Ga naar de inhoud
Let op: Om het voor u gemakkelijk te maken, gebruikt deze website cookies. Akkoord Niet oké.
Chani Fajka

Copywriters: wat drijft hen? Waarvan worden ze warm of koud? Neem een kijkje achter de schermen!

Blogposts door Chani

Chani
Naam
Chani Fajka
Bouwjaar
1988
Functie
Copywriter
Provincie
Antwerpen
  • Geschreven door Chani
  • op
  • in de Categorie: Vlaamderlands

spuitwater

Stel: u gaat in Nederland op café. Want u hebt dorst. Echt dorst. Zo veel dat u geen bier, maar water bestelt. "Voor mij een spuitwatertje, alstublieft", zegt u dan beleefd. De ober staart u onbegrijpend aan.

U probeert het nog eens. Misschien articuleerde u niet goed? "Voor mij een S-P-U-I-T-W-A-T-E-R." Een ongemakkelijke stilte volgt. De spanning stijgt. Misschien vinden ze het hier gewoon héél raar dat u water bestelt op café? Of drinken ze alleen plat water?

"Euh … water … met bubbels?", probeert u nogmaals, intussen lichtelijk gegeneerd. "Oooooooooo, u bedoelt een spa rood?", klinkt het triomfantelijk. "Komt eraan!"

Watersnobs?

Verweesd blijft u achter. Nooit gedacht dat die Nederlanders zulke watersnobs waren. Drinken ze hier alleen Spa? Belgisch water dan nog? Voor u het weet, hebt u in uw hoofd een hele undergroundscene bedacht van Hollandse luxewaterliefhebbers.

Met een vrolijke "kijk es", wordt u uit uw fantasie opgeschrikt. Want dat zeggen ze ook, in Nederland, als ze u bedienen, een trotse “kijk es”, in plaats van het onderdanige "alstublieft" dat in België gebruikelijk is. Voor uw neus verschijnt een glas. En een flesje spuitwater. Van een onbestemd merk. Geen Spa. Ook geen rode dop te bespeuren.

Merkverwatering

U begrijpt er niets van. Van Dale? Wat blijkt: 'spa' is in Nederland ingeburgerd als soortnaam voor mineraalwater. Dat fenomeen heet – in dit geval heel toepasselijk – merkverwatering. Bovendien komt de term 'spa' al eeuwenlang voor om geneeskrachtig water uit het Ardense Spa aan te duiden. Het Nederlandse gebruik om alle water spa te noemen (rood voor bruis, blauw voor plat), is dus wellicht een gevolg van de prima marketing van het Waalse watermerk in Nederland én de associatie van water met het plaatsje Spa.

Ik weet in elk geval al wat ik zal doen als een Nederlander me ooit om een ‘balpen’ vraagt. Onbegrijpende blik, ongemakkelijke stilte … "Oooo, een bic, bedoelt u?"

 

  • Geschreven door Chani
  • op
  • in de Categorie: Belezen.

inspiratie

Staat uw inspiratiepeil op vrijdag onder nul? Geen nood: wij hielden deze week ons favoriete leesvoer voor u bij. En delen onze vijf lievelinkjes. Wedden dat u er straks met hernieuwde moed weer invliegt? Lees even mee:

 

 

1. Vijf manieren om je beter te concentreren als je thuis werkt (Sprout)

Treinstakingen en griezelweer. Plant u ook af en toe een thuiswerkdag in? Probeer dan deze vijf nuttige tips voor een betere concentratie.

2. Do Content Writers Really Need to Think about SEO? (Copyblogger)

SEO een vies woord als het op copywriting aankomt? Think again. Copyblogger doorprikt de meest hardnekkige mythes.

3. Drie manieren waarop marketeers hun actieplan voor GDPR kunnen versnellen (Bloovi)

Zit u met de handen in het haar over de naderende GDPR (General Data Protection Regulation)? Bloovi sust uw gemoed met strategisch advies.

4. Haal meer uit Analytics: 5 tips voor de meetbaarheid van websites (Frankwatching)

Wie een nieuwe website of een update van zijn bestaande website wil lanceren, denkt beter al tijdens het ontwerp na over de meetbaarheid.

