Atlas van het Nederlands. Er bestaat een Vlaamse en een Nederlandse versie. Ik vroeg de uitgeverij (Lannoo, FD) naar de reden van die opsplitsing. ‘De verschillen in taal zijn te groot geworden’, klonk het. En inderdaad: het Vlaams en het Nederlands drijven uit elkaar.”

U spreekt uit ervaring? 

“Een recente anekdote: ik was onlangs op bezoek bij Gert Steegmans (voormalig Belgisch wielrenner, FD). Theo Bos, de Nederlandse sprinter, was er ook. Samen met zijn vriendin, ook een Nederlandse. Op een bepaald moment zegt Gert, met zijn Limburgse accent: ‘Den Theo, die is echt wel rapper as mij.’ Waarop het meisje haar wenkbrauwen fronst. Dus vroeg ik haar: 

  • ‘Weet je wat Gert net zei?’
  • ‘Nee, wat bedoelt-ie nou?’
  • ‘Rapper dán ik.’
  • ‘Ooooooh!’

Nog een voorbeeld: ik vlieg naar Taiwan met KLM. Een Nederlandse stewardess is in de weer met bagage. Om te helpen vraag ik: 

  • ‘Wilt u dat ik rechtsta?’
  • ‘Wat zegt u?’
  • ‘Excuseer: wilt u dat ik ópsta?’

Ik was ook ooit getuige van een pijnlijk moment in de Antwerpse Metropolis (nu Kinepolis, FD). Kinderen ontmoetten er de Hollandse stemacteurs van een animatiefilm. Een klein meisje staat op en zegt (imiteert Brabants kinderstemmetje): ‘Dien enen met dienen haak aan zijnen arm, hoe noemt die?’ Ik zag de paniek in de ogen van de Nederlander. Hij had er niets van begrepen. Dus begon hij me daar algemeenheden uit te spuwen. Hij redde zich ternauwernood. ‘Ze bedoelde eigenlijk: hoe héét die’, vertelde ik de acteur nadien. De reactie was dezelfde als die bij Gert Steegmans thuis: ‘Ooooooh!’”

Wat leidt u daaruit af? 

“Dat we gewoonweg geen idee hebben hoe groot de kloof wel is. Nederlanders begrijpen ons soms echt niet. Terwijl wij, Vlamingen, dan denken: rechtstaan, dat is toch duidelijk!?”

U werkte tien jaar lang bij de nieuwsdienst van de BRT, de publieke omroep die Vlamingen vanaf de jaren vijftig – toen nog als het NIR – mooi Nederlands probeerde bij te brengen. Zijn ze daarin geslaagd?

“Helaas hebben de germanisten van de BRT het niet gehaald. In tegenstelling tot in Nederland, hebben we in Vlaanderen geen eenheidstaal. Ik herinner me de straatinterviews uit die tijd. Je zag mensen tijdens de voxpops peentjes zweten om toch maar Algemeen Nederlands te spreken. Vandaag is de situatie anders. Journalisten krijgen vaak te horen: ‘Joah, wa moete gij weete?’ Dat schippert ergens tussen ontvoogding, wat niet slecht is, en arrogantie, die soms te ver gaat (met stoere stem): ‘Waarom moete welle klappe gellek die ‘Ollanders? Welle klappe toch gellek da welle wille, zeker? Wadisdana?’”

Deel 2: Mark over Nederland-Belgïe

  • Geschreven door Fabian
  • op
  • in de Categorie: Vlaamderlands.

Taaltelefoon over verschillen tussen België en Nederland

Belgisch-Nederlands en Nederlands-Nederlands. De voorbije maanden verslonden we stapels boeken over het thema en sprokkelden we reacties aan beide kanten van de grens.

Ondertussen blijven we dagelijks op razend (of hartstikke) boeiende content stoten, zoals de webpagina over de verschillen tussen België en Nederland van de Taaltelefoon:

  • Waarom krijgen typisch Belgische woorden zoals 'inox' een Belgisch labeltje in het woordenboek en typisch Hollandse woorden als 'hartstikke' en 'kinnesinne' niet?
  • Hoe werd het aloude Belgisch-Nederlands gezuiverd van Franse en dialectische invloeden? En wat betekende dat voor de taalgebruiker?
  • Hoe pakt Taaladvies.net de omschrijving van het Belgisch-Nederlands aan? 

Dat en een heleboel succulente voorbeelden uit de Belgische standaardtaal vindt u dus bij de Taaltelefoon.  

Taaltelefoon beschermt Belgische standaardtaal

Bij Schrijf.be zijn we trouwens blij dat de Taaltelefoon – 'de engelbewaarder van het Belgisch-Nederlands' – er nog is. In de zomer van 2015 hing het voortbestaan van de dienst aan een zijden draadje. We kropen toen in onze pen om te helpen de minister-president op andere ideeën te brengen. En kijk: twee jaar later is er nog altijd leven aan de andere kant van de lijn. Check zeker ook de discussie onder de blogpost. En hou u niet in om de draad (of uw hoorn) weer op te pikken!