5. Breaking boardrooms: creatives discuss their weird and wonderful pitch stories (The Drum)

Pitchen bij klanten: het is vaak een kwestie van erop of eronder. The Drum verzamelde een aantal knettergekke ideeën die het tot succesvolle campagnes schopten.
 

Reageer

Waarvan krijgt u een inspiratieboost? Deel uw tips in de comments!

  • Geschreven door Chani
  • op
  • in de Categorie: Taalhobbels.

Wat doet een copywriter eigenlijk? Het is een vraag die we als Schrijfberen in het dagelijks leven allemaal al wel eens te horen krijgen. Het kan dan best lollig zijn om te bal terug te kaatsen. “Wat denk je zelf?” “Euh … jullie houden je bezig met auteursrechten? Copyright?” 

copyrighter copywriter

Neen, dus. Dat zou van ons … ‘copyrighters’ maken. Een vak dat tot nader order niet bestaat. Van de spelling alleen al krijgen we lichtjes kippenvel. Want correcte spelling, daar zijn wij, broodschrijvers, gevoelig voor.

“Broodschrijvers?” denkt u nu weer. Inderdaad: een copywriter is iemand die, tegen betaling, commerciële teksten schrijft. Een e-nieuwsbrief, of een brochure. Een flyer, speech, webtekst of blog. U bedenkt het zo gek nog niet, of we schrijven het voor u. Zónder spelfouten, in heldere, overtuigende taal. We verpakken de kernboodschap van uw bedrijf in een wervende tekst die de kwaliteiten van uw product, bedrijf of dienst in de verf zet. Zodat u uw potentiële klanten moeiteloos over de streep trekt.

Het copyright van de copywriter

Een niet onbelangrijk detail is trouwens dat het copyright van onze uiteindelijke pennenvrucht helemaal voor u is. Inderdaad: wij schrijven uw tekst, maar de intellectuele rechten zijn voor u. Ook als u 'm integraal online wilt gooien, een fragment delen op Twitter, of zelfs ingekaderd boven uw bed hangen … omdat ie zó goed is. Want ja, kwaliteit, daar gaan wij copywriters – opnieuw: dus níét ‘copyrighters’, brrrr – wel voor. U krijgt bij Schrijf.be zelfs drie copywriters voor de prijs van één. Als u dan niet gerust slaapt (al dan niet met onze tekst boven uw bed), weten wij het ook niet meer.

 

  • Geschreven door Chani
  • op
  • in de Categorie: Belezen.

Het einde van 2017 nadert. Weer 365 dagen om op terug te blikken. Met weemoed. Maar evengoed met trots! Want ook in 2017 persten wij bij Schrijf.be een massa leuke blogs, interviews, tips, ... uit onze pen. Zonde om die zomaar op zolder te laten verkommeren. Daarom zet iedere Schrijfbe'er zijn drie favorieten van 2017 voor u op een rijtje. Als toemaatje krijgt u er telkens zijn of haar lievelingslinkje bij.

placeholder

De favorieten van ... Chani

1. Drie redenen om werk te maken van uw 404-pagina 

Enthousiast doorklikken op een link om vervolgens te stuiten op een pagina die niet meer bestaat? Ik heb er een hekel aan. U ook? Val van irritatie in verbazing met de gouden tips van Stefanie om klanten te lókken met uw 404-pagina. En gniffel meteen even mee met een aantal leutige voorbeelden van uw concurrenten.

2. Worstelt u met writer's block? Tips van de meester

Collega Marlies weet perfect het onbehaaglijke gevoel te vatten dat je bekruipt wanneer je inspiratie het laat afweten ... en de tijd ongenadig verder tikt. Wedden dat uw angstzweet zo verdampt bij het lezen van haar advies?

3. Indisch of Indiaas? 

Een misverstand tijdens een uitstapje naar Nederland was de insteek voor mijn eerste blog als kersverse Schrijfbe’er. Tijdens mijn research werd ik meteen heel wat wijzer over het koloniale verleden van onze Noorderburen. Of hoe een job als copywriter je nog goed van pas kan komen tijdens een quiz!

Lievelinkje

Social video marketing tips for small business

Als social media manager ben ik voortdurend op zoek naar bruikbare tips om de verschillende kanalen efficiënt te benutten. Deze glasheldere infographic over video marketing bleek de ideale leidraad bij het organiseren van onze allereerste Facebook Live-sessie.

  • Geschreven door Chani
  • op
  • in de Categorie: Vlaamderlands
Johan De CaluweJohan De Caluwe is docent Nederlandse taalkunde aan de Universiteit Gent. Op vraag van uitgeverij Lannoo werkte hij mee aan beide edities van de 'Atlas van de Nederlandse Taal' (mei 2017), één voor Nederland en één voor Vlaanderen. Wij vergeleken die en legden hem het vuur aan de schenen: wat leiden we af uit de verschillen? Zijn we van elkaar aan het vervreemden of kunnen we nog door één deur?
 
Waarom eigenlijk twee versies van de ‘Atlas van de Nederlandse taal’?
“Van bij het begin was het idee om niet krampachtig te proberen in één boek de twee taalgebieden te dekken. Samen met de Vlaamse Fieke Van der Gucht ben ik gestart met de Vlaamse versie. Dat bleek goed te lopen en na enkele maanden hebben we de redactie uitgebreid met twee Nederlandse collega’s: Mathilde Jansen en Nicoline van der Sijs. Zij maakten op basis van ons ‘prototype’ de editie voor Nederland. Dat heeft ons veel miserie bespaard. Telkens als er moeilijke keuzes moesten worden gemaakt, konden we zeggen: ‘Doe jullie ding maar’. Waardoor wij onze energie in kwaliteit konden steken, in plaats van in nutteloze discussies. En zo komt het dat zowel Nederlanders als Vlamingen het echt herkennen als een boek over hún taal.”

De verschillen zijn best opvallend. Zo merk je al in de inhoudstabel dat titels van bepaalde hoofdstukken anders worden geformuleerd, zelfs als de inhoud gelijklopend is. Vanwaar die nuances?

“Dat hing af van wie de tekst bewerkte. We gingen grotendeels met min of meer dezelfde stof aan de slag. Meestal was het de Vlaamse auteur die de eerste teksten schreef en dan zette de Nederlandse collega die naar zijn hand. Die hield rekening met de gevoelswaarde van bepaalde woorden, die in Nederland en België soms anders ligt. Als onze Nederlandse collega’s zegden: ‘Nou, dat vinden wij niet zo’n leuke titel’, dan maakten wij daar geen punt van. We vinden die verschillende opvattingen juist prettig, omdat je dan merkt: wat wij bedoelen, komt niet altijd zo over bij de andere taalgroep.”

Wat vindt u zelf het grootste verschil qua stijl en taalgebruik? Schrijven Vlamingen en Nederlanders globaal gezien anders?

“In ons geval hangt dat meer af van het karakter van de individuele auteurs. Sommige Vlaamse collega’s stoppen graag grapjes in de teksten, maar het Nederlandse team schrapte er een aantal. Soms ook omdat ze dachten dat het Nederlandse publiek de woordspeling niet zou snappen. Ik hoorde wel al van lezers dat ze de Nederlandse versie wat droger vinden dan de Vlaamse. Maar ik durf geen uitspraken te doen over algemene verschillen qua stijl en woordgebruik.”

In de Nederlandse editie schrijven jullie: Nederlands is in Nederland ‘de onmiskenbare taal van de natie’, terwijl in Vlaanderen Nederlands eeuwenlang in de schaduw van het Frans stond. Hoe merk je dat?

“De doorsnee-Vlaming koestert nog altijd wat wantrouwen tegenover woorden die er Frans uitzien. Daardoor heeft hij de neiging om aan hypercorrectie te doen. Bijvoorbeeld door ‘punaise’ te vervangen door ‘duimspijker’. De Nederlanders hebben daarover een onbevangener houding. Zij gebruiken zonder probleem een woord als ‘portee’ in plaats van draagwijdte.”