  • Geschreven door Fabian
  • op
  • in de Categorie: Vlaamderlands.

Wat mij interesseert in het Nederlands, zijn woorden en uitdrukkingen die naakte boodschappen aankleden of intensiveren. Het is dan ook heerlijk grasduinen in het boek Met zoveel woorden. Gids voor trefzeker taalgebruik (2016) van Rik Schutz en Ludo Permentier. Nog leuker? Gezegden, zegswijzen of uitdrukkingen die een Vlaming wel verstaat, maar een Nederlander doen fronsen. Of omgekeerd.

Belgen spreken bijvoorbeeld erg creatief over problemen: ze zitten in het sukkelstraatje of hebben iets op hun lever liggen. Ze hebben het niet onder de markt of zitten in slechte papieren. Maar hun ontbijt is altijd verzekerd. Omdat ze spek aan hun been hebben of met een ei zitten.

Wat doet een hond in een kegelspel?

Dingen die je vrijwillig doet, noemen ze in Nederland ook prachtig: liefdewerk oud papier. Ook uniek voor 'Hollands': de kraaienmars blazen (sterven), elkaars nieren proeven (grondig onderzoeken) en iemand in de boot nemen (misleiden).

Als Belg ben ik natuurlijk vooral vertrouwd met Vlaamse combinaties. Zoals: iemand van haar noch pluim kennen (het is een volstrekte vreemde), liegen dat je zwart ziet (dat je barst, dus), als een hond in een kegelspel zijn (niet welkom zijn), iemand stokken in de wielen steken (tegenwerken) en andere katten te geselen hebben (andere prioriteiten hebben).

Immense taalrijkdom

Helemaal geweldig zijn intense taaluitingen die uniek zijn voor België of Nederland, maar die wel hetzelfde gevoel uitdrukken:

  • Belgen vallen met hun gat in de boter. Nederlanders doen hetzelfde, maar duiken er met hun neus in.
  • Van neuzen gesproken: als Belg wind je je op door van je neus of je oren maken. Als Nederlander kun je je over iets te sappel maken.
  • 'Poppetje gezien, kastje dicht' (NL) betekent zoveel als 'de spons erover' (BE).
  • Verwijzen wij in België naar vroeger als 'het jaar stillekens'? Dan keren sommige Nederlanders terug naar de dagen van olim.
  • En ken je die mop van de Belg en de Nederlander die ruzie maken? De Belg schoot in een Franse colère. En de Nederlander werd er gallisch van. Maar de regio is min of meer dezelfde. :)

Dat is natuurlijk maar een greep uit de immense taalrijkdom aan beide kanten van de Belgisch-Nederlandse grens. Van welke typische Belgische of Nederlandse uitdrukking krijgt u het warm?

  • Geschreven door Fabian
  • op
  • in de Categorie: Taalhobbels.

Zoek de denkfout:

  1.  Mijn kat is dubbel zo oud als mijn dochtertje.
  2.  De autohandelaar vroeg mij plots om het dubbele van de prijs.
  3.  Smeer u in en duik uw zwemvliezen op: het wordt vandaag dubbel zo warm als gisteren.

Waarom is 0 graden ... 0 graden?

Met bewering 1 en 2 is helemaal niets mis. Het is de derde die geen steek houdt.
Want Celsius-temperaturen zijn relatief. Altijd gewogen tegenover een gekozen nulpunt: de temperatuur waarbij – allemaal in koor – water bevriest. 30 °C is dus niet het dubbele van 15 °C, en -10 °C is niet half zo koud als -20 °C.

Ook het Normaal Amsterdams Peil (NAP) en onze tijdrekening hebben een willekeurig nulpunt. Zo is de mensheid anno 2014 niet dubbel zo oud als in het jaar 1007. We bestaan al 200.000 jaar!

Geen probleem voor Frank

De neiging om temperaturen te vermenigvuldigen, komt trouwens niet alleen voor bij de man in de straat. Soms hebben ook journalisten er last van. Zo vermeldde een weerberichtje in Het Nieuwsblad: "In de Limburgse Kempen was het dubbel zo warm als aan de kust." Daarop zult u weericoon Frank Deboosere nooit betrappen!

Frank Deboosere

(c) VRT 2011 Bart Musschoot

Hoeveel graden is uw handdruk?

Moeten we dan ook stoppen met te zeggen: "Zijn handdruk is maar half zo warm als vroeger"? Of "Romney zal op reis niet half zo warm worden ontvangen als Obama", zoals de Volkskrant kopte in 2012? Helemaal niet, want hier wordt 'warm' figuurlijk gebruikt. En een handdruk wordt doorgaans niet gemeten in graden Celsius.

Maar let wel op als u met cijfers gaat goochelen in webartikels of andere zakelijke teksten. Ga na welk meetniveau van tel is. En gebruik uw data dubbel zo correct! ;)