“Toch is het grootste verschil de angst voor verengelsing. Nederlanders liggen daar niet van wakker en zetten daarin snellere stappen – bijvoorbeeld in het hoger onderwijs, maar ook in commerciële communicatie. Je merkt dat aan het gemak waarmee Nederlanders overschakelen op het Engels, of Engelse woorden gebruiken. Vlamingen hebben nog meer het gevoel van: zeg, we hebben zo lang voor dat Nederlands moeten vechten tegen het Frans, nu gaan we het ook niet prijsgeven aan het Engels. De Universiteit Gent is bijvoorbeeld pas in 1930 vernederlandst. Ze biedt dus nog niet eens 100 jaar Nederlandstalig onderwijs aan. Daarom beslissen in België parlementaire commissies welk percentage van onze bachelor- en masteropleidingen in het Engels mag worden onderwezen. In Nederland is dat geen … issue.”

Hoe komt het dat Nederlanders Franse woorden als ‘jus d’orange’ gebruiken? De Franse invloed was er toch veel minder groot?

“Vlamingen plooiden onder de dagelijkse beïnvloeding door het Frans. Zij die naar Brussel pendelen, voelen die concurrentie van het Frans trouwens nog altijd. Toch heb je in Nederland net zo goed de Franse invloed gehad, vooral op de burgerij. Zeker in de negentiende eeuw drukten de hogere kringen er zich vaak in het Frans uit.”

 

Met ‘jus d’orange’ toonde je aan dat je tot de hogere klasse behoorde.

 

“Frans was trouwens de cultuurtaal in heel Europa. Het stond dus goed om niet zomaar ‘fruitsap’ te drinken, maar wel ‘jus d’orange’. Dan toonde je dat je tot de hogere klasse behoorde. Al zal in een Rotterdamse kroeg heus niemand jus d’orange besteld hebben. Toch raakte dat soort woorden uiteindelijk wel algemeen verspreid.”

En in Vlaanderen werden die woorden geweerd toen de taalgrens officieel werd vastgelegd, begin jaren zestig?

“Inderdaad. Er werd geredeneerd: als we dit woord nu ook nog uit het Frans overnemen, schiet er van ons Nederlands niets meer over. Het gevolg? Twijfel. Laat Vlamingen een brief schrijven en ze durven plots alledaagse woorden als paraplu of portemonnee niet meer te gebruiken. Dan duiken gemakkelijk die zogezegde vernederlandsingen als regenscherm en geldbeugel op.”

U had het over de verengelsing in Nederland. Het valt me op dat er in de Nederlandse editie van de ‘Atlas’ een hoofdstuk staat over chat- en sms-taal, maar niet in de Vlaamse versie. Is dat bewust?

“Neen, het is als compensatie voor het uitgebreidere stuk over tussentaal in de Vlaamse versie. We hadden dat hoofdstuk over sms- en chattaal evengoed in de Vlaamse editie kunnen zetten. Voor een eventuele herwerking gaan we dat herbekijken, ook voor de andere thema’s die nu niet gemeenschappelijk zijn.”

In de Vlaamse editie staan inderdaad twee hoofdstukken over tussentaal, in de Nederlandse dan weer een hoofdstuk over Poldernederlands. Zijn die twee fenomenen vergelijkbaar?

“Tussentaal is iets typisch Vlaams. Het Poldernederlands verschilt alleen in uitspraak licht van het Standaardnederlands. Een modale Vlaming zal niet horen wie Poldernederlands spreekt en wie de zogezegde standaardtaal. In Vlaanderen is de afstand van tussentaal tot standaardtaal wel heel groot. Zo gebruiken wij de gij-vorm en zeggen we ‘ne schonen dag’ in plaats van ‘een mooie dag’. Ook opvallend is het dubbele gebruik van het woordje ‘dat’. Als in ‘ik weet niet waarom dat hij dat gedaan heeft’.”

 

Standaardtaal onder Vlaamse vrienden geeft je al snel een verwaand of ambitieus imago.

 

“Vlamingen blijven in de dagelijkse omgang op hun hoede voor de standaardtaal. Voorbeelden? Als je onder vrienden standaardtaal zou spreken, zou je al snel het imago krijgen verwaand of ambitieus te zijn. Ik denk nu aan mijn studenten: zij zitten nota bene in een talenrichting, maar ook voor hen is tussentaal de algemene omgangstaal. Net zoals dat op bijvoorbeeld recepties het geval is. Het is een interessant fenomeen, omdat de Vlaming die taal ook gebruikt om toch zijn achtergrond te laten doorschemeren. Je hoort aan iemands tussentaal overduidelijk of hij West-Vlaamse of Brabantse roots heeft. Terwijl hij voor iedere ander Vlaming verstaanbaar blijft. Het is ook de taal die je op tv hoort: in soaps, bij Jeroen Meus, … Het is zo Vlaams en zo herkenbaar dat we er extra aandacht aan hebben besteed.”

Hoe gaat dat dan in Nederland? Spreken zij Standaardnederlands op een receptie?

“Nederlanders hebben een ‘informele standaardtaal’ omdat het Nederlands al eeuwenlang hun taal is. Dat hoor je als je in Nederland naar een receptie gaat, of dat nu in een klein dorp is of aan de universiteit. Er wordt een soort los, informeel Nederlands gesproken. Op wat lichte klankafwijkingen en woordjes na staat dat heel dicht bij de standaardtaal. In Vlaanderen bestaat dat niet. Probeer daar maar eens een grapje te maken in de standaardtaal. Lukt niet: Vlamingen schakelen meteen over op tussentaal.”

Denkt u dat het Vlaams en het Nederlands uit elkaar drijven?

“We doen al ons eigen ding, maar er blijft eenheid in de verscheidenheid. Onze zinsbouw is soms een beetje anders, onze uitspraak is opvallend anders, maar het blijven varianten van het Nederlands. Ook qua woordenschat: het gaat om een paar duizend woorden die we anders of niet gebruiken. Ik maak me geen zorgen over het uit elkaar drijven. Ik vind het wel fijn dat er na al die jaren eindelijk erkend wordt dat er een Belgisch-Nederlands en een Nederlands-Nederlands bestaat. Zo ontdekken we van elkaar hoe we dingen anders zeggen. Al is er natuurlijk een verschil tussen schrijf- en spreektaal.”

Hoezo?

“De divergentie – het uit elkaar groeien – gaat een stuk sneller in de spreektaal dan in de schrijftaal. Volgens onderzoek is dat trouwens vooral aan de Nederlanders toe te schrijven. Zij voerden de voorbije decennia allerlei veranderingen in de uitspraak door – Vlamingen niet. Daardoor staan Vlamingen en Nederlanders in hun spreektaal nu verder van elkaar af dan pakweg vijftig jaar geleden.”

Hoe komt dat?

“Dat zijn sociologische processen. Neem nu de Gooise ‘r’ (spreek uit als een Amerikaanse ‘r’, CF): dat is een typisch Hollands verschijnsel dat Vlamingen absoluut niet overnemen. Maar in Nederland heeft het zo veel prestige dat miljoenen mensen die ‘r’ gebruiken. Daardoor komt de Vlaamse rollende ‘r’ nog verder af te staan van de Nederlandse variant.”

Zijn Vlamingen conservatiever omdat ze zich willen lostrekken van die Franse invloed, zoals u eerder al aanhaalde?

“Zij zijn zeker conservatiever voor de uitspraak. Waarom? Omdat zij de standaardtaal, als ze die spreken, meestal in een formele context gebruiken. En dan hou je je aan de dingen zoals ze geschreven staan. Terwijl de Nederlanders … die tateren erop los (lacht). Ze letten minder op wat er staat. Vlamingen hebben toch iets meer gevoel voor autoriteit. Dat komt doordat ze zich lange tijd niet de meester van hun taal hebben gevoeld.”

 

Vlamingen voelden zich geen meester van hun taal.

 

Is dat ook een sociocultureel verschil? De Nederlanders hebben tenslotte de reputatie iets directer in de omgang te zijn?

“Dat zou ik niet durven te zeggen. En er is de laatste jaren ook al veel veranderd. Dat merk je aan de assertiviteit waarmee de Vlamingen nu tussentaal gebruiken – op tv en onder elkaar. Die tussentaal werd een soort symbool voor het nieuwe Vlaamse zelfbewustzijn – een groot verschil met vroeger. Want in de jaren zestig en zeventig werd ook tussentaal gesproken, maar men beschouwde dat toen als onvolkomen Nederlands. Alsof iemand de standaardtaal probeerde te spreken, maar die nog niet volledig onder de knie had. Die perceptie is voorbij. Dat merk je heel erg bij de jongere generatie. Niemand zal zeggen: ‘Ga jij vanavond mee naar de Gentse Feesten?’ Nee, dat wordt: ‘Gade gij mee?’ Er is geen drang om dat nog te ‘corrigeren’.”

Zijn we met een inhaalbeweging bezig ten opzichte van de Nederlanders?

“Zeker. Ook wat de woordenschat betreft. Zo tekent het Instituut voor Nederlandse Lexicologie in Leiden op hoeveel nieuwe woorden er bijkomen. Vroeger leverde Nederland zowat 90 procent. Nu maken Vlamingen evengoed probleemloos nieuwe woorden. Sommigen vragen zich misschien nog af ‘of dat wel mag’, maar de nieuwe generatie heeft daar lak aan. Zij gebruikt die woorden gewoon.”

U doceert zelf Nederlandse taalkunde aan de Universiteit Gent – vast ook aan studenten uit Nederland. Wat valt u op aan hun taalgebruik?

“Er zijn twee dingen die me opvallen. Het eerste is hun uitspraak van het Nederlands – het verschil met de Vlaming is enorm. Bij een mondeling examen moet ik er toch zowat een minuut aan wennen. Zeker als er voordien tien Vlamingen aan de beurt waren. Plots zit daar dan iemand voor je die de zaken heel anders uitspreekt, met een ander intonatiepatroon. Dat zorgt vaak voor wat verwarring, ook bij de studenten.”

 

Men stapt af van het idee dat als een Vlaming een tekst schrijft, er zeker dertig fouten in staan.

 

“Iets anders, waarover Nederlanders dan weer verrast zijn, is dat bij de Vlaming nog het idee leeft dat er ‘goed’ en ‘fout’ Nederlands is. Dat is iets wat we meenamen uit de voorbije decennia: dingen die in Vlaanderen werden gezegd en in Nederland niet, moesten worden aangepast. Maar dat kentert. Men stapt af van het idee dat als een Vlaming een tekst schrijft, er zeker dertig fouten instaan. Die ‘rodebalpenattitude’ is stilaan verdwenen.”

Dus we begrijpen elkaar beter?

“Dat hangt af van de communicatievorm. In de literatuur zie je dat het tij al compleet is gekeerd. Vroeger lieten Vlaamse auteurs hun kopij nalezen door Nederlandse correctoren, om er de Vlaamse uitdrukkingen uit te halen. Dat is voorbij. Het is zelfs zo dat Vlaamse auteurs nu meer en meer koketteren met hun typisch Vlaamse taalgebruik. Nederlanders scheppen daarin plezier.”

 

Vlaamse auteurs koketteren nu meer en meer met hun typisch Vlaamse taalgebruik.

 

“Maar zodra je in het commerciële circuit zit, zoals jullie met Schrijf.be, is het dikwijls afwegen: kan dit woord of deze zinswending wel in Nederland? Of roept dat geen andere associaties op? Is de constructie niet te Vlaams? Dan moet je echt opletten. Dat jullie dus teksten vervlaamsen of verhollandsen, daar kan ik heel goed inkomen.”

Hebt u tijdens uw research ontdekkingen gedaan over de gelijkenissen of verschillen tussen de twee landen die u echt zijn bijgebleven?

“Onze socioculturele referentiekaders verschillen enorm. Dat is echt heel opvallend. We hebben onze eigen radio- en tv-kanalen, mediafiguren, literatuur, komieken, ... Dat kleurt heel erg de manier waarop we over Vlaanderen en Nederland en het taalgebruik schrijven. Vlamingen kunnen als referentie probleemloos verwijzen naar Eddy Wally, Martine Tanghe of Astrid Bryan. Omdat die figuren in het Vlaamse collectieve geheugen zitten. Maar in Nederland kennen ze die niet: daar hebben ze een totaal andere set van relevante landgenoten. Het is wel prettig om in je boek met die twee kaders te kunnen spelen. En het is dus zeker zinvol geweest om twee atlassen uit te brengen.”

  • Geschreven door Chani
  • op
  • in de Categorie: Vlaamderlands.

Grappig misverstand enkele jaren geleden tijdens een bezoek aan een Nederlandse vriendin. Toen ze me voorstelde om 's avonds samen een lekker hapje te gaan eten, suggereerde ze 'Indisch'. "Klinkt goed", reageerde ik meteen enthousiast, fan als ik ben van curry’s en samosa’s. Groot was dan ook mijn verbazing toen ze me meetroonde naar … een Indonesisch restaurant. U weet wel, waar ze bami en saté met pindasaus serveren. Geen samosa te bespeuren. "Oh, je bedoelde Indonesisch", riep ik uit. "Nee hoor", klonk het stellig. "Indisch. Jij bedoelt 'Indiaas'."

Indisch of Indiaas? Of Indonesisch?

Van Dale geeft haar gelijk. Wij Vlamingen zijn inderdaad geneigd Indisch in plaats van Indiaas te zeggen als we verwijzen naar iets of iemand afkomstig uit India, maar de Nederlandse taalbijbel wijst dat resoluut af als 'spreektaal'. 'Indiaas' is de enige juiste optie. Met mijn 'Indonesisch' sloeg ik de bal overigens niet helemaal mis: daarmee verwijs je inderdaad naar iets of iemand afkomstig uit de Aziatische republiek Indonesië.

Koloniaal verleden

Vanwaar dan de term 'Indisch'? Die heeft zijn oorsprong in de koloniale periode: het huidige Indonesië stond bij de Nederlanders eeuwenlang bekend als Nederlands-Indië, officieel sinds 1816, maar de Nederlandse aanwezigheid in Indonesië dateerde al van veel vroeger, begin zeventiende eeuw. Ook in Suriname vestigden onze ondernemende noorderburen in die periode een kolonie. Dat koloniale verleden laat vandaag nog zijn sporen na in Nederland, zowel op culinair vlak (de Indische keuken die mijn vriendin zo enthousiast aanprees) als op cultureel-taalkundig vlak. Daarin verschillen de Nederlanders dus merkbaar van ons. De Atlas van de Nederlandse Taal duidt twee etnolecten aan: het Surinaams-Nederlands en het Indisch-Nederlands. Die sijpelden na de de kolonisatie in Nederland door, omdat veel inwoners van de voormalige kolonies naar West-Europa trokken.

Pienter piekeren

Gevolg? Een aantal courant gebruikte woorden uit die twee etnolecten maakt intussen deel uit van het Standaardnederlands. Een woord als doekoe (geld, afkomstig uit het Sranatongo, de taal van Suriname) doet bij een Vlaming allicht niet meteen een belletje rinkelen. Maar pienter, bakkeleien, piekeren en zelfs thee (met wortels in het Maleis, de taal van Indonesië) behoren allicht wel tot uw woordenschat.
 

Indisch of Indiaas?

Frietjes met pindasaus

Eet u graag pindakaas? Juist ja, ook ontleend aan het Surinaams. Het oorspronkelijke woord ervoor was 'pinda-dokoen', een Duitse vertaling maakte er 'Pinda-Käse' van. Hoezo? In zijn toenmalige vorm was pindakaas niet het smeuïge goedje zoals we dat nu kennen, maar een harde blok samengeperste pinda’s, waarvan plakjes werden afgesneden. Net zoals wij doen met kaas. Nederlanders zijn er zo’n fan van dat ze het spul in lichtjes aangelengde vorm – pindasaus – zelfs op hun frietjes doen. Een 'patatje oorlog', heet dat dan. Ik zie het een Vlaming nog niet zo gauw met smaak verorberen … Pas dus maar op voor spraakverwarring als u nog eens over de grens trekt. Indisch of Indiaas: het gevaar schuilt in een klein hoekje!